Fanny blogt vanaf nu verder op haar eigen website van Goesthing. We laten de oude blogs nog even staan maar er komen er geen nieuwe meer bij.

Lees dus verder op www.goes-thing.be/blog. Welkom!
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

vrijdag 1 september 2017

Nieuw boek op komst



Deze prachtige bookartfoto zegt precies hoe ik me voelde tijdens het schrijfproces deze zomer. Ik schrijf momenteel aan een boek over Deep Democracy, een methode voor inclusieve besluitvorming en conflictresolutie. Ik geef trainingen en begeleid mensen en/in organisaties met deze methode. Ik heb dus heel wat materiaal verzameld: kennis, werkvormen, praktijkervaringen en ideeën die uit dit werk voortvloeien. Zoals de draak die verschijnt vanuit de letters en de pagina's. Het wordt meer en groter en je begint je ook vragen te stellen terwijl je schrijft. Bijvoorbeeld de vraag of deze methode wel sterk genoeg is om het op te nemen tegen de vele uitdagingen van de wereld vandaag? Want soms voel je je eerder als die kleine strijder die het opneemt tegen de draak. Of is het samen met de draak? Het volgende stukje uit mijn boek gaat hierover. Het is getiteld 'De wereld staat in brand'. En het begint met een citaat van Arnold Mindell.

“It’s up to us. We can avoid contention, or we can fearlessly sit in the fire, intervene and prevent world history’s most painful errors from being repeated.” - Mindell

Wereldwerk is proceswerk toegepast in kleine en grote groepen, gemeenschappen en organisaties, internationale meetings en gebeurtenissen en problemen met planeet aarde. Voor Mindell is het duidelijk: organisaties, gemeenschappen en naties die vandaag en morgen nog willen overleven, zullen diep democratisch moeten functioneren: iedereen en alles telt mee. 
Met het woord ‘diep’ in deep democracy beoefenen we een vorm van inspraak en participatie die dieper en verder gaat dan de meerderheidsdemocratie, omdat we de minderheidsstemmen mee in rekening brengen. De tweede betekenis van diep schuilt hem in het materiaal waarmee gewerkt wordt. Niet alleen rationele argumenten, maar ook onze emoties en andere gewaarwordingen mogen ingebracht worden en zijn zelfs noodzakelijk om tot fundamentele antwoorden te komen.  Mindell geeft een interessant voorbeeld van een ongewone synergie: de noodzaak van een samenwerking tussen vredesinstituten en gezondheidsonderzoekers. Hij ziet immers parallellen tussen lichaamssymptomen/ziekten en structurele problemen in onze wereld. Hij zegt: de twee belangrijkste wereldproblemen vandaag zijn onderdrukking en uitbuiting. De twee belangrijkste welvaartsziekten zijn hartproblemen en kanker. Onderdrukking en cardiovasculaire problemen hebben met elkaar gemeen dat ze beiden de circulatie verhinderen. Uitbuiting en kanker hebben met elkaar gemeen dat een deel van een menselijk of sociaal organisme leeft op kosten van de ander. Ons hiervan bewust worden kan innovatieve en inspirerende inzichten bieden. 

In de Deep Democracyprocessen die ik al begeleidde in organisaties, merk je vaak ook dat we komen tot onverwachte inzichten en connecties tussen problemen die eerder niet werden opgemerkt. Dit holistisch en verbindend werken is typerend voor Deep Democracy! En net dat kan de wereld vooruithelpen op dit moment.

