Fanny blogt vanaf nu verder op haar eigen website van Goesthing. We laten de oude blogs nog even staan maar er komen er geen nieuwe meer bij.

Lees dus verder op www.goes-thing.be/blog. Welkom!
Posts tonen met het label Onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderwijs. Alle posts tonen

dinsdag 7 maart 2017

Mijn held is een leerkracht

Afbeeldingsresultaat voor mijn held is een leerkracht
“Wees de verandering die je in de wereld wil zien”, zei Gandhi ooit. Als politici nu eens naar dat principe zouden leven, dan pas zou er echt iets gaan veranderen. In het hele debat over wiens verantwoordelijkheid het is dat een deel van de kinderen een onzekere toekomst tegemoetgaan in dit land omdat ze een gepaste scholing moeten missen, hoor ik zo weinig de echt structurele analyse. Dat stukje van de puzzel waar politici wél iets aan kunnen doen. Wat er nu gebeurt is een spelletje ‘blaming the victim’. En dat is geen onschuldig spelletje. In heel deze discussie voelen mensen opnieuw zich niet thuis, horen ze er niet bij, zijn ze anders én ook niet goed (genoeg), zij hebben alle schuld aan hun eigen miserie. Die plaat draaien sommigen nu al een tijdje grijs. De titelsong ervan is echter vals. Ze vertrekt van de premisse dat er  een ‘onze’ samenleving is waar anderen kunnen bijhoren als ze zich op een bepaalde manier gedragen, bepaalde normen en waarden volgen, zich op een bepaalde manier wel of niet kleden,…en ga zomaar door. Een wij/zijverhaal. Daar ligt de valse noot. 

Deze samenleving is fundamenteel van wie er hier en nu woont. De planeet wordt bevolkt door bewoners die tijdelijk ergens zijn en daar een samen-leven opbouwen. Zo zie ik het. En dan vertrek je van een ‘wij’, ik en jij en hoe wij daar een ‘wij’ van maken. Als we vanuit deze grondtoon naar ons onderwijslandschap vandaag kijken, is veel van wat daar gebeurt ouderwets, uit de tijd, een anachronisme. En daar moeten we volgens mij op inzetten als we kinderen en jongeren kansen willen geven in deze samen-leving. Meer nog, ik denk dat het niet alleen van belang is voor kinderen met roots in migratie dat we daar werk van maken maar voor al onze kinderen. Wat er vandaag de dag benoemd wordt als een probleem van een bepaalde groep, is eigenlijk het probleem van ons allen. ‘Allochtonen’ zijn als kanaries in de koolmijn. Ze geven aan waar het in ons systeem grondig fout loopt. Zij vallen uit de boot en tonen ons de urgentie van het vinden van een uitweg uit de impasse.

Een paar jaar geleden trokken honderden beleidsmakers, schooldirecteurs en leerkrachten naar Finland om daar good practices te gaan bekijken. Buiten wat rommelen in de marge is er met die ideeën weinig gebeurd. We weten al jarenlang dat er een watervalsysteem is en alle wetenschappelijke studies tonen aan dat níet de Nederlandse taal, níet de betrokkenheid van ouders, níet de inzet van de kinderen zelf, maar andere structurele factoren daar de voornaamste oorzaak van zijn. Fundamenteel gaat het om de organisatie van ons onderwijslandschap waar een echte hertekening al 15 jaar geleden in de schuif belandde. Om de inhoud van ons onderwijs dat nog steeds gebaseerd is op een witte mannelijke middenklassenorm.  En om de opleiding van mensen die in het huidige onderwijslandschap schromelijk tekortschiet.

Of laat me nog concreter worden met een drietal voorbeelden Een eerste. De testen die we gebruiken om kinderen en jongeren te heroriënteren zijn gebiased. Ze vertrekken van een meting van intelligentie die getest is op een normatieve groep die niet overeenkomt met de huidige populatie. Nochtans zijn er remedies: er is een hele beweging rond faire diagnostiek die de weg toont. Veel medewerkers op scholen met wie ik daarover spreek vallen totaal uit de lucht. Een tweede. Uit het laatste grote onderzoek in Vlaanderen bij 5500 scholieren bleek dat een cruciale beschermingsfactor tegen het watervalsysteem was vrienden hebben in de dominante meerderheidsgroep. Elkaar leren kennen, kansen op ontmoeten creëren. Dat is wat we zouden moeten doen. Maar de huidige debatten drijven polarisering op de spits ook tussen deze jongeren en hun ouders. Een derde cruciale factor voor jongeren om te slagen is – blijkt uit zeer veel antropologisch onderzoek op scholen-… een leerkracht die in hen gelooft. Daar kunnen we allemaal wel van meespreken. Wie heeft er niet een leerkracht voor ogen die jou net dat zetje in de goede richting gaf? Het was soms een leerkracht die voor je zorgde als het nodig was, in andere gevallen was het juist die leerkracht die je eens goed de waarheid zei. Dat zetje ziet er dus erg anders uit. Maar wat deze leerkrachten gemeen hebben is dat ze geven om die jongeren. To care not to cure. Dat is waar het echt om gaat. En dat graag zien gaat veel verder dan verdraagzaamheid. Het is een zorgzaamheid die ons moet aanzetten werk te maken van: een warm onthaal van ouders en kinderen op school, alert zijn voor onze stereotypen en vooroordelen als we ouders en kinderen bejegenen en als we over hen spreken in de leraarskamer, ons leermateriaal zorgvuldig te kiezen zodat alle stemmen erin aan bod komen, onze school zo in te richten dat iedereen er zich thuisvoelt, met passie les te geven en kinderen en jongeren hiermee te besmetten zodat ze hun eigen pad kunnen vinden in het leven, leefregels te maken van en met de jongeren waar controle en discipline niet meer de ordewoorden zijn maar wel respect en dialoog. Dat is de school waar ik van droom als leerkracht én als ouder. Maar wie werkt vanuit zijn hart om dit te kunnen realiseren wordt afgedaan als naïef, utopist en er wordt je de raad gegeven wat kalmer aan te doen, want je zou wel eens op een burnout kunne afstevenen. En dat is in vele gevallen ook jammer genoeg wat we zien gebeuren met net die mensen die vol vuur het juiste proberen te doen. Wat is dat juiste, als we denken vanuit een ‘wij’?

