Fanny blogt vanaf nu verder op haar eigen website van Goesthing. We laten de oude blogs nog even staan maar er komen er geen nieuwe meer bij.

Lees dus verder op www.goes-thing.be/blog. Welkom!
Posts tonen met het label Vrouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vrouwen. Alle posts tonen

zaterdag 19 mei 2018

E-man-cipatie: exit witte mannen?!


Afbeeldingsresultaat voor pussy hats

Ik woon in Mechelen. De stad die vorige week het nationale nieuws haalde met een niet-gegeven handdruk. En ik wil er meteen bijzeggen met een niet-gesloten huwelijk. Want is dat niet het echte ‘drama’: er is een witte man die geen hand heeft gekregen en gekrenkt is in zijn eer, maar er is in mijn ogen vooral een vrouw die onbeschermd is achtergebleven. Het wettelijk huwelijk biedt immers toch een iets veiligere basis voor een vrouw om een relatie aan te gaan dan zonder een huwelijkse verbintenis. En dat werd deze vrouw ontzegd. Ik was er niet bij en weet dus niet concreet over wie het ging. Maar ik denk dat we hier wel van een intercultureel conflict kunnen spreken. Met in de hoofdrollen een bange blanke man, in zijn eer gekrenkt en een vrouw, wellicht gelovig, die haar eigen eer wilde beschermen. Het gaat me niet om wie heeft gelijk, maar wel wil ik een ander perspectief laten klinken dat in deze situaties in mijn beleving weinig gehoord wordt. Laat ons even abstractie maken van de verkiezingskoorts en profileringsdrang die wellicht ook meespeelt in dit verhaal, de harde taal die dan klinkt en waardoor zoiets ook nationaal nieuws wordt. Een alledaags gebeuren – dat zou het in mijn ogen moeten zijn- wordt uitvergroot tot een incident.

Wat weten we? De schepen stak zijn hand uit en de vrouw zei dat ze hem geen hand kon geven. De schepen beslist het huwelijk niet te willen sluiten. Een eerste bedenking is of een hand geven hoort bij het verplichte ceremonieel rond een burgerlijk huwelijk. Nergens staat het geschreven in de wet dat dit moet, dat dit erbij hoort. En ik denk ook niet dat overal in België men de hand schudt. Het was vooral een gewoonte van deze schepen, kan je stellen, iets wat hij wil, wat hij eist. Een culturele gewoonte die hij oplegt in een omgeving die ‘neutraal’ hoort te zijn.
En hij voelde zich beledigd. Vond het een kwestie van genderongelijkheid in zijn stad. Dat er een vrouw is die mannen geen hand wil geven. Voor alle duidelijkheid het ging niet over een vrouw die niet wilde begroeten. Het ging over die ene witte mannelijke dominante vorm van begroeten: de handdruk.

Als er zo’n incidenten rond begroeten zijn, wil ik wel onderstrepen dat ik het  belangrijk vind dat er gegroet wordt.Op welke manier, daar lijkt mij veel verschil op te mogen zitten in een meerstemmige samenleving. En dat dit af en toe oncomfortabele situaties oplevert, ja, dat is zo. Wees voorbereid op verschil, get over it, denk ik dan! Zeker een schepen van diversiteit zou beter moeten weten.  
Er is verder geen communicatie of dialoog meer geweest. Dit had natuurlijk ook gekund: dat de schepen had gezegd wat hem stoorde en zou gevraagd hebben wat de intentie of reden is, of er iets ander mogelijk zou geweest zijn, nee meteen is het huwelijk geweigerd. Een heel drastische oplossing voor dit conflict.

Wat de motieven van de vrouw zijn, kunnen we dus niet weten: vindt ze deze schepen onsympathiek (je kiest immers op maandag niet wie je trouwt, je moet het met hem stellen , willens nillens), wilde ze rein blijven voor de man om wie het vandaag voor haar draaide, haar toekomstige echtgenoot, wilde ze haar familiegewoontes eren, wilde ze uiting geven aan haar wens om…

