woensdag 22 maart 2017

22 maart

Afbeeldingsresultaat voor kinderhand

BXL, 22 maart
een felle steekvlam van een brandhaard
die al jarenlang mensenlevens verwoest
en geen God die nog weet waarom dit moest
Gegroeid uit geweldloos verzet voor vrijheid
nu ten prooi aan grootmachtens geilheid
In een bittere strijd om water en land
Niet bekommerd om die kinderhand
die wil groeien in liefde en vrede
zijn we blind voor die smeekbede?
Open ogen, deuren en harten
voor al wie ver of dichtbij
een thuis zoekt

Vandaag op de dag van de herdenking van de aanslagen in Brussel en Maelbeek, wil ik met dit gedicht alle mensen die op de wereld met oorlog en geweld moeten leven herdenken. In het bijzonder de mensen die in Syrië en Irak dagelijks aanslagen meemaken.

#Rise Up: http://www.kvs.be/nl/rise-up voor de echt prachtige gedichten!

dinsdag 7 maart 2017

Mijn held is een leerkracht

Afbeeldingsresultaat voor mijn held is een leerkracht
“Wees de verandering die je in de wereld wil zien”, zei Gandhi ooit. Als politici nu eens naar dat principe zouden leven, dan pas zou er echt iets gaan veranderen. In het hele debat over wiens verantwoordelijkheid het is dat een deel van de kinderen een onzekere toekomst tegemoetgaan in dit land omdat ze een gepaste scholing moeten missen, hoor ik zo weinig de echt structurele analyse. Dat stukje van de puzzel waar politici wél iets aan kunnen doen. Wat er nu gebeurt is een spelletje ‘blaming the victim’. En dat is geen onschuldig spelletje. In heel deze discussie voelen mensen opnieuw zich niet thuis, horen ze er niet bij, zijn ze anders én ook niet goed (genoeg), zij hebben alle schuld aan hun eigen miserie. Die plaat draaien sommigen nu al een tijdje grijs. De titelsong ervan is echter vals. Ze vertrekt van de premisse dat er  een ‘onze’ samenleving is waar anderen kunnen bijhoren als ze zich op een bepaalde manier gedragen, bepaalde normen en waarden volgen, zich op een bepaalde manier wel of niet kleden,…en ga zomaar door. Een wij/zijverhaal. Daar ligt de valse noot. 

Deze samenleving is fundamenteel van wie er hier en nu woont. De planeet wordt bevolkt door bewoners die tijdelijk ergens zijn en daar een samen-leven opbouwen. Zo zie ik het. En dan vertrek je van een ‘wij’, ik en jij en hoe wij daar een ‘wij’ van maken. Als we vanuit deze grondtoon naar ons onderwijslandschap vandaag kijken, is veel van wat daar gebeurt ouderwets, uit de tijd, een anachronisme. En daar moeten we volgens mij op inzetten als we kinderen en jongeren kansen willen geven in deze samen-leving. Meer nog, ik denk dat het niet alleen van belang is voor kinderen met roots in migratie dat we daar werk van maken maar voor al onze kinderen. Wat er vandaag de dag benoemd wordt als een probleem van een bepaalde groep, is eigenlijk het probleem van ons allen. ‘Allochtonen’ zijn als kanaries in de koolmijn. Ze geven aan waar het in ons systeem grondig fout loopt. Zij vallen uit de boot en tonen ons de urgentie van het vinden van een uitweg uit de impasse.

Een paar jaar geleden trokken honderden beleidsmakers, schooldirecteurs en leerkrachten naar Finland om daar good practices te gaan bekijken. Buiten wat rommelen in de marge is er met die ideeën weinig gebeurd. We weten al jarenlang dat er een watervalsysteem is en alle wetenschappelijke studies tonen aan dat níet de Nederlandse taal, níet de betrokkenheid van ouders, níet de inzet van de kinderen zelf, maar andere structurele factoren daar de voornaamste oorzaak van zijn. Fundamenteel gaat het om de organisatie van ons onderwijslandschap waar een echte hertekening al 15 jaar geleden in de schuif belandde. Om de inhoud van ons onderwijs dat nog steeds gebaseerd is op een witte mannelijke middenklassenorm.  En om de opleiding van mensen die in het huidige onderwijslandschap schromelijk tekortschiet.