Als we democratie echt au serieux willen blijven nemen, dan moeten we ons afvragen hoe we meer ruimte kunnen geven aan verschil. Vanuit het Westen geven we vaak hoog op over onze democratische principes en waarden, maar als we eerlijk zijn moeten we misschien stilaan toegeven dat de manier waarop we democratie zijn gaan invullen wel op zijn laatste benen loopt, dat het model aan slijtage onderhevig is. Ik zou geenszins willen pleiten dat samenlevingen in verandering zomaar klakkeloos dit model zouden overnemen. En je ziet ook dat waar daartoe een poging wordt gedaan al snel een dictatuur het weer overneemt. Zoals in enkele staten na de Arabische Lente. Zeker, er speelde mee dat mensen na jarenlange onderdrukking misschien niet klaar waren om hun stem te laten horen, maar wat ook meespeelde is dat het huidige model van democratie te weinig speelruimte liet om te passen op wat er zich afspeelde in deze samenlevingen in verandering.

Het Griekse woord democratie betekent letterlijk de macht aan het volk. Maar de grote vraag is natuurlijk wie ‘het volk’ nog is. Zijn dat de mensen die een bepaald grondgebied bewonen, of alleen de mensen die legale verblijfspapieren hebben in dat grondgebied? Zijn dat de mensen die in hun natiestraat wonen of ook de mensen die buiten die natiestaat leven maar wel de nationaliteit delen? Zijn dat alle mensen of alleen zij boven de 18 jaar? Zijn dat alle stemgerechtigden of is er stemplicht? Kiezen we voor volksvertegenwoordigers of hebben we in feite een particratie die heerst?
In een samenleving die zo in verandering is -en dit is wereldwijd het geval-, door migratie, door een geglobaliseerde economie en door de invloed van multimedia is het oude begrip aan een nieuwe invulling toe. En hebben we dringend nood aan nieuwe praktijken. 

Er is immers geen tijd te verliezen, zoals Naomi Klein schrijft in haar boek No Time. Er is op dit moment een geweldige kans om te werken aan een rechtvaardigere wereldorde door en met het aanpakken van de klimaatuitdaging. Klein stelt dat politici het niet gaan doen, zij nemen het niet op voor de burgers en ook de economische actoren blijven reageren op shocks met maatregelen die de crises vaak alleen vergroten en eropuit zijn vooral de 1% rijken nog rijker te maken. Als we echt iets willen veranderen, zal het van onderuit moeten komen. Klein pleit voor een volksbeweging, die van het klimaat een crisis maakt! Apartheid was immers ook geen probleem tot anti-apartheidsbewegingen opstonden, seksisme was geen probleem tot feministen opstonden, rassendiscriminatie was geen probleem tot Rosa Parks bleef zitten in de bus. We hebben mensen nodig die hun stem durven laten horen. En die een visie en praktijk hebben die een beweging vorm kan geven.

Barack Obama zie hierover: “Verandering zal niet komen als wij wachten op een andere persoon of een andere keer. Wij zijn degenen waar we op hebben gewacht. Wij zijn de verandering die we zoeken.”

En wie zal om deze verandering vragen? Veel kans dat dit niet de blanke witte man, middel- tot hoogopgeleid is. In deze kringen vind je het meest klimaatsceptici en een groeiend aantal nationalisten tot rechts-extremisten. Het is een wit privilege om dit te zijn, zou je kunnen stellen. Zij kunnen zich door hun sociaal-economische positie beter beschermen (denken ze) zowel tegen klimaatverandering, als tegen armoede. Maar vooral: zij hebben zoveel te verliezen bij een andere economie. Deze groep heeft een grote systeemrechtvaardigende neiging omdat ze veel machtsposities bezetten nu. 

Het vervolg kan je lezen in het boek dat uitkomt... ergens in november! 