Als hetzelfde zich zou voordoen met iemand die die dag griep heeft en geen hand geeft om niet te besmetten , met iemand die een huidziekte had en geen hand zou kunnen geven, met iemand die owv een fysieke beperking geen hand heeft, dan zouden we er heel anders naar kijken. Nochtans gaat het in se om eenzelfde diversiteitsvraagstuk. Iemand geeft geen hand bij een ceremonie waar een hand geen verplicht onderdeel is. Maar omdat het over al dan niet vermeend cultureel of religieus verschil gaat, tillen we anders aan de zaak. Het wordt een verhaal van genderongelijkheid, van niet passen in deze geëmancipeerde samenleving. En de stereotypen die dan rondvliegen zijn niet van de poes. Meteen wordt over deze vrouw gezegd dat het wel een gedwongen huwelijk zal zijn, dat het haar man is die haar dwingt hiertoe, dat ze conservatief is,… weten we dat? Is dit informatie of speculatie? Ik vind het provocatie. Laat ons eerst stilstaan bij deze vrouw en wat zij wil. En terwijl ik het schrijf ben ik dus al de zoveelste die in haar naam spreekt. En dat is nu net het probleem. Als we echt respect hadden gehad voor haar e-mancipatie dan had zij haar zegje mogen, dan had zij mogen beslissen geen hand te geven, dan had zij het huwelijk gekregen waar ze voor gekomen was. Dat is in mijn ogen gendergelijkheid. Dat deze vrouw het huwelijk op haar manier had mogen beleven en dat is haar nu ontzegd. Ze is in mijn ogen gediscrimineerd en niet geëerd. Niet de schepen maar haar komt het recht toe gekrenkt te zijn in haar eer.

Ter wille van de e-man-cipatie, was hier het antwoord geweest: niet de vrouw die de huwelijkszaal wordt uitgezet, maar wel exit witte man!

Alle witte mannen? Nee, alle mannen die zich niet bewustzijn van hun mannelijke witte privileges.
Deze week tijdens een training, waar ik deelnemer was, vertelt een jonge man hoe progressief hij omgaat met zijn vrouw: hij geeft haar alle vrijheid, hij gunt haar haar succes, hij ondersteunt haar bij haar carrière. Hoe nobel ook zijn bedoelingen en hij ziet zichzelf misschien als feminist, mijn haren gingen recht overeind staan. Draai die zinnen eens om: ik geef mijn man de vrijheid, ik gun hem zijn succes, ik ondersteun hem bij zijn carrière. Hoe kleinerend en paternaliserend. Elke mens heeft recht op vrijheid, geluk, werk. Vrouwenrechten zijn mensenrechten. Mensenrechten zijn geen alleenrecht van witte mannen. We hebben het oordeel van mannen in deze niet  nodig. Witte mannen:  bemoei je niet met onze e-man-cipatie. Maar doe je eigen huiswerk, word je bewust en maak gebruik van je privileges om onze strijd te steunen. Zeg: dit is een recht! Dit is haar recht!


vrijdag 26 februari 2016

Mona, een rebel daar en dan of ook hier en nu?