Als we in deze samenleving in transitie een verschil willen maken, dan zijn er twee levensgrote uitdagingen. Migratie en het ecologisch evenwicht. Beiden zijn nauw verbonden met elkaar. Beiden roepen gelijklopende angsten en onzekerheden op bij mensen. Beiden worden nu nauwelijks au serieux genomen door het beleid. Eigenlijk zou het daar de hele tijd over moeten gaan en zou een deftig onderwijsbeleid daaraan moeten getoetst worden. Als we willen samenleven op deze planeet moeten we kinderen en jongeren meenemen in dit verhaal. Onderwijs speelt een cruciale rol. Maar dan zal het wel snel van koers moeten veranderen. Want op dit moment is het onderwijs daar buiten wat themalessen en VakOverschrijdende Eindtermen (de VOETprojecten) nauwelijks mee bezig. Het zijn niet de leidraden om ons onderwijslandschap grondig te gaan hertekenen.  Als we competente jongeren willen vormen voor de samenleving van morgen door competente leerkrachten dan is het PEACEvijfletterwoord daar een gids in. PEACE staat voor : Praat Vrijmoedig, En-en denken en handelen, Aanvaard anderszijn, Creëer Coöperatief en Ervaar eigenwaarde.  Deze vijf handelingsprincipes tonen zich in pionierende leerkrachten en scholen en laat ons niet vergeten moedige jongeren en ouders die daar het voortouw in nemen. Zij zijn de échte helden vandaag!


Fanny Matheusen, transitiepedagoge bij Goesthing (www.goes-thing.be), instructor in Deep Democracy, docent Interculturele Hulpverlening en auteur van ‘Mijn held is een hulpverlener’. 

dinsdag 31 maart 2015

Waarom meisjes en vrouwen steeds geviseerd worden in het assimilatiediscours



Ursulinen Mechelen verbiedt het dragen van lange rokken of jurken. Los van wat het verhaal is en waarom de school dit doet, wil ik even een bedenking uiten. Vooral vanuit het vrouwzijn in deze superdiverse samenleving. Op één of andere manier zijn het steeds de vrouwen die gedisciplineerd moeten worden en dan nog via uiterlijke tekenen. Wat een vrouw draagt als kledij: van hoofd tot voeten, lees van hoofddoek tot lange rok, wordt met argwaan bekeken. En becommentarieerd, vooral door mannen met macht. ‘Het persoonlijke wordt politiek’, is een uitspraak van de tweede feministische golf en wat betreft dit onderwerp meer dan waar. Door hun kleding geven vrouwen aan te behoren tot bepaalde gemeenschappen en groepen en maken ze een maatschappelijk statement. In deze geseculariseerde samenleving zou je zo de bedekkende kleding kunnen zien als een opkomen voor het recht op een geloof, op religie. Het kan ook gelezen worden als een oordeel op de nietsonziende ontblootte samenleving, waar vrouwen aan de blikken van mannen worden overgeleverd. Zo zijn er vele lezingen mogelijk. Ook Chia Longman geeft in haar publicaties aan dat kleding een duidelijk facet vormt van maatschappelijke normering.  Wat een vrouw denkt is van weinig belang, wat ze draagt des te meer. Maar wat ik me in essentie afvraag is…

Waarom is er veel minder een debat in de samenleving en dus ook op scholen over de uiterlijke tekenen die jongens en mannen dragen? Hoe zij zich kenbaar maken als al dan niet gelovige? Via het disciplineren van vrouwen willen we integratie van (toekomstige) kinderen bewerkstelligen. En vervang het woord integratie hierbij maar door assimilatie. Het is een veelgebruikte strategie. Wereldwijd en doorheen de geschiedenis zijn het steeds vrouwen die worden ingezet om de strijd van een bepaalde groep voor een bepaald samenlevingsmodel te winnen. Agressie vanuit de machodominante samenlevingen wordt daarbij niet geschuwd. In Congo worden vrouwen ingezet als oorlogswapen, in de Middeleeuwen verbrandde men heksen, vaak vrouwen die mondig opkwamen voor hun  rechten of die de tijd vooruit waren met hun kennis.  En nu denk je waarschijnlijk, hoe durft ze dit te vergelijken? Door de dialoog met mijn studenten en het leren kennen van hun betekenisgeving , weet ik dat deze ‘beschaafde’ actie ook kwetst, ook mensen- en vrouwenrechten schendt.  En ook al zijn er verdomd goede argumenten om geen lange rok te hoeven dragen zelfs vanuit het geloof en zijn er terecht veiligheidsredenen vanuit de school om de rok te verbieden, in essentie gaat het hier om iets anders. De angst voor het vreemde en het vreemde beteugelen. En wie is echt de vreemde?? Ja, de vrouw en nu dus de vrouw met een kleurtje.  

