Fanny blogt vanaf nu verder op haar eigen website van Goesthing. We laten de oude blogs nog even staan maar er komen er geen nieuwe meer bij.

Lees dus verder op www.goes-thing.be/blog. Welkom!
Posts tonen met het label conflict. Alle posts tonen
Posts tonen met het label conflict. Alle posts tonen

vrijdag 2 maart 2018

Complimentendag





Gisteren een training afgerond. Bij het afsluiten en terugblikken met de deelnemers  spraken zij veel lovende woorden, dankbaarheid, ze gaven aan veel geleerd te hebben op persoonlijk en professioneel vlak en ik hoorde ook enkele minder tevreden klanken: wat onvoldaanheid en het allemaal niet zo nieuw vinden. Op de fiets naar huis malen vooral die twee zaken nog door mijn hoofd en ik blijf zelf met een ontevreden gevoel achter.

Vanmorgen twee prachtige quotes in mijn mailbox. Ik stuurde ze door naar mijn webmaster met de woorden erbij “ik wil niet stoefen, hoor, maar zou je dit op de website kunnen zetten vooral om het werk dat we doen te promoten en niet om mezelf te promoten.”

De hele dag voel ik me moe, ik probeer te zien wat mijn aandeel is en wat aan de groep of de setting te wijten is. Tegelijkertijd komen er fijne telefoontjes binnen. Nieuwe en uitdagende opdrachten, allemaal Deep Democracywerk. Net wat ik zo graag wil dat er op mijn pad kom. Ik zeg voluit ja en een naughty stemmetje in mij roept de hele tijd “als dat maar goed komt” of “kan je dit wel?”.

Hoe komt het toch dat we zo geleerd hebben om ons te focussen op kritiek, op wat niet goed is en dat als we dan positieve feedback krijgen, complimenten, we die dan gemakkelijk wegwuiven? Het zal ook wel ongetwijfeld in mijn opvoeding zitten, maar ik zie het toch ook vaak bij andere mensen , in groepen en teams die ik begeleid. Niet alleen is er vaak veel meer kritiek dan dat er complimenten gegeven worden. Als mensen al eens waarderend uit de hoek komen zegt de ander dikwijls vlug ‘ach, ’t is al goed’, ‘nee dat was helemaal geen moeite’. Het compliment wordt niet ontvangen. En daar doen we onszelf, de ander en de wereld en ons werk daarin geen plezier mee.

Op werkvloeren gaat het vaak over een zogenaamde open feedbackcultuur. Men bedoelt dan dat men elkaar moet kunnen wijzen op wat niet goed loopt en waar de ander tekortschiet. Er wordt mensen geleerd om dit op een juiste manier te doen. Daar worden veel trainingsuren aan gespendeerd. Spreek vanuit je ik, sta stil bij jouw nood, wees concreet is wat je van de ander vraagt. Ondanks al deze goed bedoelde adviezen, zien we dat het moeilijk blijft: zowel groeifeedback als waarderende feedback geven. Op werkvloeren blijft veel ongezegd. We houden onze beroepsmaskers aan uit angst ons teveel te laten kennen en houden ons in voor de lieve vrede.

En dan zijn er markeerpunten tijdens het werkjaar waarin ineens alles gezegd moet worden. Een happy werknemer kan na zo’n fameus functioneringsgesprek gebroken buiten komen. Je ziet de kritiek niet aankomen omdat alles het hele jaar door onder de mantel der liefde werd bedekt. En wat een kans kon zijn tot een waarderend gesprek wordt een sessie waar de werknemer onzeker over zichzelf, of boos op zijn baas om het onrecht hem aangedaan, buiten komt. De cultuur van angst wordt versterkt en er wordt nog veel minder gezegd tegen elkaar. Maar alles blijft leven in de onderstroom.

Ook vanuit de wetenschap is ondertussen vastgesteld hoe belangrijk het is genoeg waardering te geven. Voor één kritiek zouden we vijf positieve bekrachtigingen moeten geven. Het lijkt een magische formule voor gezoende partnerschappen zowel privé als op het werk. Maar al te vak doen we het omgekeerd. Bij het laatste rapport van mijn zoon stond in de geschreven nota heel kort ‘goed gewerkt’ en vervolgens vijf punten waarop het beter kon. Net het omgekeerde dus van wat we beogen.

Niet alleen feedback of complimenten geven is moeilijk. Even moeilijk is ze te ontvangen. Hoe vaak mijn man me ook zegt dat ik er stralend en knap uitzie, zolang het niet waar is voor mij, zolang ik het niet integreer, ontvang ik niet echt het compliment en blijf ik bv. in dit geval mezelf maar zeggen dat ik er niet uitzie.

Douglas Stone en Sheila Heen schrijven in hun boek ‘Feedback is een cadeautje’ over drie belangrijke 3 triggers waarom we zo moeilijk feedback ontvangen, of het nu kritiek of complimenten zijn. Het zijn kansen tot groei en die benutten we niet. In de eerste plaatsen vechten we de waarheid ervan aan: de feedback of het compliment is onjuist, oneerlijk, niet behulpzaam. Een tweede manier om er brandhout van te maken is te schieten op de persoon die de feedback of het compliment geeft:  ik verdraag deze feedback niet van jóú of ik had dit compliment van iemand anders moeten krijgen. En een derde manier om niets te doen met wat ons zo genereus wordt aangereikt is je eigen identiteit: ik wil niet uit mijn evenwicht gebracht worden. Elke kritiek en in zekere zin ook elke compliment is immers een uitnodiging tot verandering. En als er nu één iets is, waar wij mensen niet op uit zijn, is het wel verandering. We blijven liever in onze comfortzone.