Of laat me nog concreter worden met een drietal voorbeelden Een eerste. De testen die we gebruiken om kinderen en jongeren te heroriënteren zijn gebiased. Ze vertrekken van een meting van intelligentie die getest is op een normatieve groep die niet overeenkomt met de huidige populatie. Nochtans zijn er remedies: er is een hele beweging rond faire diagnostiek die de weg toont. Veel medewerkers op scholen met wie ik daarover spreek vallen totaal uit de lucht. Een tweede. Uit het laatste grote onderzoek in Vlaanderen bij 5500 scholieren bleek dat een cruciale beschermingsfactor tegen het watervalsysteem was vrienden hebben in de dominante meerderheidsgroep. Elkaar leren kennen, kansen op ontmoeten creëren. Dat is wat we zouden moeten doen. Maar de huidige debatten drijven polarisering op de spits ook tussen deze jongeren en hun ouders. Een derde cruciale factor voor jongeren om te slagen is – blijkt uit zeer veel antropologisch onderzoek op scholen-… een leerkracht die in hen gelooft. Daar kunnen we allemaal wel van meespreken. Wie heeft er niet een leerkracht voor ogen die jou net dat zetje in de goede richting gaf? Het was soms een leerkracht die voor je zorgde als het nodig was, in andere gevallen was het juist die leerkracht die je eens goed de waarheid zei. Dat zetje ziet er dus erg anders uit. Maar wat deze leerkrachten gemeen hebben is dat ze geven om die jongeren. To care not to cure. Dat is waar het echt om gaat. En dat graag zien gaat veel verder dan verdraagzaamheid. Het is een zorgzaamheid die ons moet aanzetten werk te maken van: een warm onthaal van ouders en kinderen op school, alert zijn voor onze stereotypen en vooroordelen als we ouders en kinderen bejegenen en als we over hen spreken in de leraarskamer, ons leermateriaal zorgvuldig te kiezen zodat alle stemmen erin aan bod komen, onze school zo in te richten dat iedereen er zich thuisvoelt, met passie les te geven en kinderen en jongeren hiermee te besmetten zodat ze hun eigen pad kunnen vinden in het leven, leefregels te maken van en met de jongeren waar controle en discipline niet meer de ordewoorden zijn maar wel respect en dialoog. Dat is de school waar ik van droom als leerkracht én als ouder. Maar wie werkt vanuit zijn hart om dit te kunnen realiseren wordt afgedaan als naïef, utopist en er wordt je de raad gegeven wat kalmer aan te doen, want je zou wel eens op een burnout kunne afstevenen. En dat is in vele gevallen ook jammer genoeg wat we zien gebeuren met net die mensen die vol vuur het juiste proberen te doen. Wat is dat juiste, als we denken vanuit een ‘wij’?

Als we in deze samenleving in transitie een verschil willen maken, dan zijn er twee levensgrote uitdagingen. Migratie en het ecologisch evenwicht. Beiden zijn nauw verbonden met elkaar. Beiden roepen gelijklopende angsten en onzekerheden op bij mensen. Beiden worden nu nauwelijks au serieux genomen door het beleid. Eigenlijk zou het daar de hele tijd over moeten gaan en zou een deftig onderwijsbeleid daaraan moeten getoetst worden. Als we willen samenleven op deze planeet moeten we kinderen en jongeren meenemen in dit verhaal. Onderwijs speelt een cruciale rol. Maar dan zal het wel snel van koers moeten veranderen. Want op dit moment is het onderwijs daar buiten wat themalessen en VakOverschrijdende Eindtermen (de VOETprojecten) nauwelijks mee bezig. Het zijn niet de leidraden om ons onderwijslandschap grondig te gaan hertekenen.  Als we competente jongeren willen vormen voor de samenleving van morgen door competente leerkrachten dan is het PEACEvijfletterwoord daar een gids in. PEACE staat voor : Praat Vrijmoedig, En-en denken en handelen, Aanvaard anderszijn, Creëer Coöperatief en Ervaar eigenwaarde.  Deze vijf handelingsprincipes tonen zich in pionierende leerkrachten en scholen en laat ons niet vergeten moedige jongeren en ouders die daar het voortouw in nemen. Zij zijn de échte helden vandaag!


Fanny Matheusen, transitiepedagoge bij Goesthing (www.goes-thing.be), instructor in Deep Democracy, docent Interculturele Hulpverlening en auteur van ‘Mijn held is een hulpverlener’. 

dinsdag 28 februari 2017

Waartoe een groep in staat is

Graag breng ik jullie het waardecreatieverhaal over een lerend netwerk dat ik in opdracht van Het Punt (Steunpunt vrijwilligerswerk Brussel) mocht begeleiden. Van september tot februari gingen we samen op weg. Hieronder vind je het verhaal in 4 beelden en veel woorden. Een verhaal van waar een groep toe in staat is.