Vanuit het feminisme kunnen we ook iets leren over de verhouding tussen minderheden en de dominante cultuur.  Luce Irigaray trekt de lijn door van de verhouding tussen man en vrouw naar de verhoudingen in een superdiverse samenleving. “To open a place for the other, for a world different from ours, from the inside of our tradition, is the first and the most difficult multicultural gesture.”De spanning tussen intimiteit en elkaar vreemd zijn is wat de verhouding tussen man en vrouw kenmerkt, maar ook de verhouding tussen de minderheden en de dominante cultuur in een samenleving. Het is de voortdurende balans tussen erkennen van gelijkheid - we zijn allemaal mensen, allemaal divers -  en het werkelijk plaats geven aan verschil. Eén van Irigarays boeken heet ‘Democracy begins between Two’. Voor haar is de basis van democratische verhoudingen het omgaan met gelijkheid en andersheid tussen de seksen.

Durre Ahmad, een Jungiaans psychologe uit Pakistan die ik een aantal keren mocht beluisteren, betoogde steeds dat de disciplinering van vrouwen een teken aan de wand is dat een samenleving  niet overweg kan met anderszijn en verschil.  Vanuit haar buitenstaandersblik (al 15 jaar bezoekt ze Vlaanderen) zegt ze het volgende: er bestaat een onvermogen ‘to bear mystery’: in deze zo op ratio gerichte samenleving, waar de wetenschap heilig wordt verklaard, hebben we het heel moeilijk met wat wij noemen ‘irrationaliteit’, emoties, geloof, transcendentie. De starre houding tegenover de hoofddoek is daar voor haar een voorbeeld van. Hoewel zij zelf een zeer liberale visie aanhangt als moslima op vlak van uiterlijke tekenen – waarmee ik niets zeg over de diepte van haar geloof – vindt zij dat het gesprek over de hoofddoek fundamenteel een gesprek tussen vrouwen moet zijn die de hoofddoek al dan niet dragen. De manier waarop er nu over hen beslist wordt, wakkert de invloed van bepaalde strekkingen binnen de islam die een meer fundamentalistischer visie vertegenwoordigen alleen maar aan. “Wat je aandacht geeft, groeit’, zegt David Cooperrider in de benadering van Apprecative Inquiry en het is precies wat er gebeurd is met de hoofddoek. ‘Wij’ hebben er een probleem van gemaakt en het probleem is alleen maar groter geworden. Bovendien voegt zij toe dat in elke samenleving het steeds het feminiene is dat de zondebok is. Daarom is de hoofddoek een symbooldossier.

Vaak zijn het net die meisjes die goed studeren, die een toekomstbeeld hebben, die op hun eigenwijze manier emanciperen, die beteugeld worden. Emanciperen via het geloof, ja, en dat zijn we niet(meer) gewend. Vanuit een keuze om een zelf te ontwikkelen in verbinding met een gemeenschap; ook iets waar we in deze op autonomiegerichte samenleving maar moeilijk bij kunnen. Als we deze jonge vrouwen voortdurend het gevoel geven dat ze geviseerd worden, gediscrimineerd en buitengesloten, wat hebben we dan bereikt?


‘Er zijn vele wegen naar emancipatie’, zei Anja Meulenbelteens. Ik denk dat er ook vele wegen naar integratie zijn. Zeker voor vrouwen . En zouden we niet beter bezig zijn met kansen te scheppen op sociaal-economisch vlak en talenten  te stimuleren bij deze jonge moslima’s dan hen te herleiden tot steeds maar weerkerende doek- en vlies discussies?  Als we echt om hun toekomst geven, geef hen dan het recht op het vormgeven van hun eigen toekomst!

vrijdag 28 november 2014

Revolte onder de radar



Vorige week dook ik samen met 105 studenten onder in de superdiverse wereld van Antwerpen. Lezingen, workshops, stadswandelingen en praktijkbezoeken nodigden uit tot het ontwikkelen van interculturele competentie. Een competentie die zij meer dan ooit zullen nodig hebben in hun later beroepsleven. Als afgestudeerden in de Toegepaste Psychologie komen zij terecht in kleurrijke scholen in CLB’s, op gemixte werkvloeren en in diverssensitieve eerstelijnshulpverlening. Op het einde van de week gaven de studenten aan dat ze geleerd hadden vooral op 3 componenten van interculturele competentie: veerkracht , ontvankelijkheid  en multiperspectiviteit .