Een compliment geeft je vleugels. Wanneer kreeg jij voor ’t laatst zo’n compliment? Wanneer ik die vraag aan mensen stel, moeten ze soms wel even nadenken. Gelukkig zijn er werkvloeren – en ik wil hier ook zeker schrijven: scholen, gezinnen,..- waar men het anders doet, het over een andere boeg gooit. Fundamenteel hierin is in de eerste plaats hoe je naar werknemers kijkt in relatie tot hun werkcontext. Werk je uit zelfbehoud of werk je omdat je bijdraagt aan een hoger doel? Wanneer mensen dit laatste voelen, spreken ze elkaar al helemaal anders aan. Feedback geven wordt veel vaker aangeven waar mensen in kunnen groeien en waar ze goed in zijn. Die waardering, erkenning, dankbaarheid verdient het om expliciete aandacht te krijgen.  Op werkvloeren ontstaan er rituelen die ons helpen om wat we zo gemakkelijk impliciet laten echt uit te spreken.
   
Vandaag op complimentendag begeleid ik een sessie Gouden Pijlen gooien. Het is een tool uit de methode Deep Democracy en hoewel ze zeer laagdrempelig lijkt, toch vergeleken met haar zusje uit de methode, de Let’s Talk die gaat over conflictoplossing, is het zeker niet makkelijker om complimenten te geven én te ontvangen.  Gouden Pijlen is een heel mooie werkvorm die je kan inzetten op belangrijke momenten in het leven om overgangen te markeren bv. een kind dat uit huis gaat, twee mensen die gaan samenwonen, afscheid nemen van een collega. En tegelijk kan het ook een ritueel zijn dat je kan inbouwen in het leven. Regelmatig tijd maken om elkaar te waarderen en te complimenteren doet jou en de relatie groeien. En je draagt ook bij aan waardering in de wereld!
Als we Gouden Pijlen doen, is het niet om te slijmen of flauw en flets. We proberen echt te zeggen wat we willen zeggen. We spelen ook geen pingpong, in de zin van jij zegt iets en dan ik weer en dan. Nee, eerst spreek jij alles uit van jouw kant en dan ik alles van mijn kant. En de tweede ronde is minstens even bijzonder. We zeggen wat ons geraakt heeft in het compliment of de gouden pijl die we ontvangen hebben. Net daar zit de groeipotentie. Als ik dit met mensen voor het eerst doen hebben ze het op twee vlakken moeilijk: ten eerste om te blijven zitten en al die gouden pijlen of je te laten afkomen. Ten tweede om te reflecteren om wat je daaruit leert, wat waar is voor jou. Dit is nieuw. In een laatste stap kijken beide partners in het gesprek ook wat ze nog willen met wat er nu gezegd is. Met de andere energie die ontstaan is. Zo wordt een compliment van een individuele daad een gezamenlijk iets. Ook dat is heel bijzonder.

Ik nodig je vandaag uit om de complimenten die uitgesproken of misschien zelfs onuitgesproken op je pad komen, met open armen te ontvangen. En dat vertaalt zich in drie basisregels
  • Geef complimenten: je voelt je een goed mens als je dat doet!
  • Als je een compliment krijgt, zeg dan danku en zeg ook even terug aan de ander wat het met jou doet om dit compliment te ontvangen, wat er waar is voor jou.
  • Koester de ontvangen complimenten en maak tijd en ruimte om er echt bij stil te staan. Kijk hoe ze jou voeden in wat jij wil bijdragen in deze wereld.





dinsdag 23 januari 2018

Mijn nieuwjaarsbrief


Ik ga eens iets heel Vlaams doen. Een nieuwjaarsbrief schrijven…

Het opzeggen van een nieuwjaarsbrief is een Vlaamse traditie die zijn oorsprong kent in de 16e eeuw. Pas in 1582 immers werd 1 januari Nieuwjaarsdag genoemd. De kinderen van de elite, die naar school gingen en leerden lezen en schrijven, lazen op die dag een nieuwjaarsbrief voor. Dat gaf hen de kans kennis van school door te geven in de familie en hun sprekerstalent te oefenen. Aanvankelijk waren de brieven in het Latijn geschreven en in dichtvorm. Het thema van de nieuwjaarsbrieven ging vaak over vrede, dat vrede het kostbaarste is op aarde, dat elkaar vrede brengen een groot geschenk is. In de jaren ’60 brak deze traditie door in alle huiskamers en misschien heb je zelf ook wel herinneringen aan het lezen van die nieuwjaarsbrieven. Van klein tot groot, iedereen deed en nu vaak nog doet eraan mee. Soms zijn het beschamende en vaak ook ontroerende taferelen.

Het is nog januari, dus ik waag me ook even aan een nieuwjaarsbrief aan jullie. Een brief met een wens: vrede op aarde! Het is een wens en geen droom of geen plan. Een wens die koester je, daar werk je aan, soms onder de radar. Een wens, die schrijf je in de sterren, het is je gids, je leidraad.

We spreken vaak maar over vrede als er oorlog is, als er een conflict is geweest. We spreken niet over vrede in ‘normale’ tijden, op momenten dat er niets aan de hand is. Nochtans zouden we de vrede dan ook moeten koesteren, ze onderhouden, ze voeden. Vrede herstellen is immers moeilijker dan vrede bewaren.

We spreken ook vaak over vrede ‘voor de mensen van goede wil’. Het is zo’n uitdrukking waar je het katholiek gedachtengoed nog in hoort doorklinken. En ja, er is een wil nodig om vrede tot stand te brengen, zeker wel. Maar toch denk ik dat we dit moeten proberen ook met die mensen die het aanvankelijk misschien niet willen, die misschien in onze ogen – en vanuit vooroordelen vaak – niet zo goed bezig zijn, als wij van onszelf denken. Ook die mensen hebben recht op vrede, recht op een uitnodiging op zijn minst om mee te werken aan het stichten van vrede.