En zo kwamen ze bijeen, elk met zijn eigen verhaal en zijn eigen noden. Met de wil en de wens te leren van elkaar en expertise te vergaren. Van in het begin wilden zij veel en alles. Als sponsen die alles wilden opzuigen en elders wat droog is nat maken. Het leren was er in het hier en nu van de groep, maar vertaalde zich voortdurend naar het daar en dan van de organisatie. En er werd veel gepraat en uitgewisseld, soms te lang, te anekdotisch of te persoonlijk en vaak met het gevoel dat het te snel ging, te kort was. De vragen bleven komen en mondjesmaat ook modellen en kaders, die kunnen helpen te zien wat mogelijk is of anders kan.


Deze tools werkten als een spiegel voor de organisatie waar zij werken, en voor zichzelf. Alles wat geleerd werd was nieuw, nuttig en haalbaar zowel op persoonlijk en taakgericht vlak voor wie in het lerend netwerk zat, als ook voor de organisaties waar zijn deel van uitmaken. Ze leerden op taakgericht vlak heel wat nieuwe dingen van flexivol tot ijsbergen over de aanpak van diversiteitsvraagstukken en hoe je een gesprek op voeten kan doen. Dat nodigt uit om met deze tools verder aan de slag te gaan, erop te kauwen en ze in te masseren in je organisatie. Zij leerden op persoonlijk vlak over zichzelf en hun plek en rol in de organisatie. Soms leidde dat tot afscheid, soms tot een betere positionering en alleszins tot een verandering van mindset, van hoe je in dit werkveld staat. De mystery shoppers zorgden ervoor dat ook de groep zelf die spiegel kon zijn.

Gewapend met de tools en gesterkt door de spiegel die hen was voorgehouden, stonden ze nu sterker in hun schoenen om te gaan doen wat zij willen doen. Er is immers nog heel wat werk aan de winkel in hun organisaties en tegelijkertijd is er ook het besef dat er al heel wat aan het bewegen is. Praktijkverhalen zijn daarin een leidraad, good practices én successful failures. Zo leerden ze zoeken naar een draagvlak in hun eigen organisatie. En zo leerden ze ook zichzelf en elkaar dragen. Ze beseften ze dat ze terechtgekomen waren in een groep van ware medestanders!

En nu is het tijd om te gaan: aan het einde van de rit is er veel werklust, de wil om te gaan toepassen, wat in de mindset gegroeid is: een inclusievere manier van denken en doen, een droom om in BXL meer mensen mee te nemen op het pad. Een web is gesponnen van nieuwe contacten en ideeën om nieuwe contacten uit te bouwen in deze zo veelzijdige stad. Er wordt gebroed op een heleboel ideeën. De oorspronkelijke doelen zijn verschoven en zoeken nu hun weg naar nieuwe projecten, met steeds die vraag in het achterhoofd: wat kan mijn bijdrage zijn aan deze wereld? De paardebloem in bloei strooit zijn zaadjes uit… benieuwd wat daar uit zal groeien…

Dit verhaal toont wat een lerend netwerk kan opbrengen en ook wat het niet is. Deze groep jonge mensen had misschien ook nog wel een grote nood aan vorming over dit thema. Het samen zoeken is een andere manier om tot kennis te komen, soms wat moeizamer maar wel steeds dichtbij de alledaagse praktijk. Een praktijk die me nog steeds zo vertrouwd is: het werken met vrijwilligers. Heel leuk om daar weer eens intensief mee bezig geweest te zijn. Ik ben ook heel benieuwd naar het product dat uit dit lerend netwerk zal komen: praktijkverhalen gekoppeld aan concrete tools waar ook anderen uit kunnen leren! En Deep Democracy zal er ook in aanwezig zijn, want in deze groep maakten we uitgebreid gebruik van de tools :-) En dat verdiepte de onderlinge relaties in de groep zeker! Er ontstond een SAMEN.

En waarde creëren we vooral samen. Daarom werk ik ook zo graag met groepen en teams. De letters van TEAM kan je immers zo invullen:  Together Everyone Achieves More!

Benieuwd naar wat een lerend netwerk jouw team of organisatie kan bijbrengen: contacteer me op info@goes-thing.be.

vrijdag 10 februari 2017

Waarom die roep naar een sterke leider?




Laat ons eens naar de samenleving kijken als naar een groep. En ik haal er even een oud model bij, dat van Tuckman. Hij zegt dat een groep steeds bepaalde fasen door moet voor ze een goed werkend team kan worden. De eerste fase is de honeymoonfase, de forming, de fase van elkaar leren kennen, mekaars geweldige kanten zien, alles loopt prima en soms loop je zelfs op wolkjes. Maar dan begint het echte werk. De storm komt op. De groep geraakt in hevig weer: er ontstaat discussie, mensen dreigen de groep te verlaten, het wordt soms onduidelijk waar we naartoe gaan en hoe dit zal aflopen. De stormingfase kenmerkt zich door een hoog niveau van chaos en gevoelens van onzekerheid, frustratie en ongeduld. Als de storm weer gaat liggen en mensen hebben hun verantwoordelijkheid opgenomen voor zichzelf en voor elkaar, voor de resultaten én voor de relaties, dan kan er een fase inzetten van norming: er ontstaan nieuwe regels en afspraken en vervolgens performing: we kunnen goed met elkaar samenwerken, de groep versnelt zelfs haar activiteiten en iedereen werkt op zijn maximale capaciteit.