Woensdag was voor velen van hen een dag van uitersten in dit leerproces . De ochtend startte met een lezing door gastdocent Bleri Lleshi. Als hij een bewering hoort van onze beleids- of mediamakers gaat hij op onderzoek uit. Hij zoekt cijfers en bewijzen om gratuite meningen en stellingen te ontkrachten. Hij is een filosoof, onderzoeker maar ook een activist voor wie deze cijfers ook mensen zijn, met name de jongeren die hij ontmoet in Brusselen die (over) leven in deze superdiverse samenleving. Zijn scherpe analyse lokte heel wat reacties uit. Van oneenszijn, tot erg eenszijn, van gechoqueerd tot gecharmeerd. Bij de meesten bleef er ook een gevoel van machteloosheid over, merkte ik in de nabespreking met enkele studenten. De structuren en systemen die aan het werk zijn in onze samenleving botsen soms heftig op de goede intenties en inzet van burgers en professionals. Eén student stelde terecht de vraag ‘wat kunnen wij dan wel doen?’. De tijd ontbrak om hierop een gedegen antwoord te bieden, maar dat kwam naar mijn aanvoelen in de namiddag.

Met een groepje studenten ging ik op bezoek bij Al Ikram een organisatie die het opneemt voor de mensen die geen rechten hebben op hulp, voor zij die echt uit de boot vallen. Het initiatief werkt op vrijwilligers en met giften en is niet opgenomen in de gesubsidieerde hulpverleningssector. Veel hulpverleningsinstanties verwijzen naar hen door, omdat ze zelf geen antwoorden of aanbod meer hebben: van CAW over OCMW. Het initiatief is gestart bij Nordin Cherkaoui, die er nog steeds de drijvende kracht en bezieler van is. Met een broodkorst die hij gaf aan wie helemaal niets meer had, kon hij niet meer tevreden zijn en hij begon voedselpakketten uit te delen aan daklozen. Nu beslaat de werking zowel voedselbedeling als ook hup bij het invullen van papieren, taallessen, aanbieden van maaltijden, hulp bij het inrichten van een huis waar ook kinderen kunnen wonen, tot ondersteuning in de palliatieve zorg en het vervullen van een levenseindewens.  Elke dag kan je bij Al Ikram terecht. En dus ook die woensdag. Er werden regelmatig spullen binnengebracht door mensen. En er stonden ook mensen aan de deur. Beklijvend werd het toen een jonge vrouw met een kind van 2 kwam aankloppen. Het kindje huilde, van de honger en de kou. Een truitje werd tevoorschijn getoverd en ik bood de appel aan die ik nog in mijn tas had. Deze vrouw en haar kind slapen al 3 dagen op straat. Al Ikram probeert geld te verzamelen om haar enkele nachten op hotel te laten slapen om even te bekomen. Vandaar zal men op zoek gaan naar woonst, want naar de situatie waar ze vandaan kwam, wil ze niet meer terug: een gewelddadige man die haar terroriseerde. Als vrouw zonder papieren dan de beslissing nemen om te vertrekken, getuigt van veel moed. Een ander verhaal vertelt Nordin ons over een man die terminaal ziek is. De dokters bellen Nordin en zeggen dat hij nog 2 dagen te leven heeft.  De levenseindewens van die man?: zijn moeder, die hij al 20 jaar niet meer heeft gezien en die in zijn land van herkomst woont, nog één keer omhelzen. Nordin rijdt de komende 24 uur alle instanties af: de ambassade, de vliegtuigmaatschappij, hij praat zelfs persoonlijk met de piloot, hij zoekt een vrijwilliger die de man kan begeleiden. En het lukt. Het verdriet is natuurlijk enorm, maar ook vreugde klinkt in de stem van de moeder wanneer ze Nordin enkele dagen later belt om te zeggen hoe dankbaar ze is dat haar zoon in haar armen kon sterven. In het kleine kantoortje van Al Ikram wordt het stil en studenten pinken een traan weg. En dan komt de vraag: waarom doe je dit? En Nordin vertelt het heel eenvoudig: ik doe het goede in het leven voor mensen die nabij zijn, mijn buren en wie mijn hulp kan gebruiken. De slagzin van Al Ikram luidt: ‘Begin eerst bij je buren… en dan aan de Wereld.’ Het waren de laatste woorden die Nordins vader tegen hem sprak bij zijn overlijden. We ontmoeten een man met een missie, zoveel is duidelijk. Wat ik er vooral ook uit onthou is dat de mensen die zich voor dit werk inzetten de marges zoeken van wat kan, het toch elke keer weer voor elkaar krijgen, ervoor gaan ook al lijkt het onmogelijk. Dat vereist kracht, doorzetting en moed. En ook gewoon: doen, er niet alleen OVER praten. Op de laatste dag van onze lesweek hadden we een ontbijt in superdiversiteit; er bleef eten over. Enkele studenten namen spontaan het initiatief, belden rond en gingen het eten brengen naar een daklozenorganisatie in de buurt. Ook en soms vooral deze kleine gebaren hebben betekenis!


Ik koester de hoop dat de studenten van nu later als professional meestappen in deze  tekenen van revolte onder de radar, in deze uitingen van ware solidariteit met elke medemens. En deze opdracht voor een mens vind je terug over vele levensbeschouwingen heen. Ook jij hebt de kans om jouw persoonlijke speelruimte te benutten en het ‘goede’ te doen, om je menszijn te tonen in je professie.