En dat is helemaal niet soft, dat is hard werken soms zelfs. Vrede bereik je door…

…door ruzie te maken. Ja, niet door de lieve vrede te bewaren of een schijnharmonie op te houden, maar door op een open manier te zeggen wat er gezegd moet worden. Daar heb je lef voor nodig.

…door elkaar te waarderen ook in de kleine en onzichtbare dingen. Sta je wel eens stil bij alles wat jouw partner voor je doet, wat je kinderen je brengen. Gooi eens wat gouden pijlen. Het helpt je relatie groeien en verdiepen.

... door je niet op te sluiten in je eigen gelijk, in kringen van gelijkgestemden, in gelijkaardige activiteiten, maar juist door verschil op te zoeken en in het verschil intercultureel competent met elkaar om te gaan.

… door de transitie in de ogen te kijken en er samen voor te gaan. We leven in een heel bijzonder tijdperk, waarin zoveel aan het kantelen en schuiven is. Nog nooit hebben we zoveel kennis gehad die mensen echt een beter leven kan geven, maar ook nog nooit is het risico op zelfvernietiging voor het leven op aarde zo groot geweest.

…door de voorouders te eren en de kinderen die onze planeet zullen bewonen, door niet alleen te leven van pluk de dag en hier en nu maar ons ook bewust te zijn van de continue stroom van het leven waar wij deel van uitmaken.

In andere culturen kennen ze veel rituelen om vrede te bewaren of vrede te stichten:

Inheemse volkeren in Amerika roken de vredespijp om een akkoord tussen stammen die in conflict lagen te beslechten.

Bij de oude Germaanse volkeren bracht men een heildronk bij het sluiten van een pact. Met een drinkhoorn, gemaakt van de hoorn van een dier en versierd vaak met tekeningen van goden en runen en soms afgezet met een randje zilver.

In Keltische tradities mediteerde men bij volle maan om vrede te sluiten met zichzelf.

Onze Vlaamse nieuwjaarsbrief zou je ook kunnen zien als zo’n vredesritueel. ‘Een dikke zoen van je kleine kapoen’, meer is er vaak niet nodig om de zorgen even te vergeten en volop te genieten van elkaar en er weer voor te gaan in het nieuwe jaar.

In onze samenleving vandaag hebben we ook nood aan rituelen, aan houvast en aan tools om te werken aan vrede. Sommige mensen zweren bij een dagelijkse meditatie, anderen beoefenen de let’s talk wanneer er ruzie in de lucht hangt, nog anderen hebben een vredesklokje in huis hangen en laten dat af en toe horen op momenten dat stemmen te hard gaan klinken. Op scholen zijn er vredeshuisjes op de speelplaats waar je het weer goed kan gaan maken met je vriendje, aan koffiemachines op werkvloeren zie je inspirerende teksten hangen die aanzetten tot een andere kijk op jezelf en de ander in je werkrelaties, … Overal werken mensen aan vrede. Kijk wat bij jou past en hoe jij hieraan kan bijdragen.

In wat ik aanbied in de praktijk van Goesthing vandaag, zitten heel wat tools die je kan inzetten om de alledaagse vrede te bewaren. Als je ze wil leren kennen, ben je heel erg welkom in onze workshops, lezingen of trainingen.

Ik wens je van HARTe een VREDEvol 2018!

maandag 15 januari 2018

Hebben we nood aan een polarisatiekuur?

Afbeeldingsresultaat voor we gaan op berenjacht

In deze samenleving in transitie hebben we niet meteen op alle uitdagingen een pasklaar antwoord. Een duidelijk maar soms ook scherp verhaal kan mensen dan raken! Waarin er gezegd wordt wat er gezegd moet worden en waarin met lef benoemd wordt waar het echt om gaat. Zo’n wervende en soms ook polariserende verhalen vind je aan beide zijden van een spectrum. Ze worden door mannen en door vrouwen gebracht, door gelovigen en seculieren, door politici en apolitiekers.

Bart Brandsma brengt een hanteerbaar model, waarin hij op een heldere manier deze polariseringsdynamiek en de rollen hierin van pusher, joiner, zondebok en bruggenbouwer beschrijft. Hoewel hij zelf het model bestempelt als niet-normatief, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er een oordeel ligt op de rol van de pusher, hij die aanjaagt en aanklaagt. Zelfs aan een tafel vol politici, in  debat na een lezing door Brandsma, wilde niemand deze rol nog opnemen. Ik denk dat dit komt vanuit angst voor polarisering, meer nog angst voor het conflict of de oorlog die daaruit zouden voortvloeien.  En die angst is terecht. Dat toont ons ook de geschiedenis. Wat ik dan ook mis in het verhaal van Brandsma is een concrete manier om uit de polarisering naar verbinding te komen. Hij spreekt over het vertolken van de stem van het midden. Ik ben daar niet zo van overtuigd. Natuurlijk is er veel te vinden in het midden en moeten de mensen daar ook een stem krijgen. Vaak is er daar echter ook veel vaagheid, wazigheid, meer van hetzelfde, sabotagegedrag en niet zeggen wat er gezegd moet worden.