Als we dit plaatje op onze samenleving vandaag zetten is het duidelijk dat we in de stormfase zitten. De uitdagingen zijn levensgroot en levensbedreigend zelfs. Ik noem er twee die het voortbestaan van onze planeet aantasten als we er niet mee leren omgaan: migratie en de klimaatopwarming. Het zijn uitdagingen die soms zelfs in ‘storm’taal gevat worden: overspoeld worden door migranten, het water staat ons aan de lippen, hoogtij(d) voor klimaatactie, vluchtelingentsunami,...
In het oog van een storm voelen mensen zich bedreigd, onzeker en is het in zekere zin ook ieder voor zich, redden wie zich redden kan. En dan staat er ineens een sterke leider op die zegt: langs hier, dit is de weg, ik ga jullie redden. En zelfs als die leider dan alles is wat jij niet bent, zelfs als je het niet helemaal eens bent, is op een bepaald moment ‘een’ uitweg belangrijker dan welke uitweg. In plaats van je eigen verantwoordelijkheid op te nemen, je eigen leider te zijn, kan je je karretje aan iemand anders hangen. Dat geeft een (soms vals) gevoel van veiligheid en zekerheid. Het is comfortabeler, want we kennen het. Het appelleert aan oude patronen  uit onze samenleving, de ‘goede oude (feodale!) tijd’.

En sterke leiders vervullen ook een emotionele behoefte. Zij triggeren de hoax (broodjeaapverhaal) dat jij niet je emoties controleert maar dat anderen dat doen (“jij zorgt ervoor dat ik me ... voel”). In werkelijkheid is dat niet zo. Denk maar even na: als we met 300 mensen naar dezelfde film gaan, krijgen we wel dezelfde emotionele stimuli aangeboden, maar we reageren toch allemaal verschillend: de ene huilt tranen met tuiten terwijl de ander er onbewogen bij zit, iemand vindt het de beste film ooit terwijl iemand anders het maar niks vindt. Er komen emoties bij ons op waar we ons tevoren misschien nog niet bewust van waren, maar dat wil niet zeggen dat we er niet verantwoordelijk voor zijn, dat we een keuze hebben en dat dit kan veranderen. Dat vraagt soms lef en moed, durven in de spiegel kijken, werken aan jezelf. In de samenleving vandaag de dag is er niet veel ruimte voor emoties en staan we soms veraf van wat we echt voelen, wat onze emotionele behoeftes zijn. Telkens wanneer we in Deep Democracy-sessies de vraag stellen ‘Wat heb je nodig om mee te kunnen gaan?’ merk ik dat mensen snel zeggen ‘niets hoor’ en willen dat die aandacht op hen zo snel mogelijk weer ophoudt. Toch merken ze later bij zichzelf op dat iets hen in de weg zit om mee te kunnen gaan in een beslissing. En terecht, want zij zijn de dragers van de wijsheid van de minderheid, misschien nog onbewust. 

De sterke leider doet het anders: hij neemt in jouw plaats de beslissingen, hij controleert jouw emoties. Hij neemt je emotionele noden mee in een sterk verhaal, hij belooft dat je je beter zal gaan voelen als je hem volgt. Dat is een grote verleiding vandaag. Willen we dit? Willoze poppen zijn? Sommigen doen ons graag geloven dat het zelfs voor onze bestwil is als we het ons wat minder zouden aantrekken, niet teveel piekeren over deze of gene beslissing, ons laten leiden,...
De sleutel tot verandering is dus dat mensen hun eigen leiderschap gaan opnemen over hun emoties, ideeën en wat zij willen doen in deze wereld. Het alternatief bestaat erin niet langer je gevoelens, dromen, hoop en wensen te projecteren op een sterke leider of op andere gemarginaliseerde groepen, maar zelf de uitdaging aan te gaan. In de chaos vandaag zijn er zeker sporen van mensen die deze weg bewandelen, een weg van vernieuwing en hoop. Denk maar aan de vele protestmarsen van de vrouwen met de roze mutsen op, aan de burgerinitiatieven die een grote aanhang kennen, aan zelfsturende teams op werkvloeren, aan coöperatieve bewegingen en bedrijven,... zij groeien... tegelijk met de groei en dreiging van steeds meer dictatoriale en autocratische leiders.