dinsdag 9 september 2014

Levensbeschouwelijke diversiteit in de klas

Binnenkort (november 2014) komt er een interessant boek uit, geschreven door Ides Nicaise en Gudrun Juchtmans, onderzoekers van het HIVA. Zij verwerkten in hun boek interviews met kinderen die op zeer verschillende scholen samenwerken met elkaar en met de leerkracht in een klas waar steeds meer levensbeschouwelijke heterogeniteit aanwezig is. We kregen een inzage in het boek, omdat we meewerken aan de lancering ervan op 25/11. Met Goesthing zullen we daar, in samenwerking met Schoolmakers, een workshop verzorgen. Thema? "Als het pittig wordt..."
Zonder op de inhoud van het boek verder in te gaan - dat is immers nog een verrassing - deel ik met hen de baseline die zowel uit hun literatuuronderzoek als uit het bevragen van de kinderen komt: we hebben nood aan een (meer) leerlinggericht in plaats van een (enkele of voornamelijk) normgericht onderwijs. De toevoegingen tussen haakjes zijn van mij. Vanuit de realiteit van het onderwijs vandaag, kan ik alleen maar stellen dat dit het zoeken is naar een balans. Maar wat duidelijk is, is dat de weegschaal totaal uit evenwicht is momenteel. Laat me je twee voorbeelden geven, die deze week op onze eettafel kwamen, bij de start van het nieuwe scholjaar. Want ook mijn kids zitten in een klas met veel levensbeschouwelijke diversiteit!

Mijn zoon, twee jaar ASO, komt de tweede dag van het schooljaar thuis, met al een buis. Ja, voor godsdienst. "Ik zal mijn best moeten doen om dat op te halen." Los van het feit dat het niet leuk is je jaar te beginnen met achterstand, wil ik wel weten wat er dan getest werd bij godsdienst. Meer en meer wordt dit vak onderwezen als een kennisvak, als antwoord op levensbeschouwelijke diversteit. Je kan ook daar je mening over hebben, maar daar gaat het me nu niet om. Wat was er gebeurd? De klas werd ingedeeld in groepjes; mijn zoon, die nooit godsdienstonderricht heeft gehad, zat samen met twee andere leerlingen die islamitisch gelovig zijn en één leerling die 'denkt' protestants te zijn. De les begon als een soort kwis. De groepjes moesten antwoorden op 27 vragen: wat gebeurde er op een bepaalde datum, waar dient dit voorwerp voor, enzovoort. Kennisgerichte vragen vooral rond de rituelen en voorwerpen die met godsdienst te maken hebben. Het groepje van mijn zoon bakte er niet veel van. Op het einde werd gesteld dat de kwis op punten stond en dat die zouden meetellen op het eerste rapport. Resultaat? Hoofdjes naar beneden en meteen een dégout van godsdienst voor de rest van het jaar. Tenminste dat risico loop je als leerkracht met deze aanpak. Hoe kan het ook anders? Ten eerste zou je deze kwis kunnen zien als je als leerkracht kunnen aanpassen en inspelen op het beginniveau van de leerlingen. Het behalen van een norm, hen langs de meetlat laten passeren van de eindtermen die je moet halen met je vak, is dan niet je doel, maar wel inzicht krijgen in wat zij weten of niet-weten en je aanbod daarop afstemmen, zodat iedereen weer mee is. Ten tweede zou je de kwis ook kunnen zien, niet louter als een weetkwestie, maar wel als een aanleiding om het met elkaar te hebben over de verschillen. Als een bepaalde religie op een bepaald moment een feest doet dat met licht te maken heeft, hoe gebeurt dat dan in andere religies? Wie kent hier wat van? Wie heeft zelf al iets meegemaakt? Daarmee tune je als leerkracht niet alleen in op het cognitieve, maar zal je eveneens zicht krijgen op de diversiteit in je klas en op de belevingswereld van die jongeren in relatie met religie. Dat lijkt me als eerste les een fijner uitgangspunt.

Mijn dochter, laatste jaar op de lagere school in het GO. Pluralisme staat daar hoog in het vaandel geschreven. Ondanks alle pleidooien van ouders van die school om een vak cultuurbeschouwing in te voeren, gaat men mee in de opdeling der leerlingen en leermeesters. Een droevig verhaal, elke keer weer bij de start van het schooljaar. Ondertussen zijn onze criteria om een keuze te maken voor een bepaalde 'leer': het aantal kinderen dat hiervoor kiest - we kiezen voor het kleine groepje - en of er wat vriendinnen meedoen. Niet echt een inhoudelijke keuze dus. En dit jaar verandert (nog maar eens) de juf. Tijd om kennis te maken met haar vooraf als ouders, is er niet. En na de eerste les, kan je je keuze niet meer veranderen. In het GO kan je geen nieuwe levensbeschouwelijk inzicht hebben na 5/9. Ik snap het ergens wel,want als je onze criteria bekijkt, geef je dan vrij spel aan heel wat willekeur en gewissel om niet-levensbeschouwelijke redenen. In elk geval had mijn dichter spijt van haar keuze. Les 1 begon met een klassiek gebed. De kennismaking beperkte zich tot de namen. De juf gaf geen inkijk in de plannen voor dit schooljaar, maar is gedoken in allerlei regels en afspraken. Ze had wellicht gehoord dat kinderen in een Freinetschool moeilijk te disciplineren waren??? Ik weet het niet, maar het is een vaak gehoord vooroordeel. In elk geval voelden de kinderen zich niet erg geaccepteerd. En laat dat nu het begin zijn van een goede leerkracht-leerlingverhouding: het gevoel geaccepteerd te worden in wie je bent.  Daarbovenop uit mijn dochter elke jaar opneiuw hetzelfde bezwaar, dat ik volledig snap: waarom moeten wij opgesplitst worden? Ik zou even graag met Fatima, Anikka,... samen het hebben over wat we in het leven belangrijk vinden, hoe mijn familie eruitziet, filosoferen... Waarom kan dit niet samen en met onze eigen juf. Ja, ik zou het ook wensen. Maar daar staan heel wat bezwaren in de weg.