In Deep Democracy gaan we anders om met polarisering. We verscherpen aanvankelijk, gaan de polen uitvergroten. We dagen mensen uit echt alles te zeggen vanuit hun kant wat voor hen waar en echt is, ook al is het niet politiek correct, verkeerd, immoreel, onbeleefd of wat dan ook. De andere kant luistert tot alles gezegd is wat er gezegd moet worden. En dan draaien we de rollen om en spreekt die andere kant zich ook helemaal uit. Polarisering ten top, dus!  Maar daar laten we het dus niet bij. Er volgen daarna twee belangrijke stappen. In een eerste ronde wordt iedereen uitgenodigd te benoemen wat haar geraakt heeft, wat echt binnenkwam en te reflecteren op wat dit met jou te maken heeft, wat dit je leert over jezelf. Dit is de weg van echte compassie, die start bij mededogen voor jezelf voor die duistere kantjes van jou die je maar al te graag tussen haakjes zet of projecteert op de ander. Als deze graantjes van wijsheid zijn geoogst, volgt een tweede stap waarin we gezamenlijke besluiten proberen te nemen, telkens zorgvuldig luisterend naar de stem van de minderheid. Pas hier komt dus de verbinding tot stand. Pas dan kan er weer een echt ‘midden’ betreden worden. Polarisatie helpt ons dus om weer tot verbinding te komen, om het conflict echt en in de diepte op te lossen.
Mijn vrees is dat we in België/Vlaanderen maar al te graag in dat grijze midden van Brandsma gaan staan, alles genuanceerd bekijken , compromissen sluiten. We merken in deze spannende tijden dat dit niet volstaat, dat we zo niet vooruitgaan. Ik doe hierbij dus een oproep wel met elkaar het conflict aan te gaan en daarbij polarisering in te zetten als een uitnodiging om scherp en direct tot de essentie te komen. We kunnen alleen maar leren van elkaar als we ook samen door de modder gaan. 

Er speelt, terwijl ik dit schrijf, een liedje door mijn hoofd ‘We gaan op berenjacht…’. Om de beren van vandaag het hoofd te bieden, grote indrukwekkende thema’s als armoede, migratie, klimaatopwarming in de ogen te kijken, moeten we erdoor, erover, eronder net zoals in dit liedje. Zonder polarisatie geen echte oplossingen, geen creativiteit en innovatie. Laat ons proberen zonder oordeel te luisteren naar die stemmen die radicaal en extreem andere visies en praktijken verkondigen en ervoor openstaan dat zij weleens de pioniers zouden kunnen zijn van de nieuwe samenleving die ons wacht, de helden van morgen.

En ik wil daarbij een aantal grote vrouwelijke pushers danken. By the way, ook vrouwen kwamen niet voor in het betoog en de voorbeelden van Brandsma L. Het zijn vrouwen die op zeer bijzondere kruispunten van verschil, van anderszijn in het leven stonden en staan en op die manier een verschil maken waar wij allemaal baat bij hebben. Ik noem er drie, maar er zijn duizend-en-één voorbeelden. Er is Rosa Parks die door te blijven zitten op de bus een hele burgerrechtenbeweging in gang zette die zorgde voor een nog niet voltooid verhaal van meer gelijkwaardigheid tussen mensen. Er is Vandana Shiva die strijdt voor de rechten van boeren op hun eigen zaadteelt en die de patenten op inheemse planten uit India aanvocht tot in de Europese rechtbanken en won. Zo is de neemplant die al vele levens redde van barende vrouwen en pasgeborenen weer in de handen van de rechtmatige eigenaars, de mensen die deze planten verzorgen. En er is Amina Wadud, die als lesbische vrouw voorgaat in de moskee en een prachtige niet-seksistische hertaling maakte van de Koran. Als u bij al deze verhalen denkt, daar wist ik niets van, ga er dan naar op zoek. Het zijn verhalen die geen ruimte hebben gekregen in de wereld van het grijze midden.     



maandag 26 juni 2017

Zomerdromen

Gerelateerde afbeelding

Naar het concert van Coldplay gisteren en dus vandaag nog met mijn head full of dreams. En over een weekje weg op vakantie; hoog tijd om in te pakken, dus… Al lukt dat nog niet echt, moet ik toegeven. Met een tuin vol oogstrijp fruit zien mijn dagen er momenteel wat bizar uit: overdag vorming geven, daarna fruit plukken en laten wachten, administratie bijwerken en mails beantwoorden met vele leuke uitnodigingen voor opdrachten in de herfst en uitdagingen in het volgend voorjaar en daarna in de stille uurtjes als de nacht al aanbreekt heerlijke confituur maken. In potten gieten, het licht uit en naar bed. Niet meteen een gezond ritme, ik weet het. Ik zit erg in de DOEmodus. 

En met mijn HOOFD zit ik nog erg bij jullie, mijn  ‘klanten’, alle mensen voor en met wie ik werk. Ik neem in mijn koffer heel veel ideeën mee om verder uit te werken, te laten gisten en borrelen: DD voor leiders, DD voor scholen, DD voor ouders, trainers opleiden in het PEACEmodel,…Ik zie veel kansen en mogelijkheden. En de rode draad erin is dat ik wat ik ken en kan verder wil verspreiden in de wereld opdat er veel goeds mee kan gebeuren op die vele plekken waar het zo nodig is. 

En dat brengt me op wat ik in mijn HART meedraag van weer een vol jaar met goesting werken. De gevoelens in mijn koffer hoorde ik weerspiegeld in de woorden van Coldplay:

Oh I think I landed
where there are miracles at work 
for the thirst and for the hunger
come the conference of birds

Saying it’s true, 
it’s not what it seem
leave your broken windows open
and in the light just streams
and you get a head, 
a head full of dreams

you can see the change you wanted
be what you want to be
and you get a head, 
a head full of dreams

Een mix van hoop, positieve energie, dankbaarheid om de mooie wereld waar we in leven. Mijn zomerdromen nemen handen, hoofd en hart mee en willen Goesthing weer met veel goesting in de wereld zetten na wat welverdiende rust.