Vanuit Deep Democracy willen we mensen versterken in het opnemen van eigen leiderschap, in het terugnemen van projecties op een leider en zelf authentieke keuzes maken. Het is zeker niet de meest evidente weg en een trage weg soms, maar wel de meest duurzame op termijn. En ze vertrekt vanuit een diep respect voor alles wat leeft op onze planeet. Dat kunnen we niet zeggen van het snelle en brute antwoord dat de ‘sterke leiders’ ons op dit moment bieden. Hun antwoorden komen vaak ten goede aan een elite, al laten ze uitschijnen ‘het volk’ te dienen.

Ik hoor veel mensen bv. zeggen over Trump: hij heeft de stem van de minderheid gehoord en begrepen. Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Hij heeft de stem van mensen die zich onderdrukt en genegeerd voelen gebruikt en opnieuw misbruikt voor zijn eigen gewin. Heeft hij werkelijk geluisterd naar wat zij vertellen, naar waar zij van dromen, wie zij willen zijn of heeft hij alleen hun misnoegen, ontevredenheid en onzekerheid geprojecteerd op de tegenstander in de hoop zo hun stemmen te winnen. Als iemand kan aangewezen worden als de schuldige voor al jouw leed (“jij hebt mij dit aangedaan”) dan is diegene die je dat vertelt misschien je redder wel? Dat is een ziekmakende psychologische strategie, waar vooral mensen gevoelig aan zijn die in deze samenleving het slachtoffer zijn van publiek misbruik of publieke verwaarlozing.

Mindell geeft een lijst van voorbeelden van wat hij bedoelt met ‘public abuse’:
  • Het gebeurt bij familiebijeenkomsten waar er op sommige mensen wordt neergekeken omdat ze niet beantwoorden aan de vaak onuitgesproken (familie)norm.
  • Het gebeurt in scholen die kinderen op de vingers tikken omdat ze de regels niet volgen, die alleen meerderheidswaarden en geschiedenis onderwijzen en bepaalde communicatiestijlen handhaven zonder het verschil op te merken.
  • Het gebeurt in bedrijven die economisch succesvol zijn op kap van het milieu, minderheidsgroepen en de noden van individuele werkers.
  • Het gebeurt in openbare diensten, zoals de politie, die minderheidsgroepen lastigvallen.
  • Het gebeurt in de kranten die bepaalde informatie niet brengen over gemarginaliseerde groepen.
  • Het gebeurt in de media die óf minderheidsgroepen met negatieve stereotypen beladen alsof ze allemaal criminelen of onbetrouwbare werknemers zijn óf die minderheden negeren en alleen reflecteren over het leven van de dominante groep.
  • Het gebeurt door banken die de midden- en hogere klassen en hun zaakjes bevoordelen en steunen.
  • Het gebeurt door religieuze groepen die zondaars willen straffen of niet-leden zich slecht laten voelen omdat ze geen enkele kans zouden hebben op bevrijding.
  • Het gebeurt in de medische zorg waar de gevoelens van patiënten genegeerd worden.
  • Het gebeurt in de psychologie die claimt dat bepaalde gemoedstoestanden losstaan van wat er in de samenleving gebeurt en die mensen met andere denkbeelden ziek of gek verklaart.

Deze lijst zou nog veel langer kunnen zijn. Wat Mindell vooral wil aantonen is dat als we ons niet bewust zijn van hoe macht werkt en hoe onbewust een bepaalde rangorde tussen groepen bepaalde mensen onderdrukt, begrippen als vrijheid en gelijkheid holle woorden blijven. We kunnen maar werken aan vrijheid en gelijkheid, aan mensenrechten als we ons bewustworden van onze eigen geprivilegieerde positie en erkennen dat dit voor anderen niet het geval is. Dat de samenleving gebouwd is op het horen van de stem van een welbepaalde groep. Een democratische samenleving zegt al snel dat dit voor hen niet het geval is. Juist de mythe van de meerderheidsdemocratie zorgt ervoor dat sterke leiders een grote aanhang krijgen. Mindell zegt het zo: “Democratic societies that believe they have a policy of nonagression are guilty of public abuse.” Hij pleit voor oorlog! Als we niet met elkaar het debat en zelfs het conflict aangaan, kunnen we geen gezonde samenlevingen worden. 