Omdat ze haar mond niet kon houden, stuurde haar moeder haar naar Syrië om te gaan studeren. Toch werd haar vader bij wijze van weerwraak opgepakt. Zijn lot is erg onzeker. Mona was en is een rebel. Ze is een mensenrechtenactiviste, door wat ze persoonlijk meemaakte maar ook al tevoren. Haar kracht is zeker intergenerationeel doorgegeven want ook haar eigen moeder verzet zich, in de luwte weliswaar. Vrouwen in Iran weten nog hoe het 40 jaar geleden was. Toen vrouwen modieus gekleed gingen, studeerden, belangrijke functies bezetten in de samenleving en mee het beleid uitmaakten van hun land. Dat is nu verleden tijd. Het regime in Iran is ongemeen hard. Al horen we daar weinig over in de media hier. De communicatiemachine van Rohani draait op volle toeren. IS komt in het nieuws met hun onthoofdingen die in aantal minder zijn dat het aantal ‘legale’ executies in Saoudi-Arabië. Maar niemand spreekt in dit verband over Iran. Daar werden vorig jaar 1119 mensen geëxecuteerd. Mona is duidelijk: je moet niet selectief zijn in je verontwaardiging. Zij is overal tegen het executeren van mensen: van Iran tot in de VS.
En zo is ze ook tegen he gebruik van wapens in een conflict. Ze wil zichzelf via studies hier verder bekwamen in conflictresolutie. Op dit vlak worden volgens haar heel wat kansen gemist, of worden ze omwille van economisch gewin gewoon niet gezet? De hele wereld verdient massa’s geld aan de oorlog in Syrië. Als je het haar vraagt, is dit één van de dingen die Europa moet doen: geen wapens meer verhandelen naar dit gebied en aan geen enkele partij aanwezig in het conflict. Verder heeft ze nog wel wat ideeën op een rij staan: sluit de ambassade van Syrië, als het volk niet meer achter hem staat, hoe kan Europa deze dictator dan nog steunen?;  investeer geld in de kampen en in voor de kinderen daar; maak werk van een no flyzone waar mensen kunnen blijven en niet hun familie, hun eten, de geluiden en geuren van hun land moeten achterlaten om te vluchten. Je hoort haar heimwee, maar voor haar was vluchten onvermijdelijk.
In Syrië was ze niet meer veilig. Zelfs daar zocht de geheime dienst haar, die twee handen op één buik is, met Assad. En ook voor de andere partij, de revolutionairen, met wie ze nochtans sympatiseert, was ze verdacht, want ze kwam uit het land dat bondgenoot was van de vijand. Een tijdlang heeft ze het nog volgehouden: ze werkte in een kinderopvang, waar ze de radio gewoon wat luider zetten als buiten de bommenregen viel.  Maar wat tijdelijk leek in het begin, werd een uitzichtloze oorlog. Haar geloof hield en houdt haar recht. Als is ze geen streng gelovige toch is het besef dat als nog niet je tijd gekomen is, je het wel zal overleven een sterk middel tegen angst geweest. Van Syrië ging het naar Turkije waar ze een erg warme herinnering houdt aan een Duits meisje dat haar zomaar onderdak verleende. En de laatste etappe was een smokkelroute naar Engeland die strandde in België. Ze woonde even in Antwerpen, maar ze had er nogal nare contacten met de lokale bewoners en besloot dat de Brusselse smeltkroes haar meer zou passen. Ondertussen woont ze twee jaar in België. Naar Iran kan ze wellicht nooit meer terug.
Eén van de redenen waarom ze het wel een voordeel vindt nu in België te wonen is dat ze niet steeds een visum moet vragen om naar Geneve te gaan waar ze zetelt in de commissie rond mensenrechten. Al is ook dat recht op vrij verkeer enigszins beperkt omdat ze een uitkering heeft en dus maar max. 29 dagen het land uit kan zijn. Wat ze moeilijk vindt, is de snelheid en taakgerichtheid in het Belgische leven. Je drinkt geen thee ronder reden. Dat maakt het moeilijk om vrienden te maken, mensen echt te leren kennen.
Ze is ondertussen Frans aan het leren en start ook met Nederlands – haar zesde taal zal dat worden! -, want in BXL moet je ‘tweetalig zijn’ om je jobkansen te verhogen, zeiden ze haar. Bovendien kan ze zich wel inleven in de Vlamingen. Zij komt zelf uit een minderheid in Iran. Als kind van zes werd ze gedwongen op school een andere taal te spreken, te schrijven, te lezen, zomaar van de ene dag op de andere was haar moedertaal haar ontzegd. Voor haar heeft taal ook een rechtstreekse link met vrouwenrechten. Veel van de vrouwen in Iran zijn niet gealfabetiseerd in de landstaal. Mannen meer. Dus als vrouwen hun recht willen uitoefen omdat ze bv. door hun man niet goed behandeld worden, zijn ze van diezelfde man afhankelijk om hun papieren in orde te brengen. Zo werkt dat dus niet. Vele vrouwen blijven zo van alle hulp verstoken. Daar vocht ze dus voor in haar moederland.
Een erge shock kreeg ze een tijdje geleden bij haar trajectbegeleider voor werk. Ze beklaagde zich dat ze haar diploma hier niet te gelde kon maken en dat de weg zo lang zou zijn om een diploma te halen. En dat de jobkes uit noodzaak zoals poetsen of opdienen in een restaurant zelfs minder opbrachten dan haar uitkering. Waarop deze dienstverlener zei “Ontketen dan een revolutie, he”. Dat had Mona niet verwacht… hoe kon het dat deze man dit woord gebruikte? Besefte hij iets van de draagwijdte ervan? Een gevoelige zone werd geraakt en ze huilde bittere tranen. Het enige voordeel zegt ze nu laconiek is dat hij haar tenminste een paar weken zal gerust laten met zijn waardeloze jobaanbiedingen.
Mona koestert ook een droom die verdergaat dan haar tijdelijk verblijf in België. Ze wil van betekenis zijn voor de kinderen die nu opgroeien in de oorlog. Ze wil niet dat dit een verloren generatie wordt waarin de kiemen voor terrorisme opnieuw gelegd worden. Ze gelooft in educatie. Mensen die hun rechten kennen en kunnen uitoefenen, die hun geloof  bestudeerd hebben en zich niet laten misleiden, die wereldwijs zijn. Daar komt vrede van.