Ik wil met deze twee voorbeelden noch de leerkrachten, noch de scholen met de vinger wijzen. Het zijn voor mij alleen twee heel concrete verhalen waarbij er heel wat anders had kunnen gebeuren,
zelfs binnen de huidige normen en beperkingen. De uitspraak van Jules Deelder indachtig: "Binnen de perken zijn de mogelijkheden even onbegrensd als daarbuiten." Laat ons vooral van de uitdaging die levensbeschouwelijke diversiteit vormt voor elke school en klas een mogelijkheid maken. Een mogelijkheid om innovatief en kwaliteitsvol onderwijs te organiseren voor alle kinderen.

maandag 10 februari 2014


Universal Design for Learning is het nieuwe modewoord om in het (hoger) onderwijs ervoor te zorgen dat ook studenten met leerstoornissen, ontwikkelingsstoornissen of een handicap voluit kunnen participeren.  Sleutel om anders na te gaan denken dan in termen van aangepast of buitengewoon onderwijs, maar wel in termen van "onderwijs voor allen" is, zo leerde ik afgelopen week, tijdens het symposium van CODE, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH), dat al door zeer veel landen is geratificeerd. Misschien is het wel één van de meest geratificeerde verdragen. En vermits België ook tekende, is het nu aan de onderwijsinstellingen en natuurlijk het onderwijsbeleid om de trein in gang te zetten. Niet dat er al heel veel gebeurde, maar vaak ging het om wat men noemt redelijke aanpassingen. En dat is soms ook waar het schoentje wringt. In onderzoek is nu immers ook vastgesteld dat ondanks alle inspanningen, ook naar sensibilisering, de attitudes van docenten en medestudenten tegenover studenten met een beperking of "een etiket", eerder koel blijven om niet te zeggen soms zelf negatief zijn. En dat is toch een probleem. Zou het kunnen dat we hier de vergelijking mogen trekken met een beleid van positieve discriminatie, wat redelijke aanpassingen in feite vaak zijn? Toen men meer gendergelijkheid wilde bekomen via aanpassingen aan bv. werving-en selectieprocedures werden vrouwen haast verdacht en werden ze zeker niet als vol beschouwd. Op de werkvloer veranderde er ook weinig waardoor vrouwen soms even snel binnen als weer buiten waren. Seksistische praat is op sommige werkvloeren jammer genoeg nog steeds schering en inslag. Ik denk dat elk uitzonderingsbeleid negatieve attitudes in de hand werkt. Inclusieve manieren van denken en handelen oogsten eerder positieve attitudes, omdat ze een beleid en een praktijk voorstaan die voor iedereen voordelen oplevert. Dit zien we op vele werkvloeren alleszins toch.

Maar terug naar UDL, of wat eigenlijk een pleidooi voor inclusief onderwijs is. Men stapt af van de uitzonderingen en van de focus op de persoon met de beperking, maar bekijkt waar de omgeving kan aangepast worden vaak tot nut van iedereen die daarin functioneert. Wat afwijkt van de norm wordt de nieuwe standaard.  Ethisch is dit een veel gezondere keuze, maar ook economisch blijkt dat meteen kiezen voor UDL tot 30% besparing kan opleveren in vergelijking met aanpassingen later. Het gaat over: brailletekens op liftknopjes, een hellend vlak ipv trappen in de centrale inkomhal, grotere letters op examenbladen, overal en altijd je spellingcorrector mogen inzetten,... En toch denk ik dat er hier iets vergeten wordt. Net zoals we eerst zagen dat voor mensen met een handicap er eerst buitengewoon onderwijs, daarna redelijke aanpassingen en nu dus inclusief onderwijs is/komt, zien we diezelfde tendenzen ook als het over etnisch-culturele verschillen gaat. Ook daar startte het met aparte scholen voor bv. toentertijds de kinderen van de Italiaanse en Griekse mijnwerkers. Nu nog kennen we witte en zwarte scholen. Ondertussen zijn er scholen die redelijke aanpassingen hebben ingevoerd, soms noodgedwongen, om tegemoet te komen aan de specifieke vragen/wensen van hun leerlingen van vreemde origine en hun ouders: men voert speciale toeleidingsprogramma's, men serveert halal in de refter, men voert een tolk aan op ouderavonden, er is extra Nederlands in de OKANklasssen en huiswerkbegeleiding op school of door vrijwilligers. En dit zijn vooruitstrevende scholen die al deze zaken al ondernemen. Maar een echt meerstemmige school krijgen we hier niet mee. In zo'n school zou de meerwaarde van verschil moeten gevierd worden. Daar verandert inhoud en vorm van het onderwijs doordat de bevolking verandert. Daar krijgt iedereen niet alleen gelijke onderwijskansen, maar eveneens kan ieder zijn haar talent benutten door een eigen koers te varen in overeenstemming met een visie die door allen wordt gedragen. Daar wordt diversiteit een weldaad voor iedereen. Het geeft ons immers de noodzaak aan om ons onderwijssysteem fundamenteel te herdenken. In de richting van echt leerling-en studentgericht onderwijs. Dit is het toekomstbeeld waaraan scholen vandaag de dag zouden moeten kunnen werken. Maar door nu alleen de focus te leggen op de I van inclusief, dreigen we de I van intercultureel onderwijs weer even achteruit te schuiven. Kan het voor één keertje niet eens en-en zijn ipv of-of. In de geest van het kruispuntdenken ook. Want veel van onze leerlingen zijn trouwens niet het één of het ander maar zijn hun eigen unieke mix. Met als belangrijke kanttekening dat wat nu voor personen met een handicap een recht is door bovengenoemd verdrag - en als dusdanig zo ook kan afgedwongen worden als dat moet-, nog niet gezien wordt als een recht als we het over etnisch-culturele diversiteit hebben. We garanderen dan wel recht op onderwijs - en zelfs dat is niet sluitend in België- maar goed-voor-allen onderwijs zeker niet. Bovendien vrees ik dat we anders na de noodzakelijke attitudeverandering naar studenten met een beperking toe, we opnieuw gaan investeren in attitudeverandering naar studenten van vreemde origine. Of zijn 'ze' tegen die tijd als zo 'ons' geworden, dat het helemaal niet meer nodig is? Dat geloof ik niet. Verschil zal er altijd zijn, maar Universal Design for Learning biedt ons tools om met die uitdagingen om te gaan. Alleen wordt het nu niet doordacht ingezet om beide I's waar te maken. Een hedendaagse school is inclusief en intercultureel: I²