Ook als facilitatoren, leiders, leerkrachten en sociaal werkers staan we hier niet buiten. We kunnen daders zijn van publiek misbruik. Of we zijn zelf slachtoffers of staan naast slachtoffers. Vandaaruit willen we soms zorgen voor mensen die gekwetst zijn, willen we hen beschermen. En dan dekken we soms het conflict of de spanning toe, brengen we vooral een boodschap van harmonie. Helpen we mensen daarmee? Ik denk het niet. Deep Democracy breekt een lans om álle stemmen te kunnen horen, dat álle stemmen aanwezig zijn. Daarom is het soms nodig om die stemmen te laten horen die er niet zijn in een discussie, zodat ze kunnen uitspelen, met elkaar in conflict kunnen gaan. Dit is een pleidooi om niet alleen te praten onder gelijkgezinden, om niet alleen politiek correct te spreken over wat je ziet gebeuren, maar om tegenspraak actief op te zoeken. Onszelf te confronteren met de minderheidsstem die ook in onszelf aanwezig is of je stem te laten horen want als lid van de meerderheidsgroep ben jij soms ook een minderheid, ben jij soms ook anders. Het is een oproep om je uit te spreken!

Ik kom net van een training interculturele communicatie voor ambtenaren. In de evaluatie vielen me twee zaken op. De groep apprecieerde het enorm dat mensen niet de schijn hadden opgehouden maar echt met elkaar in gesprek waren gegaan, alle kanten durfden op tafel gooien en ook persoonlijk hadden gedeeld. En mensen gaven ook aan dat als we op die manier met elkaar in gesprek gaan een cursus interculturele communicatie veel meer wordt, het wordt leren over het leven zelf. We worden als mens aangesproken. En we stellen onszelf de vraag: wat ga ik doen? Hoe denk ik hierover? Wat kan mijn bijdrage zijn aan deze wereld? We worden bewust en nemen onze verantwoordelijkheid voor onszelf en voor de ander. Respect is dan geen loos woord, geen synoniem voor passieve verdraagzaamheid, maar het is echte zorgzaamheid. En is dat niet precies wat échte leiders doen voor hun team, hun gemeenschap, hun volk: zorg dragen dat alle stemmen gehoord worden, dat alle stemmen er mogen zijn!

vrijdag 6 januari 2017

Vrede in 2017!


Ik wens jou, je familie, je collega’s op het werk, je kameraden in engagementen en vooral de wereld in 2017 VREDE toe.  

PEACE,om het met mijn favoriete vijfletterwoord van 2016 te zeggen.

PEACE staat voor

Praat vrijmoedig
...en volg in 2017 een Deep Democracycurus als je je verder wil bekwamen!
En-en denk en handel
...en ga niet mee in wij-zij, vreemd-eigen discoursen. Wees een Held en ben je het nog niet: lees mijn boek :-)
Aanvaard Anderszijn
...en kom eens luisteren op een Thee & Taartbijeenkomst naar andere stemmen
Creëer coöperatief
...en ga samenhuizen, samentuinieren, teamteachen, duobanen,...of nodig Goesthing uit om samen met jouw groep of organisatie te werken aan de vredevollere wereld
Ervaar eigenwaarde
...en doe een dankbaarheidsmeditatie af en toe: dankbaar dat jij er bent!

Fanny

maandag 5 december 2016

Zwarte Trump: een eigenzinnige kijk vanuit Deep Democracy



Deep Democracy is een filosofie, theorie en een praktische methodiek die verschil bespreekbaar wil maken en komen tot een gedragen besluitvorming. De methode ontstond in het postapartheidstijdperk in Zuid-Afrika waar blank en zwart, tot dan toe gescheiden werelden, met elkaar moesten gaan samenwerken terwijl racisme en uitsluiting welig tierden.

Deze dagen kan ik me niet van de indruk ontdoen dat we ook in dagen van verdeeldheid leven. In de VS is na de verkiezingen een verdeeld volk achtergebleven. Zowel tijdens als na de verkiezingen lijken een aantal muren gesloopt over wat je kan zeggen en doen met je medemens. Zeker als die medemens donker is, vrouw is, moslim is.
De methode Deep Democracy maakt het mogelijk dat gezegd wordt wat er gezegd moet worden en dat alle stemmen gehoord worden. Mensen vragen me dan en ik vraag het me ook af: kan en wil je wel met iedereen blijven praten? Wil ik met Trump in dialoog? Hadden we met Hitler moeten spreken? Is er een grens? Mag hier een oordeel zijn? Is er een manier om deze mensen te stoppen? En het gaat niet eens om die figuren, maar vooral om een hele massa mensen die deze meningen delen en er oprecht van overtuigd zijn dat diegenen die zij als leider kiezen de juiste weg bewandelen. In de analyses zien we dat over deze mensen gezegd wordt dat ze vaak uit angst voor verlies (van welvaart en waarden) deze keuze maken. Of zijn het vooral mensen wiens stem allang niet meer beluisterd werd? Maar nu zij de dominante groep vormen, wat gebeurt er dan met zij niet niet voor Trump gekozen hebben: worden zij nu de minderheidsstem die ondergronds zal gaan? Die zal revolteren zoals we nu al zien of op veel bedektere manieren zal gaan saboteren, zich afkeren van de eigen samenleving,…