vrijdag 19 september 2014

Werkkader voor transities

Een interessant werkkader om hierbij te vermelden is het Theory Umodel van Otto Scharmer. Een model voor diepgaande verandering in mensen en organisaties, noemt hij het zelf. Samen met Peter Senge e.a. schreef hij een boek Presence waarbij zij verhalen over transformatieprocessen in organisaties, maar ook hun eigen transformatieproces beschrijven ze. Scharmer wil met dit model een andere kijk op verandering introduceren. Verandering als een transformatieproces en niet als de weg van A naar B, van probleem X naar oplossing Y, want zo werkt het ook eigenlijk niet. Hij spreekt eerst over downloaden: dit is denken en handelen zoals je altijd al dacht en deed. Dat wil je veranderen. Met Theory U neem je de tijd om stil te staan, dit downloaden te stoppen en met een open mind, open heart en open will te gaan kijken, te voelen en uiteindelijk los te laten van wat al was. Vaak vertrekt een wezenlijke verandering vanuit een SCHOKervaring, in essentie het bewustzijn van onze collectieve sterfelijkheid. Om te kunnen veranderen moeten we eerst stilvallen, het proces grondig onderbreken. In het boek Presence doen de auteurs dat o.a. door zich terug te trekken in de wilde natuur en daar zoveel mogelijk op eigen kracht te leven met een beperkte voorraad voedsel en veel mediteren. Daarna volgt een heroriëntering, waarin een belangrijk aandeel het vormen van een we-diagnose is, het geheel komt veel meer in beeld, het dualistische denken wordt overstegen.
Presence gaat over volledig bewustzijn en aanwezig zijn in het hier en nu + het diepere luisteren
- openstaan zonder vooringenomen ideeën
- keuzes maken waarbij we  evolutie van het leven dienen
- bewuste participatie in een groter veranderingsveld

Vandaaruit ontstaan dan nieuwe ideeën met vaak een krachtige intentie en een sterke visie en dus meer kans op werkelijke implementatie en diepgaande verandering.

Ik vind dit een boeiende oefening zowel met mensen in coaching als met organisaties in transitietrajecten.


Fanny

dinsdag 9 september 2014

Levensbeschouwelijke diversiteit in de klas

Binnenkort (november 2014) komt er een interessant boek uit, geschreven door Ides Nicaise en Gudrun Juchtmans, onderzoekers van het HIVA. Zij verwerkten in hun boek interviews met kinderen die op zeer verschillende scholen samenwerken met elkaar en met de leerkracht in een klas waar steeds meer levensbeschouwelijke heterogeniteit aanwezig is. We kregen een inzage in het boek, omdat we meewerken aan de lancering ervan op 25/11. Met Goesthing zullen we daar, in samenwerking met Schoolmakers, een workshop verzorgen. Thema? "Als het pittig wordt..."
Zonder op de inhoud van het boek verder in te gaan - dat is immers nog een verrassing - deel ik met hen de baseline die zowel uit hun literatuuronderzoek als uit het bevragen van de kinderen komt: we hebben nood aan een (meer) leerlinggericht in plaats van een (enkele of voornamelijk) normgericht onderwijs. De toevoegingen tussen haakjes zijn van mij. Vanuit de realiteit van het onderwijs vandaag, kan ik alleen maar stellen dat dit het zoeken is naar een balans. Maar wat duidelijk is, is dat de weegschaal totaal uit evenwicht is momenteel. Laat me je twee voorbeelden geven, die deze week op onze eettafel kwamen, bij de start van het nieuwe scholjaar. Want ook mijn kids zitten in een klas met veel levensbeschouwelijke diversiteit!