De zomer betekent voor mij: energie opladen door bij mijn gezin te zijn, in de weidse natuur, in de bergen waar ik zo graag ben, door wat schrijftijd, mediteren en Goesthing verderdenken. En ook zomerse energie geven in leiderschapscafés waar we aan de slag gaan met Deep Democracy, in de zomerweek in Ohey, in Thee&Taart in de tuin,… Verdiepen en verbinden, schoonheid en stilte, dat is wat ik nodig heb. En wat iedereen misschien wel nodig heeft: het is het LOVE&PEACEpaar uit mijn eerste boek.

Als ik de laatste weken in groepen was voor een vorming, een teamcoaching, een intervisie dan stelde ik vaak deze drie vragen: Wat DOE je? Wat VOEL je? Wat DENK je? In de nabespreking van een oefening, in het samen bespreken van een casus, in het delen van wijsheid in een team. Deze drie vragen openen ogen, deuren en harten naar nieuwe werelden tussen jou en mij en in mezelf. Het zijn drie vragen om elke dag bij stil te staan. Om je bewust van te worden in plaats van zomaar door te hollen. Het valt me op hoe moeilijk mensen deze vragen soms vinden. Zeker de vraag ‘Wat VOEL je’ lijkt vaak verder ondergesneeuwd. Al is dat een gek woord om te gebruiken nu er zoveel zon is :-)

De komende periode wil ik er een vierde vraag regelmatig aan toevoegen: wat WIL je? In kleine dingen (bv. wat WIL je eten?) als in grotere beslissingen (hoeveel WIL je werken?) wil ik bewustere keuzes maken en mensen bewustere keuzes laten maken. Ik ga mijn Deep Democracyskills dus volop toepassen op mezelf. Al weet ik in essentie waar veel van mijn keuzes overgaan: LOVE&PEACE. Het goede doen voor de mensen en/in deze wereld, met liefde en met oog op vrede en verandering na conflict.

En ik wens het jou ook toe: dat je kan stilstaan bij wat je wil vanuit wat je doet, denkt en voelt. En dat daar mooie zomerdromen uit mogen komen. Die jou en de wereld een stap dichter brengen bij deze essentie: liefde en vrede, met jezelf, anderen en in de wereld. Dat is tenslotte waar we finaal allemaal van dromen. Niet dan?

dinsdag 18 april 2017

Deep Democracy geeft je vibes


Het laatste jaar werk ik actief in een aantal organisaties met de tools van Deep Democracy. Deep Democracy is een methode die aan besluitvorming doet met inclusie van de stem van de minderheid. En die een specifieke aanpak hanteert in conflictresolutie, waarbij verschil niet geschuwd wordt. De organisaties waar ik mee werk, geven me feedback over hoe Deep Democracy voor hen werkt door wat ze zeggen en hoe ze evolueren. In deze blog deel ik graag die feedback met jou. Ik vat ze samen onder de titel ‘Deep Democracy geeft je VIBES’.

De V staat voor VITALITEIT. Deep Democracy gaat aan de slag met mensen en/in organisaties en kijkt naar organisaties als levende systemen. Waar oude patronen soms zo ingesleten zijn dat ze deel uit gaan maken van het DNA van een organisatie en dat ze voor wie er dagelijks in leeft onzichtbaar worden. Patronen die het waard zijn om te behouden omdat ze levengevend zijn en patronen die tegenwerken of in de weg staan van noodzakelijke veranderingen. Ofwel omdat de organisatie aan verandering toe is of omdat de context waarin de organisatie werkt aan verandering onderhevig is. Aan dat laatste ontsnapt trouwens geen enkele organisatie meer. De samenleving rondom ons verandert aan zo’n sneltempo dat geen enkele organisatie nog kan blijven wie ze was zonder een fossiel te worden. De tools van Deep Democracy kunnen helpen om de noodzakelijke stappen te zetten in de richting van innovatie en creativiteit. Getuige volgende reactie: “Door bewuster te zien en te kunnen benoemen, ook tegenover elkaar, wat ons tegenhield, is er ruimte gekomen om vernieuwende ideeën een kans te geven tot bloei te komen. We zijn als team en als organisatie gegroeid, niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk, oa in onze omzet.”

De I staat voor INCLUSIE. In elke groep stellen mensen zich de vraag: hoor ik erbij of niet? En wat is er nodig om bij deze club te horen, of ook hoe geraak ik er in? In elke organisatie zijn er geschreven en vooral ook ongeschreven regels die bepalen of je erbij hoort.  En tussen teams en afdelingen of tussen organisaties of mensen in organisaties spelen in-en outgroupfenomenen, Wie behoort tot de club, tot de kliek, dat zijn ‘de goei’ en die kunnen niets fout doen, meer nog elke prestatie, ook al is het een meevaller wordt aan hun kunnen en kennen toegeschreven. Bij de outgroup is dat net het omgekeerde: als zij een fout maken, wordt het aan hen persoonlijk toegeschreven, wat goed loopt is puur toeval. Dat is wat we de fundamentele attributiefout noemen. Als we dit niet zien, resulteert dit vaak in een verregaande polarisering en verharding van conflicten. De DDtools helpen om weer helder te zien in wat er zich voordoet in een groep, in onze toeschrijvingsgewoontes. Door met elkaar in dialoog te gaan nemen we onze projecties terug. De anderen die toch zo anders waren blijken ineens hetzelfde te willen als wij. We delen misschien meer dan wat ons verdeelt. En waar we anders in zijn, kan misschien een verrijking zijn. Hoe nemen we die andere stem mee? Wel in de methode van inclusieve besluitvorming staan we niet alleen stil bij wat de meerderheid wil, maar we luisteren ook naar de minderheid en wat die kan toevoegen. Dat leidt soms tot verrassende resultaten.
Een getuige vertelt: “Door consequent de vraag te stellen ‘wat heb je nodig om mee te kunnen gaan’ kwamen er nieuwe en onverwachte toevoegingen naar boven. En waar we dachten dat het telkens dezelfde mensen zouden zijn die die lastige minderheid vormden, het tegenkamp, bleek dit lang niet altijd het geval te zijn. Ik ontdekte dat ikzelf soms ook veel meer tegen was dan ik zelf gedacht had. “