Een jonge vrouw met zoveel talenten zou een mooie rol kunnen spelen in hulpverleningsmiddens als intercultureel bemiddelaar, als psycholoog met ervaringsdeskundigheid. Het maakt me triest en kwaad dat we mensen zoals zij geen plaats geven in onze samenleving. Ze zijn goud waard.

dinsdag 13 oktober 2015

Zo moeder, zo dochter


Leen Laenens was te gast bij Thee en Taart gisteren. Op het kruispunt van de Week van de Fair Trade en de aanloop naar de klimaattop in Parijs spraken we met haar over de vraag 'Kan fair trade de klimaatopwarming een halt toeroepen?' Haar antwoord was klaar en helder: ja. Het is absoluut nodig om tot een planetair klimaatakkoord te komen. En daarbij kunnen we heel wat leren van wat onze partners in het Zuiden ondernemen.

Neem alleen al maar de manier waarop we ons voorbereiden op die conferentie: de landen uit het Noorden met ronkende intentieverklaringen, de landen van Afrika met een lijst van wat zij allemaal al realiseerden. Waar kijken we naar? Leren van de lessen uit het verleden of gokken op een toekomst vol loze beloftes? Ook in de praktijk tonen landen met weinig middelen zich soms erg inventief. Zowel in Rwanda, waar Leen onlangs was, als in Congo vanwaaruit een partner van Oxfam-Wereldwinkels ons toesprak over "de smaak van patat in de koffie", gaat de agroecologie in stijgende lijn. Oplossingen op maat van mens en milieu; daar zou veel meer in moeten geïnvesteerd worden. Zoiets als een kleien stoofje waar op gekookt wordt, zorgt ervoor dat ontbossing wordt tegengegaan; met boeren in de omgeving materiaal verzamelen zodat er goede compost kan worden gemaakt, verrijkt de bodem en zorgt voor meeroogsten zonder enorme kapitalen voor kunstmest. Door hier producten van eerlijke handel te kopen, steunen we die duurzame landbouw in het Zuiden. Dat is één stapje op de ladder van engagement.

En er zijn zo nog vele vormen van 'klein verzet' te noemen: samentuinen, geefpleinen, meer fietsen, vegetarisch eten,... al die kleine daden dragen samen bij tot heel wat minder uitstoot. En de rekening maak je niet alleen voor jezelf, vooral ook samen met andere mensen werk je aan een andere economie. Want er is wel een alternatief! Volgens Naomi Klein is daar een paradigmashift voor nodig. In haar nieuwste boek 'Verander nu voor het klimaat alles verandert' doet ze een oproep om niet vanuit angst te handelen, maar verbeelding en creativiteit de vrije loop te laten en in de transitie die nodig en noodzakelijk is ook de leuke aspecten te waarderen. Ook Steven Vromman, de Low Impact Man die a.s. donderdag in Mechelen te gast zal zijn, gooide het over die andere boeg in zijn Ecocomedy en boek 'Stop met klagen'. Leen verwees naar boeren in Latijns-Amerika die het concept van 'het goede leven' huldigen. Voor haar betekent dit dat wat ze onderneemt ook plezant mag zijn. Het is niet alleen een strijd. Al kan het er soms pittig aan toe gaan.

Haar dochter, Barbara, verwierf naam en faam toen ze als veldbevrijdster aardappelplanten uit een genttechdemoveld verwijderde. Een actie van burgerlijke ongehoorzaamheid, die goed onderbouwd was. En waar ze zeker de lessen ook thuis geleerd had. Deed niet Leen ook mee aan heel wat pogingen om in Kleine Brogel over het hek te geraken? Barbara lukte het en dat bracht haar in de media en in de rechtszaal en dit zette een maatschappelijke discussie in gang. Deze vormen van activisme scoren dus effect. En de trots van moeder op dochter ontbreekt niet. Sterker nog, Leen las ons de vijf levenslessen van Barbara voor, waar ook zij nog veel uit kan leren.