Mijn zoon, twee jaar ASO, komt de tweede dag van het schooljaar thuis, met al een buis. Ja, voor godsdienst. "Ik zal mijn best moeten doen om dat op te halen." Los van het feit dat het niet leuk is je jaar te beginnen met achterstand, wil ik wel weten wat er dan getest werd bij godsdienst. Meer en meer wordt dit vak onderwezen als een kennisvak, als antwoord op levensbeschouwelijke diversteit. Je kan ook daar je mening over hebben, maar daar gaat het me nu niet om. Wat was er gebeurd? De klas werd ingedeeld in groepjes; mijn zoon, die nooit godsdienstonderricht heeft gehad, zat samen met twee andere leerlingen die islamitisch gelovig zijn en één leerling die 'denkt' protestants te zijn. De les begon als een soort kwis. De groepjes moesten antwoorden op 27 vragen: wat gebeurde er op een bepaalde datum, waar dient dit voorwerp voor, enzovoort. Kennisgerichte vragen vooral rond de rituelen en voorwerpen die met godsdienst te maken hebben. Het groepje van mijn zoon bakte er niet veel van. Op het einde werd gesteld dat de kwis op punten stond en dat die zouden meetellen op het eerste rapport. Resultaat? Hoofdjes naar beneden en meteen een dégout van godsdienst voor de rest van het jaar. Tenminste dat risico loop je als leerkracht met deze aanpak. Hoe kan het ook anders? Ten eerste zou je deze kwis kunnen zien als je als leerkracht kunnen aanpassen en inspelen op het beginniveau van de leerlingen. Het behalen van een norm, hen langs de meetlat laten passeren van de eindtermen die je moet halen met je vak, is dan niet je doel, maar wel inzicht krijgen in wat zij weten of niet-weten en je aanbod daarop afstemmen, zodat iedereen weer mee is. Ten tweede zou je de kwis ook kunnen zien, niet louter als een weetkwestie, maar wel als een aanleiding om het met elkaar te hebben over de verschillen. Als een bepaalde religie op een bepaald moment een feest doet dat met licht te maken heeft, hoe gebeurt dat dan in andere religies? Wie kent hier wat van? Wie heeft zelf al iets meegemaakt? Daarmee tune je als leerkracht niet alleen in op het cognitieve, maar zal je eveneens zicht krijgen op de diversiteit in je klas en op de belevingswereld van die jongeren in relatie met religie. Dat lijkt me als eerste les een fijner uitgangspunt.

Mijn dochter, laatste jaar op de lagere school in het GO. Pluralisme staat daar hoog in het vaandel geschreven. Ondanks alle pleidooien van ouders van die school om een vak cultuurbeschouwing in te voeren, gaat men mee in de opdeling der leerlingen en leermeesters. Een droevig verhaal, elke keer weer bij de start van het schooljaar. Ondertussen zijn onze criteria om een keuze te maken voor een bepaalde 'leer': het aantal kinderen dat hiervoor kiest - we kiezen voor het kleine groepje - en of er wat vriendinnen meedoen. Niet echt een inhoudelijke keuze dus. En dit jaar verandert (nog maar eens) de juf. Tijd om kennis te maken met haar vooraf als ouders, is er niet. En na de eerste les, kan je je keuze niet meer veranderen. In het GO kan je geen nieuwe levensbeschouwelijk inzicht hebben na 5/9. Ik snap het ergens wel,want als je onze criteria bekijkt, geef je dan vrij spel aan heel wat willekeur en gewissel om niet-levensbeschouwelijke redenen. In elk geval had mijn dichter spijt van haar keuze. Les 1 begon met een klassiek gebed. De kennismaking beperkte zich tot de namen. De juf gaf geen inkijk in de plannen voor dit schooljaar, maar is gedoken in allerlei regels en afspraken. Ze had wellicht gehoord dat kinderen in een Freinetschool moeilijk te disciplineren waren??? Ik weet het niet, maar het is een vaak gehoord vooroordeel. In elk geval voelden de kinderen zich niet erg geaccepteerd. En laat dat nu het begin zijn van een goede leerkracht-leerlingverhouding: het gevoel geaccepteerd te worden in wie je bent.  Daarbovenop uit mijn dochter elke jaar opneiuw hetzelfde bezwaar, dat ik volledig snap: waarom moeten wij opgesplitst worden? Ik zou even graag met Fatima, Anikka,... samen het hebben over wat we in het leven belangrijk vinden, hoe mijn familie eruitziet, filosoferen... Waarom kan dit niet samen en met onze eigen juf. Ja, ik zou het ook wensen. Maar daar staan heel wat bezwaren in de weg.