De B staat voor BEWOGENHEID, de emoties die ons leiden naar echte betrokkenheid en engagement. We komen maar in beweging als iets ons raakt. In de processen van Deep Democracy staat de deep voor het werken met diepere lagen van de ijsberg die wij zijn als individuen en als groep. Niet alleen rationele elementen spelen dan een rol, maar ook emoties en niet-rationele elementen krijgen ruimte. Ze zijn soms even waardevolle richtingaanwijzers naar een oplossing. Meer nog onder de waterlijn ontdekken we wat ons werkelijk drijft, wat ons beweegt. Ook al zijn het aanvankelijk soms ‘negatief’ geladen emoties. Eigenlijk is er geen negatief of positief. Er is wat er is en daar werken we mee.
Een getuige: “De ongelofelijke woede die nu in me naar boven kwam, was echt een verrassing voor mij. Daar bij stilstaan en dat dat er mocht zijn, deed me beseffen hoe ver-ont-waardigd ik was. En dus wat voor mij zo van waarde was. Dat was het keerpunt in mijn relatie.”

De E is de mannelijke tegenhanger van de eerder vrouwelijke component hierboven. De E duidt op EFFECT, op resultaten. En ook die zijn er duidelijk als je met de DDtools aan de slag gaat. Een manager in een overheidsbedrijf doet vaak en wanneer het maar past een check-in. Zo komen agendapunten die toch spelen en vroeger de bespreking in de vergadering saboteerden sneller boven water. Resultaat: er wordt korter en efficiënter vergaderd en er zijn minder frustraties in het team. Een ander merkbaar en meetbaar effect, vertelde een teamleider uit de hulpverlening: “Sinds ik met de Deep Democracytools aan de slag ben gegaan is er minder ziekteverzuim in mijn team. De werksfeer is merkelijker beter; dat zal er zeker mee te maken hebben.”

De S van SAMEN: Deep Democracy zorgt ervoor dat we de samendimensie, die we zo vaak kwijt zijn in deze wereld vandaag, terugvinden. Niet voor niets is deze methode ontstaan in Zuid-Afrika en staat ze dichtbij benaderingen als Ubuntu. “Ik ben omdat wij zijn”. Dat is alvast een heel ander uitgangspunt dan “Ik denk dus ik ben.” Deep Democracy tracht het wij/zij denken te overstijgen en vertrekt ook fundamenteel vanuit het collectief ipv vanuit het individu. In die zin is het een benadering die zeker ook enkele van onze culturele codes kraakt. Een ervaren procesbegeleider zegt het zo: “Nooit keek ik naar een groep als een collectief; het is wonderlijk wat je ziet als je zo gaat kijken. “

Voor mij is het duidelijk: Deep Democracy geeft je vibes!

Interesse gewekt? Ga zelf aan de slag met de tools van Deep Democracy en volg een cursus bij Goesthing om dit te leren.


In gesprek met Myrna Lewis over het werken met Deep Democracy als het extreem wordt



In the world today polarisation is omnipresent also in our daily conversations. How can Deep Democracy find answers to questions that occur in interaction between people. Is the method strong enough to sit in the fire? Myrna Lewis, founder of the Lewismethod of Deep Democracy in conversation with Fanny Matheusen, instructor of the method in Belgium.

Fanny: In organisations where I worked lately I met a lot of ill and insane people. The roles of autism, and psychopathy were present in these organisations. Sometimes in a very extreme way. Often also attached to people in leadershippositions. The team where I worked with  outed the desire to throw them out, to get rid of these people. I know from my Deep Democracyperspective that although you can ask or oblige people to leave, that the role will stay. So these practices, urged me to state these questions: is there always a pathway to keep everyone on the bus? Is it safe to spread the role if this is a role of insanity?

Here are some thoughts form Myrna’s side: For people with specific problems or needs, the Deep Democracy method surely offers opportunities but is as well a challenge or burden in other ways. If we talk about autism what would surely help a person in a leadership position is to be able and to learn to follow the four steps in decisionmaking. The guidelines structure for them the interaction. What would be difficult for people with autism is that they don’t talk so easily about emotional stuff. They would prefer to talk about taskoriented stuff. So we will need the others to bring in the emotions. And here’s an insight: everyone finds it hard to bring in emotions, we’re not used to do that. So in a way there’s no need tot make autism bigger than it is. Normalize it and recognize that in a way we are all autistic. People with autism can be seen in this way as a gift for others or their organisation. They give us the opportunity to become aware of this side in ourselve that is afraid, confused to express emotions.

Fanny: That is a beautiful way to loosen the burden of this role of autism. And at the same time I realize that this will not do as an answer to the problems of the team I have in mind. They really ask themselves: ragarding that this person holds the role of autism so strongly, can he be not in the right position. So in a way they ask themselves : do we want a person with autism in a leadershiprole or is it not compatible?

Myrna: You can have a debate about this question. It is sensitive but can bring a lot of wisdom in the group if you can clearly state the debate: like for instance the question: is he in the right position or is he not? In earning the grains, you give people the opportunity to take back projections and see  what’s their part in what happened. As well for the team as for the leader.

Fanny: But what with the role of psychopathy in a leadership position. To me it seems a thougher role to tackle because what’s typical about psychopathy is that the people who hold this role are often very bright, intelligent and strategic clever. They will not take any account on what’s happening, but often put the blame on their ‘victims’.