Hetzelfde gevoel krijg in bij de koloniale Pietdiscussie. En ik zeg hier bewust koloniale Piet, want is dit niet de gevoelige zone waar de hele discussie om draait? Wat mij in deze discussie vooral opvalt, is dat het veelal een gesprek tussen mensen van de dominante witte groep is. Zij hebben het witte privilege om uit te maken of iets al dan niet racisme is, of iets al dan niet kwetsend is, lijkt het wel. Wordt er met de mensen gepraat om wie het gaat? Is dat dan een zwarte minderheidsstem? Of is hier ook een soort van minderheid de witte groep die zich bedreigd voelt in zijn waarden , die tradities ziet teloorgaan. Is het een gevestigde groep die niet weet om te gaan met de snel veranderende samenleving om zich heen? Ja, naar wie moet hier eigenlijk geluisterd worden?

En dat brengt me naar een verscherping van wat we vanuit de methode Deep Democracy ons als doel stellen. ‘Zeggen wat er gezegd moet worden’ is niet hetzelfde als schelden, beledigen, wild om je heen slaan, hele bevolkingsgroepen veroordelen, stereotyperen en discrimineren. Zeggen wat er gezegd moet worden, gaat om zeggen waar het echt over gaat, wat er voor jou toe doet, wat voor jou waar en heilig is. Daarvoor moeten we soms door een fase van geroep en getier, escalatie van een conflict. In deze methode gaan we ervanuit dat we de hevige gevoelens die gepaard gaan bij deze conflicten niet gaan wegduwen, verzachten (al dan niet met een pilletje) of negeren; nee we gaan ze juist naar boven halen, beleven en vanuit de polarisatie die ontstaat de ‘echte’ kwestie naar boven halen. Als dit gebeurt in groepen voel je de energie veranderen. Want ten diepste willen mensen vaak hetzelfde: in vrede en veiligheid kunnen leven, graag gezien worden, kunnen zorgen voor hun naasten.

In de dialoog die tot deze inzichten en belevingen leidt, lijkt met mij dat we twee principes moeten meenemen. Het eerste is het principe van de bevordering van interactie, van de dialoog. Dat houdt voor mij inderdaad in dat je blijft spreken met elkaar, niet om te overtuigen, niet om iemand om te praten of te bekeren, wel om te weten te komen en kunnen erkennen wat waar is voor hem/haar/hen. En erkennen is niet hetzelfde als gelijk geven. Je kan iemand erkennen én er je eigen gelijk, je eigen waarheid naast leggen, of tegenover stellen. Dat is net wat we doen als we een conflict gaan uitspelen en polariseren: vanuit de erkenning dat niemand het monopolie heeft op de waarheid en dat we alleen met elkaar kunnen spreken over wat we waarnemen en voor waar aannemen.

Een tweede principe is voor mij het principe van niet-uitsluiting. Als iemand zegt vanuit een racistisch standpunt dat anderen geen mensen zijn en dus geen recht tot spreken, dan verhindert die de dialoog. Dan kan je niet anders in mijn ogen dan als facilitator stelling in te nemen en deze mensen uit de stilte te halen, uit het zwijgen en hen het recht op spreken geven. De bottomline of leidraad daarin voor mij zijn dan misschien wel de mensenrechten. Ook al is deze verklaring verre van volmaakt en soms ook moeilijk werkbaar omdat ze botsende waarden bevat, het is tot nu toe de beste poging om een wereld vorm te geven waarin er recht op leven is op deze planeet voor iedereen.

Als je morgen aan besluitvorming doet als president of in welke functie dan ook: vergeet dan niet te luisteren naar de wijsheid van de minderheid.

Als je morgen een kinderfeest wil vieren: geef hen vooral dan je liefde en oprechtheid. 


Dear Mr. President,
Come take a walk with me
Let's pretend we're just two people 
And you're not better than me
I'd like to ask you some questions
If we can speak honestly



dinsdag 8 november 2016

It’s all about LOVE?


Migratie is van alle tijden, maar de diversiteit van onze maatschappij kent vandaag een hoogtepunt; deze superdiversiteit roept bij vele mensen onzekerheid op, verwarring, angst en weerstand. Kan liefde daar een antwoord op bieden?