Fanny

woensdag 4 december 2013

In your face


De cijfers rond racisme en vreemdelingenhaat die vorige week nieuws werden toen de cijfers van de Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor voorgesteld werden, troffen me erg. Bijna dagelijks ben ik door mijn werk met 'het thema' bezig. En samen met mij een heel legertje diversiteitswerkers, in zeer verschillende functies. Met de stille hoop jezelf op een dag overbodig te maken. Op zo'n hoopvolle dag sta ik vaak op het het idee dat we natuurlijk een levenslang werk hebben aan een goede interpersoonlijke communicatie - want ik ken niemand die daar expert in is, om het maar eens in competentietermen te zeggen. Dan relativeer ik het aandeel cultuur. Maar in confrontatie met deze cijfers, denk ik wel dat we over cultuur moeten spreken. Een dan zeker niet 'over' de cultuur van 'de ander', maar juist 'in' de eigen cultuur duiken. Zoals Hans Muys bijvoorbeeld in zijn reactie op die cijfers een dag later in De Morgen duidelijk de koppeling maakt tussen deze cijfers en de hoge onzekerheidsvermijding in Vlaanderen. Of zoals Rachida Lamrabet het mooi verwoordt in haar artikel over het rouwproces van Vlaanderen, het ingebeelde Vlaanderen dat nooit realiteit is geweest.

Ook om een tweede reden troffen die cijfers me. Ik ben immers ook allochtoon in de ruime defintie. En in elk geval anders, geen typische Vlaming volgens het Bourgeoisrecept. Ik sta niet onmidelllijk op als de wekker afgaat, bij mij kan je binnenwandelen zonder afspraak, mijn kinderen spelen graag op straat,... Dat is alvast duidelijk. De cijfers treffen omdat ze veelzeggend zijn over hoe met andersen wordt omgegaan in de samenleving. En daar hebben zeer veel mensen last van. De verkrampte houding waarmee wordt geoordeeld over wat kan/niet kan, wat aanvaardbaar is, wat normaal is, speelt zich elke dag af op werkvloeren, in treinen, aan de kassa van de supermarkt. De blikken die mensen uitwisselen zitten vol superioriteit en vol angst. Hoe is het zover gekomen? Voorname bronnen liggen natuurlijk in onze eigen cultuurgeschiedenis: onverwerkte trauma's van wereldoorlogen, van onderdrukking van een volk, van repressie door de Katholieke Kerk, van weinig opleiding en studie. Marc Colpaert kan er uren over vertellen. Blijkbaar dragen we dit intergenerationeel mee. Al is er wel een duidelijk verschil bij deze cijfers: hoe ouder de Vlaming, hoe negatiever zijn houding; er zit dus ook een aspect aan van 'gewenning' of van 'tijd heelt de wonden'?  En ook scholing speelt een rol. Via vorming en training proberen we hieraan te werken en daar zijn soms echte 'chocs interculturelles' voor nodig (zoals Margalit Cohen-Emerique deze ervaringsgerichte oefeningen en besprekingen van cases noemt).