Myrna: To resolve tensions in such a team where psychopathy is a role, the first thing to do is to recognize that there was a system default. A person can play out the psychopath as long as other people don’t talk about what’s happening with each other. The psychopath tackles them one by one. And if they do not talk amongst them, he can keep on doing what he does. In a way the ‘victims’ become perpatrators by not speaking out. That’s why there’s often a feeling of guilt. They didn’t assist each other. So in a way you need to flip it. They talk about a person that did harm to them, but ask them: what do you do now? And what did you do? Everybody is taking part in the system. To recognize this is the first step in healing. More difficult and, to be honest, maybe not possible even, is to get the person in the psychopatic role to recognize this. Those people are one of the thoughest groups to work with. They don’t feel any guilt.

Fanny: And once people recognize what happened, a lot of stuff deep down under the waterline, you can start using the tools to lower the waterline and resolve the tension further?

Myrna: Exactly. That would be the next step to do. Where craziness is in the room, it tends to weaken when you give people tools to tackle it.

Fanny: One of those very powerfull tools is throwing the arrows and go into conflict. The question I want to ask you here is about the premisses before we go into an argument or a Let’s Talk. Before we even start, we go through tree premisses: no one has the monopoly on the truth; we do this to learn; we are in relation. Anyway how you state it, these are very important principles. And unless you have an agreement, you cannot start the process.  So my question at this point is, what do you do when people don’t agree? When they say f.e. ‘these are not people for me, not humans, so I’m not related’ or ‘I am right, I have the truth’

Myrna: Can you give an example of when and whare this could happen?

Fanny: I’ll tell you an example, not out of my own practice, but of some participant in the course. She told the story that she was living in a neighbourhood with much racial tension and problems in living together. She wanted to do something about it trying to use the Deep Democracytools. She organised a meeting with people of the neighbourhood. The polarisation came out strongly and right at the beginning of the meeting. She wanted to have the argument but people didn’t agree on the premisses. She felt inconvenienced. The meeting stopped and people went home with the unresolved tension. I confirmed her that in anyway it was the right thing to do not to have the argument. I also think she was not in the neutral position. That could have caused even a more stronger polarisation. So maybe she should call someone in from the outside to facilitate. Would that be an option you think?  I’m curious to hear your view.

Myrna: If people don’t want to be in relation, we cannot use the Deep Democracytools, that’s clear. The first thing to do here, as I see it, would be to talk in their groups separately. The tensions in the ‘black’ group and the tensions in the ‘white’ group should be tackled first. And than there would be space to see if they could work together. So in the group that wants integration, they need to look at the existing racism they have. This role will come up if they talk to each other in this group. In tackling the isuue of prejudices and racism amongst them, they already heal the field. They can think now about ways how to approach the other group. In the white racist group, the group that don’t want even to speak to people of colour or their ‘integration-friends’, you need te search for some sprankle of connection. In a way they would have a question about: ‘if we want to live here, how do we let make it work?’ You could have a debate on this. And try to gain as much rolefluidity as possible in healing the field. In both groups a neutral facilitator is a must. The woman that initiated the meeting now, was herself too much involved and even if she could have taken a neutral stance she would not have been seen by the others as neutral enough.

Fanny: Yes, sure, because there where already so much stereotypes going around. In such a field, neutrality becomes even more important.

Myrna: Indeed. Stereotypes make us not want to see the person who he or she really is. We don’t want to go in relationship and so we hide behind the stereotypes. So stating: ‘I don’t want this connection’, ‘I don’t want to talk to them’ is in a way saying I don’t want to see the person. To get a breakthrough on this part you could use the metaphor of a divorce. It’s clear that two people divorcing don’t want to be related as partners. That’s why they divorce. But could there be a possibillity to parent together and stay related as parents?

Fanny: This metaphor can be very useful I think in setting out the why of the meeting where both groups would gather after having had their own sessions. This metaphor would lower the expectations of what will be the goal of meeting each other. We don’t have to be friends, but can we see how we can be neighbours?

Myrna: Yes, that’s also being in relation isn’t it?

Fanny: Thank you for this supervision talk. I will check in with some of my learners in exploring this further.



vrijdag 10 februari 2017

Waarom die roep naar een sterke leider?




Laat ons eens naar de samenleving kijken als naar een groep. En ik haal er even een oud model bij, dat van Tuckman. Hij zegt dat een groep steeds bepaalde fasen door moet voor ze een goed werkend team kan worden. De eerste fase is de honeymoonfase, de forming, de fase van elkaar leren kennen, mekaars geweldige kanten zien, alles loopt prima en soms loop je zelfs op wolkjes. Maar dan begint het echte werk. De storm komt op. De groep geraakt in hevig weer: er ontstaat discussie, mensen dreigen de groep te verlaten, het wordt soms onduidelijk waar we naartoe gaan en hoe dit zal aflopen. De stormingfase kenmerkt zich door een hoog niveau van chaos en gevoelens van onzekerheid, frustratie en ongeduld. Als de storm weer gaat liggen en mensen hebben hun verantwoordelijkheid opgenomen voor zichzelf en voor elkaar, voor de resultaten én voor de relaties, dan kan er een fase inzetten van norming: er ontstaan nieuwe regels en afspraken en vervolgens performing: we kunnen goed met elkaar samenwerken, de groep versnelt zelfs haar activiteiten en iedereen werkt op zijn maximale capaciteit.