1. Besef dat er alternatieven zijn
2. Weet wat je eet
3. Omring je met mensen die je steunen en stimuleren
4. Stel simpele vragen
5. Draag schoenen waarmee je over een hek kunt :-)

En we eindigen met de wijze woorden van Paolo Freire die Barbara's motto zijn:

"Zonder een minimum aan hoop kunnen we de strijd niet eens aanvangen. Maar zonder de strijd, vervliegt hoop, verliest ze haar stuwing en verandert ze in hopeloosheid."


dinsdag 31 maart 2015

Waarom meisjes en vrouwen steeds geviseerd worden in het assimilatiediscours



Ursulinen Mechelen verbiedt het dragen van lange rokken of jurken. Los van wat het verhaal is en waarom de school dit doet, wil ik even een bedenking uiten. Vooral vanuit het vrouwzijn in deze superdiverse samenleving. Op één of andere manier zijn het steeds de vrouwen die gedisciplineerd moeten worden en dan nog via uiterlijke tekenen. Wat een vrouw draagt als kledij: van hoofd tot voeten, lees van hoofddoek tot lange rok, wordt met argwaan bekeken. En becommentarieerd, vooral door mannen met macht. ‘Het persoonlijke wordt politiek’, is een uitspraak van de tweede feministische golf en wat betreft dit onderwerp meer dan waar. Door hun kleding geven vrouwen aan te behoren tot bepaalde gemeenschappen en groepen en maken ze een maatschappelijk statement. In deze geseculariseerde samenleving zou je zo de bedekkende kleding kunnen zien als een opkomen voor het recht op een geloof, op religie. Het kan ook gelezen worden als een oordeel op de nietsonziende ontblootte samenleving, waar vrouwen aan de blikken van mannen worden overgeleverd. Zo zijn er vele lezingen mogelijk. Ook Chia Longman geeft in haar publicaties aan dat kleding een duidelijk facet vormt van maatschappelijke normering.  Wat een vrouw denkt is van weinig belang, wat ze draagt des te meer. Maar wat ik me in essentie afvraag is…

Waarom is er veel minder een debat in de samenleving en dus ook op scholen over de uiterlijke tekenen die jongens en mannen dragen? Hoe zij zich kenbaar maken als al dan niet gelovige? Via het disciplineren van vrouwen willen we integratie van (toekomstige) kinderen bewerkstelligen. En vervang het woord integratie hierbij maar door assimilatie. Het is een veelgebruikte strategie. Wereldwijd en doorheen de geschiedenis zijn het steeds vrouwen die worden ingezet om de strijd van een bepaalde groep voor een bepaald samenlevingsmodel te winnen. Agressie vanuit de machodominante samenlevingen wordt daarbij niet geschuwd. In Congo worden vrouwen ingezet als oorlogswapen, in de Middeleeuwen verbrandde men heksen, vaak vrouwen die mondig opkwamen voor hun  rechten of die de tijd vooruit waren met hun kennis.  En nu denk je waarschijnlijk, hoe durft ze dit te vergelijken? Door de dialoog met mijn studenten en het leren kennen van hun betekenisgeving , weet ik dat deze ‘beschaafde’ actie ook kwetst, ook mensen- en vrouwenrechten schendt.  En ook al zijn er verdomd goede argumenten om geen lange rok te hoeven dragen zelfs vanuit het geloof en zijn er terecht veiligheidsredenen vanuit de school om de rok te verbieden, in essentie gaat het hier om iets anders. De angst voor het vreemde en het vreemde beteugelen. En wie is echt de vreemde?? Ja, de vrouw en nu dus de vrouw met een kleurtje.  

Vanuit het feminisme kunnen we ook iets leren over de verhouding tussen minderheden en de dominante cultuur.  Luce Irigaray trekt de lijn door van de verhouding tussen man en vrouw naar de verhoudingen in een superdiverse samenleving. “To open a place for the other, for a world different from ours, from the inside of our tradition, is the first and the most difficult multicultural gesture.”De spanning tussen intimiteit en elkaar vreemd zijn is wat de verhouding tussen man en vrouw kenmerkt, maar ook de verhouding tussen de minderheden en de dominante cultuur in een samenleving. Het is de voortdurende balans tussen erkennen van gelijkheid - we zijn allemaal mensen, allemaal divers -  en het werkelijk plaats geven aan verschil. Eén van Irigarays boeken heet ‘Democracy begins between Two’. Voor haar is de basis van democratische verhoudingen het omgaan met gelijkheid en andersheid tussen de seksen.