Ik wil met deze twee voorbeelden noch de leerkrachten, noch de scholen met de vinger wijzen. Het zijn voor mij alleen twee heel concrete verhalen waarbij er heel wat anders had kunnen gebeuren,
zelfs binnen de huidige normen en beperkingen. De uitspraak van Jules Deelder indachtig: "Binnen de perken zijn de mogelijkheden even onbegrensd als daarbuiten." Laat ons vooral van de uitdaging die levensbeschouwelijke diversiteit vormt voor elke school en klas een mogelijkheid maken. Een mogelijkheid om innovatief en kwaliteitsvol onderwijs te organiseren voor alle kinderen.

maandag 11 augustus 2014

Coachen en interculturele competentie


Samen met Gunilla De Graef werken we een nieuw aanbod uit: een Masterclass 'Coaching en interculturele competentie'. Vanuit de tweedaagse basisopleiding Interculturele Competentie kwam vanuit professionals uit de integratiesector, de hulpverlening, het sociaal-cultureel werk de vraag hoe interculturele competentie te (stimu)leren. Coaching is daartoe een mogelijkheid. Het zusje van deze masterclass is 'Trainen van interculturele competentie'.

Het model van Interculturele Compentie dat we als referentiekader kiezen is het CIMIC-model dat we ontwikkelden waarbij er 9 componenten zijn die op 5 niveaus kunnen gemeten worden. Na een 'diagnose' via het zelfevaluatieinstrument, de ICWijzer, kunnen medewerkers, collega's of cliënten gecoacht worden op weg naar een meer intercultureel competente persoon. In de masterclass wisselen we uit en doen de ervaringen op zowel in het diagnosticeren van de niveaus van interculturele competentie, als in het stimuleren ervan. We bekijken interessante coachinterventies, alternatieve meetinstrumenten, uitdagingen met groeipotentieel. We oefenen ons ook om de match te maken met gangbare coachmodellen zoals bv. het GRROWmodel dat beschreven staat in het boek Inspirerend coachen van Jef Clement. Interculturele Competentie vormt dan het canvas waartegen we coachingsgesprekken laten plaatsvinden. De vragen en doelen die coachees zich stellen hebben te maken met het intercultureel competent worden. In deze benadering gaat het dus om het coachen VAN interculturele competentie.

Een andere benadering zou ook kunnen zijn om naar de verbinding tussen coachen en interculturele competentie te kijken meer vanuit de bril van de coach. We zetten de schijnwerper op het coachen MET interculturele competentie, je zou het ook cultuursensitief coachen kunnen noemen. Als coach en coachee niet hetzelfde culturele referentiekader hebben, is er immers veel kans dat waarden en normen patronen anders geprioriseerd worden, dat gebruikelijke tips minder aanslaan, dat bepaalde uitdagingen ongepast zouden kunnen overkomen, dat gevoelige zones op verrassende plaatsen gevonden worden. Een goede coach gaat hier zeker ook in een 'gewoon' coachgesprek mee aan de slag, maar intercultureel coachen vraagt misschien net dat ietsje meer - die bruine tussenschijf in onze groene appel -. Daar willen we samen naar kijken, geïnspireerd ook door het boek dat Rosinski hier recent over schreef. Je kan je zelfs de vraag stellen of met een bepaald cultureel referentiekader coachen als methode wel zinvol is. Als je immers geleerd hebt dat het leven jou bepaalt en jij niet het leven, dan wordt coaching misschien moeilijk. Dus zeker niet iedereen is gebaat bij coaching.

Tegelijkertijd zitten er ook veel kansen in een intercultureel coachgesprek! De verschillende culturele referentiekaders van coach en coachee kunnen aanleiding zijn tot het binnenbrengen van een veelheid aan perspectieven in het gesprek. Ook de opties voor het overgaan tot actie kunnen veel ruimer gesteld worden of anders georiënteerd worden en daardoor vernieuwend zijn. Dat maakt dit proces zeker zo boeiend.