Vorige week begeleidde ik een groep van 85 studenten, die zelf in hun samenstelling erg divers waren, tijdens een interculturele belevingsweek. De week bevatte enkele klassiekers: een moskeebezoek, wandelingen met Antwerpen Averechts, Kwinkslag spelen; we bekeken het groot racisme experiment in NL, maar deden ook een confronterende oefening in anders-zijn. Wat mij erg opviel was dat het voor sommigen de eerste keer was dat ze tijdens deze activiteiten met een medestudent durfden praten over cultuurverschillen: zichtbare, zoals het dragen van een hoofddoek of minder zichtbare, de opvoeding in je gezin van herkomst. Vaak waren dit zeer gevoelige gesprekken. En dat raakte diep. En werkte erkennend en waarderend. En zorgde ervoor dat de bezoeken in de stad een stapje verdergingen, want de uitwisseling tussen elkaar maakte de uitwisseling met andersen opener. Met een groter respect werd er geluisterd; de botsingen werden minder uit de weg gegaan. In de evaluaties achteraf brachten vele studenten aan dat ze het gevoel hadden anders naar elkaar en de hen omringende samenleving te kijken, dat ze tevoren geen weet hadden van de belevingen van je echt anders te voelen tot en met gediscrimineerd te worden. Tijdens deze lesweek kwam Sultan Balli ook spreken. Zij bracht het begrip aan 'integratie-transformatie': een oproep om aan integratie te werken bij alle burgers die deel uitmaken van deze samenleving. Iedereen moet zijn plekje vinden in deze superdiversiteit. De opleidingsweek heeft me opnieuw doen beseffen dat de tijd gekomen is om daaraan te werken liefst in etnisch-cultureel heterogene groepen zodat de dialoog alvast daar kan starten.

Want wie deze cijfers echt in het gezicht gekregen heeft zijn natuurlijk de mensen die zichtbaar anders zijn en over het wie het voornamelijk gaat. Mijn zusters, moslima's, bijvoorbeeld of mijn 2 allochtone collega's die de week mee-begeleidden of de sterke vrouwen uit het prachtige boek (annex tentoonstelling in Museum M)  "Ik kom van ver". Hen wil ik oproepen om te durven spreken over wat hen bezighoudt, over hoe ze zich voelen, wat ze meemaken, hoe ze bijdragen aan deze samenleving. Alleen een dialoog waarin we elkaar ontmoeten als mensen kan kentering brengen. En laat ons misschien de cijfers bekijken met het glas halfvol: al 60% van de Vlamingen beschouwt de aanwezigheid van verschillende culturen als een verrijking van onze samenleving. Op naar de 100%!

maandag 7 oktober 2013

Niet voor de winst


Martha Nussbaum schreef een boek met deze titel. Het is een manifest dat een pleidooi houdt voor onderwijs waar menswording centraal staat.

Vrijdag nam ik als docent deel aan een visiedag van het team van de opleiding toegepaste Psychologie in Antwerpen, waar ik het vak Interculturele Begeleiding doceer. We kregen er de ruimte om vanuit een denkoefening rond gebeurtenissen op persoonlijk vlak, in de opleiding, het werkveld en de samenleving te komen tot een kernidee, een droom over waar ons onderwijs naartoe zou moeten evolueren. In een creatieve bui kwam het groepje waarin ik meewerkte tot een tekening waarbij onderwijs op dit moment vooral een spiegel van de samenleving is, onderwijs wil 'mee'-zijn met de trends van verzakelijking, efficiëntie, impact, individualisering,.. en ga zo maar door. Terwijl de rol van onderwijs juist zou moeten liggen in het 'voor'-zijn, in het opnemen van een voortrekkersrol, om jonge mensen klaar te stomen voor de nieuwe samenleving waarvan de kiemen al te zien zijn. Een samenleving waar samen leren en leven centraal staat, waar veerkracht moet ontwikkeld worden om om te gaan met levensgrote uitdagingen, waar alles veel meer slow zal verlopen. Van slow food naar slow learning? Het onderwijs dat daarop wil voorbereiden kan niet anders dan naar inhoud en  pedagogiek ruimte te maken voor menswording. Inhoudelijk zou veel meer aandacht mogen gaan naar andere culturen en religies, naar het kritisch bevragen van het eigen westers discours als één van de mogelijkheden ipv de alleszaligmakend, geschiedenis en filosofie, maar ook het leren van een vreemde taal zouden noodzakelijke ingrediënten moeten zijn van elke opleiding. Daarnaast is het belangrijk ruimte te maken voor het ontwikkelen van de verbeelding via een ruim aanbod aan kunstvormen. Pedagogisch is het een noodzaak te gaan werken met kleine groepen waar de individuele ontplooing van de studenten in interactie met anderen onderwerp van gesprek kan zijn, waar feedback en oprechte aandacht van docenten een plaats hebben, waar een experimenteerruimte voorhanden is om het nieuwe samenleven te oefenen. Deze droom lijkt ver af te staan van wat we momenteel meemaken op vlak van onderwijsontwikkelingen. In het boek van Nussbaum vergelijkt ze haar ervaringen in de VS, Europa en India  en besef je hoe bedroevend de kwaliteit van ons onderwijs is. In het licht van een goed functionerende democratische samenleving moeten we het roer dringend omgooien. Ik vond het afgelopen vrijdag een zeer deugddoende en enthousiasmerende oefening, die hoop creëerde. Er is een alternatief. Lees zelf Martha's manifest en denk ook eens terug aan die ervaringen tijdens jouw leerproces die je echt iets hebben geleerd over jezelf en de samenleving waarin je je beweegt, over onderwijs dat ertoe doet.

Fanny


Citaat uit Martha Nussbaum- Niet voor de winst: "Als de werkelijke botsing der beschavingen, zoals ik geloof, een botsing binnen de individuele ziel is, waar hebzucht en racisme strijd leveren met respect en liefde, dan zijn alle moderne samenlevingen die slag snel aan het verliezen, omdat ze de krachten voeden die tot geweld en ontmenselijking leiden en er niet in slagen de krachten te voeden die leiden tot culturen van gelijkheid en respect." (p. 188)