Durre Ahmad, een Jungiaans psychologe uit Pakistan die ik een aantal keren mocht beluisteren, betoogde steeds dat de disciplinering van vrouwen een teken aan de wand is dat een samenleving  niet overweg kan met anderszijn en verschil.  Vanuit haar buitenstaandersblik (al 15 jaar bezoekt ze Vlaanderen) zegt ze het volgende: er bestaat een onvermogen ‘to bear mystery’: in deze zo op ratio gerichte samenleving, waar de wetenschap heilig wordt verklaard, hebben we het heel moeilijk met wat wij noemen ‘irrationaliteit’, emoties, geloof, transcendentie. De starre houding tegenover de hoofddoek is daar voor haar een voorbeeld van. Hoewel zij zelf een zeer liberale visie aanhangt als moslima op vlak van uiterlijke tekenen – waarmee ik niets zeg over de diepte van haar geloof – vindt zij dat het gesprek over de hoofddoek fundamenteel een gesprek tussen vrouwen moet zijn die de hoofddoek al dan niet dragen. De manier waarop er nu over hen beslist wordt, wakkert de invloed van bepaalde strekkingen binnen de islam die een meer fundamentalistischer visie vertegenwoordigen alleen maar aan. “Wat je aandacht geeft, groeit’, zegt David Cooperrider in de benadering van Apprecative Inquiry en het is precies wat er gebeurd is met de hoofddoek. ‘Wij’ hebben er een probleem van gemaakt en het probleem is alleen maar groter geworden. Bovendien voegt zij toe dat in elke samenleving het steeds het feminiene is dat de zondebok is. Daarom is de hoofddoek een symbooldossier.

Vaak zijn het net die meisjes die goed studeren, die een toekomstbeeld hebben, die op hun eigenwijze manier emanciperen, die beteugeld worden. Emanciperen via het geloof, ja, en dat zijn we niet(meer) gewend. Vanuit een keuze om een zelf te ontwikkelen in verbinding met een gemeenschap; ook iets waar we in deze op autonomiegerichte samenleving maar moeilijk bij kunnen. Als we deze jonge vrouwen voortdurend het gevoel geven dat ze geviseerd worden, gediscrimineerd en buitengesloten, wat hebben we dan bereikt?


‘Er zijn vele wegen naar emancipatie’, zei Anja Meulenbelteens. Ik denk dat er ook vele wegen naar integratie zijn. Zeker voor vrouwen . En zouden we niet beter bezig zijn met kansen te scheppen op sociaal-economisch vlak en talenten  te stimuleren bij deze jonge moslima’s dan hen te herleiden tot steeds maar weerkerende doek- en vlies discussies?  Als we echt om hun toekomst geven, geef hen dan het recht op het vormgeven van hun eigen toekomst!

woensdag 27 augustus 2014

De concrete, dagelijkse strijd voor vrouwenrechten

Vandaag deel ik een artikel uit de Wereld Morgen met jullie. Een hoopvol initiatief.



Bengaalse meisjes stellen klassiek rollenpatroon gezin in vraag

Kleinschalige projecten in Bangladesh brengen de gelijkheid tussen man en vrouw weer een stap dichterbij. Zo leren steeds meer meisjes dat ze zich niet hoeven neer te leggen bij het klassieke rollenpatroon in het gezin.

dinsdag 26 augustus 2014

Jonge meisjes komen elke week samen in om hun rechten te bespreken. Hier praten ze over sanitaire verzorging en persoonlijke hygiëne (foto Naimul Haq/IPS)

Tot vijf jaar geleden leidde Shima Aktar, studente in Gajaghanta in het Bengaalse district Rangpur, een gewoon leven. Toen besliste haar vader echter dat het tijd was om haar aan de 'purdah' te onderwerpen, een religieus gebruik om mannen en vrouwen strikt te scheiden. Het nu zestienjarige meisje vertelt hoe haar vader haar van school plukte op de leeftijd van elf en een huwelijk met een oudere man begon te plannen, "voor haar eigen bescherming".

De schuchtere Shima zou deze ingrijpende beslissing ondergaan hebben, maar kreeg steun van een lokale jongerenorganisatie: Kishori Abhijan. Dit is een project van UNICEF dat jongeren leert over thema's als rollenpatronen, discriminatie, minderjarige huwelijken en seksuele voorlichting. Nu ze haar rechten kent, komt Shima in opstand. Ze is lid van een groeiend leger vrouwen in Bangladesh die vastberaden zijn om de traditionele genderopvattingen te veranderen.

Interactief theater
Andere organisaties gebruiken interactief theater om gemeenschappen te informeren over vrouwenrechten. Voor een publiek van ouders, lokale functionarissen en gemeenschapsleiders mengen de acteurs volkse verhalen met traditionele muziek en dans om hun ongewone boodschap te brengen.

De Bengaalse ngo Centre for Mass Education in Science (CMES) werkt in een afgelegen deel van Rangpur. De ngo gaf onlangs een publieke voorstelling om het gebruik van de bruidsschat aan de kaak te stellen. De bruidsgift wordt in verband gebracht met foltering, aanvallen met bijtend zuur, en in sommige gevallen zelfs met moord en zelfmoord.