In de praktijk van de zorg vandaag doen hulpverleners het ‘anders’. Vaak worden zij gezien als soft, naïef, idealistisch. Wat als zij nu net de praktijken laten zien en de talenten ontwikkelen die we nodig zullen hebben in de samenleving van morgen? Zelf zeggen ze dat ze heel gewone dingen doen, maar in deze context en in de organisaties waar zij werken zijn zij ware helden. Zoals Rosa Parks, de vrouw die ten tijde van de rassensegregatie in de VS bleef zitten op de bus. Ze plantte zo de kiem van wat later een burgerrechtenbeweging zou worden. Zij is een held en ik ontmoet in mijn werk als coach en trainer veel van die helden in de zorg. Zij ontwikkelen LOVE-talenten en beoefenen PEACE-praktijken. Laat me jou een verhaal vertellen:
Jaren geleden gaf een professor aan de John Hopkins Universiteit (Baltimore, VS) zijn studenten de volgende opdracht: ga naar de sloppenwijken. Neem 200 jongens tussen 12 en 16 jaar oud, onderzoek hun achtergrond en omgeving. Voorspel dan hun toekomstkansen.  
De studenten doken in statistieken, praatten met de jongens, analyseerden data en kwamen tot de conclusie dat 90% van deze jongens enige tijd in de gevangenis zouden doorbrengen.  
Vijfentwintig jaar later gaf de professor een andere groep studenten de opdracht om deze voorspelling te gaan testen. Zij gingen terug naar dezelfde plaats. Sommige jongens van toen, nu mannen geworden, leefden daar nog steeds, sommigen waren gestorven, sommigen verhuisd, maar ze vonden 180 van de 200 jongens uit oorspronkelijke onderzoekspopulatie. Ze stelden vast dat slechts 4 jongens van deze groep ooit in de gevangenis hadden gezeten.  
Hoe kwam het dat deze mannen die nochtans opgroeiden in een broedplaats van misdaad zo’n verrassend goede score haalden? Aan deze onderzoekers werd voortdurend verteld: “Wel, er was een leerkracht…” 
Ze gingen hierop door en ontdekten dat het in 75% van de gevallen ging om dezelfde vrouw. De onderzoekers gingen naar deze leerkracht, die ondertussen in een rusthuis voor gepensioneerde leerkrachten woonde. Ze vroegen haar hoe zij zo’n indrukwekkende invloed had gehad op deze kinderen? En of zij hen een reden kon geven waarom deze jongens zich haar zo herinnerden. “Nee”, zei ze,” ik weet het niet”. En dan, de jaren overschouwend, zei ze mijmerend, meer tegen zichzelf dan tegen de onderzoekers: ”Ik zag die jongens graag.”
In de zorg moeten we CARE weer centraal stellen naast CURE. Een doorgedreven patiëntgerichte benadering, waarbij we uitgaan van de echte noden en behoeften van wie onze zorg nodig heeft in plaats van een evidencebased benadering die er vooral op gericht is de professionals in te dekken tegen schadeclaims en hun werkuren te verantwoorden. We lopen vast in ons zorgsysteem. De vele helden die ik ontmoette, kleuren buiten de lijntjes, lappen soms regels aan hun laars en doen wat zij aanvoelen als ‘het goede’. Fatsoenlijke zorg voor fatsoenlijke mensen, is dat niet de bottomline waar het op neerkomt, ook voor de zorg in een superdiverse samenleving? Laten we even kijken naar een voorbeeld:
Een thuisbegeleidster in de psychiatrie vertelt me het volgende verhaal. Een patiënt bij wie ze al een tijdje aan huis kwam, begint seksueel getinte toespelingen te maken op hun relatie. Aanvankelijk is ze geschokt en weet ze niet wat te doen hiermee. Tot ze deze opmerkingen echt serieus neemt en met de man in gesprek gaat en de onderliggende seksuele behoefte duidelijk wordt. De thuisbegeleidster beseft dat ze zoveel om deze man geeft dat ze hem niet aan het prostitutiemilieu wil overlaten om aan zijn behoefte te voldoen. Zij zoekt en vindt professionele seksuele hulpverlening. Dit zit niet in haar taakomschrijving, noch is het een interventie die haar organisatie actief zou ondersteunen, maar ze doet het, uit respect, voor hem.
Deze hulpverleenster getuigt van Ootmoedigheid, een combinatie tussen beroepseer en de nederigheid om je eigen referentiekader in vraag te durven stellen. Het is één van de LOVE-talenten die ik benoem in het boek ‘Mijn held is een hulpverlener’.

Het zijn net deze verschilvragen, deze ontmoetingen met wie verschillend is, de uitdagingen van het omgaan met andere waarden en normen, die ons uitnodigen de essentie van wat zorg is terug onder de loepe te nemen. En zo ervoor te zorgen dat er een gepast zorgaanbod is voor iedereen in deze samenleving. Graag ‘soft’ en liefdevol … als dat al niet meer kan in de zorg?!

Meer weten?
Lees het boek - Boek een lezing - Schrijf je in voor de vormingsreeks ‘zorg en zelfzorg in een superdiverse samenleving’. Alle info op www.goes-thing.be