Met een uitspraak van Rosinski over coachen sluiten we dit stukje af: "The art of facilitating the unleashing of people’s potential to reach meaningful, important objectives.”

 Met Goesthing bieden we vanaf 1 oktober - op vraag van onze deelnemers aan trainingen en intervisie- nu ook individuele coaching aan. Meer info vind je weldra op de website. Meld je alvast aan op het gekende adres: info@goes-thing.be.

maandag 7 oktober 2013

Niet voor de winst


Martha Nussbaum schreef een boek met deze titel. Het is een manifest dat een pleidooi houdt voor onderwijs waar menswording centraal staat.

Vrijdag nam ik als docent deel aan een visiedag van het team van de opleiding toegepaste Psychologie in Antwerpen, waar ik het vak Interculturele Begeleiding doceer. We kregen er de ruimte om vanuit een denkoefening rond gebeurtenissen op persoonlijk vlak, in de opleiding, het werkveld en de samenleving te komen tot een kernidee, een droom over waar ons onderwijs naartoe zou moeten evolueren. In een creatieve bui kwam het groepje waarin ik meewerkte tot een tekening waarbij onderwijs op dit moment vooral een spiegel van de samenleving is, onderwijs wil 'mee'-zijn met de trends van verzakelijking, efficiëntie, impact, individualisering,.. en ga zo maar door. Terwijl de rol van onderwijs juist zou moeten liggen in het 'voor'-zijn, in het opnemen van een voortrekkersrol, om jonge mensen klaar te stomen voor de nieuwe samenleving waarvan de kiemen al te zien zijn. Een samenleving waar samen leren en leven centraal staat, waar veerkracht moet ontwikkeld worden om om te gaan met levensgrote uitdagingen, waar alles veel meer slow zal verlopen. Van slow food naar slow learning? Het onderwijs dat daarop wil voorbereiden kan niet anders dan naar inhoud en  pedagogiek ruimte te maken voor menswording. Inhoudelijk zou veel meer aandacht mogen gaan naar andere culturen en religies, naar het kritisch bevragen van het eigen westers discours als één van de mogelijkheden ipv de alleszaligmakend, geschiedenis en filosofie, maar ook het leren van een vreemde taal zouden noodzakelijke ingrediënten moeten zijn van elke opleiding. Daarnaast is het belangrijk ruimte te maken voor het ontwikkelen van de verbeelding via een ruim aanbod aan kunstvormen. Pedagogisch is het een noodzaak te gaan werken met kleine groepen waar de individuele ontplooing van de studenten in interactie met anderen onderwerp van gesprek kan zijn, waar feedback en oprechte aandacht van docenten een plaats hebben, waar een experimenteerruimte voorhanden is om het nieuwe samenleven te oefenen. Deze droom lijkt ver af te staan van wat we momenteel meemaken op vlak van onderwijsontwikkelingen. In het boek van Nussbaum vergelijkt ze haar ervaringen in de VS, Europa en India  en besef je hoe bedroevend de kwaliteit van ons onderwijs is. In het licht van een goed functionerende democratische samenleving moeten we het roer dringend omgooien. Ik vond het afgelopen vrijdag een zeer deugddoende en enthousiasmerende oefening, die hoop creëerde. Er is een alternatief. Lees zelf Martha's manifest en denk ook eens terug aan die ervaringen tijdens jouw leerproces die je echt iets hebben geleerd over jezelf en de samenleving waarin je je beweegt, over onderwijs dat ertoe doet.

Fanny


Citaat uit Martha Nussbaum- Niet voor de winst: "Als de werkelijke botsing der beschavingen, zoals ik geloof, een botsing binnen de individuele ziel is, waar hebzucht en racisme strijd leveren met respect en liefde, dan zijn alle moderne samenlevingen die slag snel aan het verliezen, omdat ze de krachten voeden die tot geweld en ontmenselijking leiden en er niet in slagen de krachten te voeden die leiden tot culturen van gelijkheid en respect." (p. 188)