Volgens Bangladesh Mahila Parishad, de grootste vrouwenrechtenorganisatie van het land, stierven 330 vrouwen in 2011 door geweld dat te maken had met een bruidsschat. Heel vaak worden vrouwen vermoord, of plegen ze zelfmoord, als ze de volledige som van de bruidsschat niet kunnen betalen.

Mohammed Rashed van CMES gelooft dat sensibilisering hierover onnodige tragedies kan voorkomen. "Door hier ouders, leerkrachten, religieuze en gemeenschapsleiders en regeringsfunctionarissen bij te betrekken, hebben we al positieve resultaten behaald."

Meisjes op de school
Ook UNICEF is hoopvol gestemd. Volgens de Kinderrechtenorganisatie van de VN krijgen 600.000 jongeren in Bangladesh, van wie 60 procent meisjes zijn, nu les over kwesties zoals de wettelijke minimumleeftijd om te trouwen, het belang van onderwijs en geboorteregeling. Dit is een direct gevolg van basisactivisme in de gemeenschappen, aldus UNICEF.

Het aandeel van meisjes op de schoolbanken is ook fors gestegen. Hoewel er nog belangrijke verschillen bestaan tussen de stad en het platteland, schrijft 97 procent van de meisjes zich nu in voor de lagere school. Dat is een van de hoogste percentages in ontwikkelingslanden.

Daarnaast wordt er vooruitgang geboekt op vlak van seksuele gezondheid en rechten. Het gebruik van anticonceptie bij vrouwen bijvoorbeeld steeg van amper 8 procent in 1975 tot ongeveer 62 procent in 2011.

Discriminatie
Toch doen meisjes het in de meeste delen van het land nog minder goed dan jongens. Zo blijft de kindersterfte veel hoger onder meisjes: 16 overlijdens per 1000 levendgeboren jongens, versus 20 per 1000 levendgeboren meisjes, aldus een studie van ngo Unnayan Onneshan uit 2010.

Cijfers van de Wereldbank uit 2010 tonen dat slechts 57 procent van de vrouwen tot de beroepsbevolking behoort. Bij mannen is dat 88 procent.

"Ondanks de indrukwekkende verwezenlijkingen blijven vrouwen en meisjes het slachtoffer van discriminatie. Het gevolg is: onaanvaardbaar hoge cijfers door moedersterfte en hoge aantallen vrouwelijke schoolverlaters in het middelbaar onderwijs", verklaart Shireen Huq, een vooraanstaande vrouwenrechtenactiviste.

"Het ontbreken van politieke wil, geschikte institutionele regelingen en genoeg middelen vormen uitdagingen om echte gelijkheid tussen man en vrouw te bereiken", meent Huq. Experts vinden het belangrijk om vrouwen te betrekken bij elk niveau van het beleid, dus ook in de Union Councils, de kleinste administratieve eenheden in Bangladesh.

> Bangladeshi Girls Seek Equal Opportunity

maandag 10 februari 2014


Universal Design for Learning is het nieuwe modewoord om in het (hoger) onderwijs ervoor te zorgen dat ook studenten met leerstoornissen, ontwikkelingsstoornissen of een handicap voluit kunnen participeren.  Sleutel om anders na te gaan denken dan in termen van aangepast of buitengewoon onderwijs, maar wel in termen van "onderwijs voor allen" is, zo leerde ik afgelopen week, tijdens het symposium van CODE, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH), dat al door zeer veel landen is geratificeerd. Misschien is het wel één van de meest geratificeerde verdragen. En vermits België ook tekende, is het nu aan de onderwijsinstellingen en natuurlijk het onderwijsbeleid om de trein in gang te zetten. Niet dat er al heel veel gebeurde, maar vaak ging het om wat men noemt redelijke aanpassingen. En dat is soms ook waar het schoentje wringt. In onderzoek is nu immers ook vastgesteld dat ondanks alle inspanningen, ook naar sensibilisering, de attitudes van docenten en medestudenten tegenover studenten met een beperking of "een etiket", eerder koel blijven om niet te zeggen soms zelf negatief zijn. En dat is toch een probleem. Zou het kunnen dat we hier de vergelijking mogen trekken met een beleid van positieve discriminatie, wat redelijke aanpassingen in feite vaak zijn? Toen men meer gendergelijkheid wilde bekomen via aanpassingen aan bv. werving-en selectieprocedures werden vrouwen haast verdacht en werden ze zeker niet als vol beschouwd. Op de werkvloer veranderde er ook weinig waardoor vrouwen soms even snel binnen als weer buiten waren. Seksistische praat is op sommige werkvloeren jammer genoeg nog steeds schering en inslag. Ik denk dat elk uitzonderingsbeleid negatieve attitudes in de hand werkt. Inclusieve manieren van denken en handelen oogsten eerder positieve attitudes, omdat ze een beleid en een praktijk voorstaan die voor iedereen voordelen oplevert. Dit zien we op vele werkvloeren alleszins toch.

Maar terug naar UDL, of wat eigenlijk een pleidooi voor inclusief onderwijs is. Men stapt af van de uitzonderingen en van de focus op de persoon met de beperking, maar bekijkt waar de omgeving kan aangepast worden vaak tot nut van iedereen die daarin functioneert. Wat afwijkt van de norm wordt de nieuwe standaard.  Ethisch is dit een veel gezondere keuze, maar ook economisch blijkt dat meteen kiezen voor UDL tot 30% besparing kan opleveren in vergelijking met aanpassingen later. Het gaat over: brailletekens op liftknopjes, een hellend vlak ipv trappen in de centrale inkomhal, grotere letters op examenbladen, overal en altijd je spellingcorrector mogen inzetten,... En toch denk ik dat er hier iets vergeten wordt. Net zoals we eerst zagen dat voor mensen met een handicap er eerst buitengewoon onderwijs, daarna redelijke aanpassingen en nu dus inclusief onderwijs is/komt, zien we diezelfde tendenzen ook als het over etnisch-culturele verschillen gaat. Ook daar startte het met aparte scholen voor bv. toentertijds de kinderen van de Italiaanse en Griekse mijnwerkers. Nu nog kennen we witte en zwarte scholen. Ondertussen zijn er scholen die redelijke aanpassingen hebben ingevoerd, soms noodgedwongen, om tegemoet te komen aan de specifieke vragen/wensen van hun leerlingen van vreemde origine en hun ouders: men voert speciale toeleidingsprogramma's, men serveert halal in de refter, men voert een tolk aan op ouderavonden, er is extra Nederlands in de OKANklasssen en huiswerkbegeleiding op school of door vrijwilligers. En dit zijn vooruitstrevende scholen die al deze zaken al ondernemen. Maar een echt meerstemmige school krijgen we hier niet mee. In zo'n school zou de meerwaarde van verschil moeten gevierd worden. Daar verandert inhoud en vorm van het onderwijs doordat de bevolking verandert. Daar krijgt iedereen niet alleen gelijke onderwijskansen, maar eveneens kan ieder zijn haar talent benutten door een eigen koers te varen in overeenstemming met een visie die door allen wordt gedragen. Daar wordt diversiteit een weldaad voor iedereen. Het geeft ons immers de noodzaak aan om ons onderwijssysteem fundamenteel te herdenken. In de richting van echt leerling-en studentgericht onderwijs. Dit is het toekomstbeeld waaraan scholen vandaag de dag zouden moeten kunnen werken. Maar door nu alleen de focus te leggen op de I van inclusief, dreigen we de I van intercultureel onderwijs weer even achteruit te schuiven. Kan het voor één keertje niet eens en-en zijn ipv of-of. In de geest van het kruispuntdenken ook. Want veel van onze leerlingen zijn trouwens niet het één of het ander maar zijn hun eigen unieke mix. Met als belangrijke kanttekening dat wat nu voor personen met een handicap een recht is door bovengenoemd verdrag - en als dusdanig zo ook kan afgedwongen worden als dat moet-, nog niet gezien wordt als een recht als we het over etnisch-culturele diversiteit hebben. We garanderen dan wel recht op onderwijs - en zelfs dat is niet sluitend in België- maar goed-voor-allen onderwijs zeker niet. Bovendien vrees ik dat we anders na de noodzakelijke attitudeverandering naar studenten met een beperking toe, we opnieuw gaan investeren in attitudeverandering naar studenten van vreemde origine. Of zijn 'ze' tegen die tijd als zo 'ons' geworden, dat het helemaal niet meer nodig is? Dat geloof ik niet. Verschil zal er altijd zijn, maar Universal Design for Learning biedt ons tools om met die uitdagingen om te gaan. Alleen wordt het nu niet doordacht ingezet om beide I's waar te maken. Een hedendaagse school is inclusief en intercultureel: I²

Fanny