Als we dit plaatje op onze samenleving vandaag zetten is het duidelijk dat we in de stormfase zitten. De uitdagingen zijn levensgroot en levensbedreigend zelfs. Ik noem er twee die het voortbestaan van onze planeet aantasten als we er niet mee leren omgaan: migratie en de klimaatopwarming. Het zijn uitdagingen die soms zelfs in ‘storm’taal gevat worden: overspoeld worden door migranten, het water staat ons aan de lippen, hoogtij(d) voor klimaatactie, vluchtelingentsunami,...
In het oog van een storm voelen mensen zich bedreigd, onzeker en is het in zekere zin ook ieder voor zich, redden wie zich redden kan. En dan staat er ineens een sterke leider op die zegt: langs hier, dit is de weg, ik ga jullie redden. En zelfs als die leider dan alles is wat jij niet bent, zelfs als je het niet helemaal eens bent, is op een bepaald moment ‘een’ uitweg belangrijker dan welke uitweg. In plaats van je eigen verantwoordelijkheid op te nemen, je eigen leider te zijn, kan je je karretje aan iemand anders hangen. Dat geeft een (soms vals) gevoel van veiligheid en zekerheid. Het is comfortabeler, want we kennen het. Het appelleert aan oude patronen  uit onze samenleving, de ‘goede oude (feodale!) tijd’.

En sterke leiders vervullen ook een emotionele behoefte. Zij triggeren de hoax (broodjeaapverhaal) dat jij niet je emoties controleert maar dat anderen dat doen (“jij zorgt ervoor dat ik me ... voel”). In werkelijkheid is dat niet zo. Denk maar even na: als we met 300 mensen naar dezelfde film gaan, krijgen we wel dezelfde emotionele stimuli aangeboden, maar we reageren toch allemaal verschillend: de ene huilt tranen met tuiten terwijl de ander er onbewogen bij zit, iemand vindt het de beste film ooit terwijl iemand anders het maar niks vindt. Er komen emoties bij ons op waar we ons tevoren misschien nog niet bewust van waren, maar dat wil niet zeggen dat we er niet verantwoordelijk voor zijn, dat we een keuze hebben en dat dit kan veranderen. Dat vraagt soms lef en moed, durven in de spiegel kijken, werken aan jezelf. In de samenleving vandaag de dag is er niet veel ruimte voor emoties en staan we soms veraf van wat we echt voelen, wat onze emotionele behoeftes zijn. Telkens wanneer we in Deep Democracy-sessies de vraag stellen ‘Wat heb je nodig om mee te kunnen gaan?’ merk ik dat mensen snel zeggen ‘niets hoor’ en willen dat die aandacht op hen zo snel mogelijk weer ophoudt. Toch merken ze later bij zichzelf op dat iets hen in de weg zit om mee te kunnen gaan in een beslissing. En terecht, want zij zijn de dragers van de wijsheid van de minderheid, misschien nog onbewust. 

De sterke leider doet het anders: hij neemt in jouw plaats de beslissingen, hij controleert jouw emoties. Hij neemt je emotionele noden mee in een sterk verhaal, hij belooft dat je je beter zal gaan voelen als je hem volgt. Dat is een grote verleiding vandaag. Willen we dit? Willoze poppen zijn? Sommigen doen ons graag geloven dat het zelfs voor onze bestwil is als we het ons wat minder zouden aantrekken, niet teveel piekeren over deze of gene beslissing, ons laten leiden,...
De sleutel tot verandering is dus dat mensen hun eigen leiderschap gaan opnemen over hun emoties, ideeën en wat zij willen doen in deze wereld. Het alternatief bestaat erin niet langer je gevoelens, dromen, hoop en wensen te projecteren op een sterke leider of op andere gemarginaliseerde groepen, maar zelf de uitdaging aan te gaan. In de chaos vandaag zijn er zeker sporen van mensen die deze weg bewandelen, een weg van vernieuwing en hoop. Denk maar aan de vele protestmarsen van de vrouwen met de roze mutsen op, aan de burgerinitiatieven die een grote aanhang kennen, aan zelfsturende teams op werkvloeren, aan coöperatieve bewegingen en bedrijven,... zij groeien... tegelijk met de groei en dreiging van steeds meer dictatoriale en autocratische leiders.

Vanuit Deep Democracy willen we mensen versterken in het opnemen van eigen leiderschap, in het terugnemen van projecties op een leider en zelf authentieke keuzes maken. Het is zeker niet de meest evidente weg en een trage weg soms, maar wel de meest duurzame op termijn. En ze vertrekt vanuit een diep respect voor alles wat leeft op onze planeet. Dat kunnen we niet zeggen van het snelle en brute antwoord dat de ‘sterke leiders’ ons op dit moment bieden. Hun antwoorden komen vaak ten goede aan een elite, al laten ze uitschijnen ‘het volk’ te dienen.

Ik hoor veel mensen bv. zeggen over Trump: hij heeft de stem van de minderheid gehoord en begrepen. Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Hij heeft de stem van mensen die zich onderdrukt en genegeerd voelen gebruikt en opnieuw misbruikt voor zijn eigen gewin. Heeft hij werkelijk geluisterd naar wat zij vertellen, naar waar zij van dromen, wie zij willen zijn of heeft hij alleen hun misnoegen, ontevredenheid en onzekerheid geprojecteerd op de tegenstander in de hoop zo hun stemmen te winnen. Als iemand kan aangewezen worden als de schuldige voor al jouw leed (“jij hebt mij dit aangedaan”) dan is diegene die je dat vertelt misschien je redder wel? Dat is een ziekmakende psychologische strategie, waar vooral mensen gevoelig aan zijn die in deze samenleving het slachtoffer zijn van publiek misbruik of publieke verwaarlozing.

Mindell geeft een lijst van voorbeelden van wat hij bedoelt met ‘public abuse’:
  • Het gebeurt bij familiebijeenkomsten waar er op sommige mensen wordt neergekeken omdat ze niet beantwoorden aan de vaak onuitgesproken (familie)norm.
  • Het gebeurt in scholen die kinderen op de vingers tikken omdat ze de regels niet volgen, die alleen meerderheidswaarden en geschiedenis onderwijzen en bepaalde communicatiestijlen handhaven zonder het verschil op te merken.
  • Het gebeurt in bedrijven die economisch succesvol zijn op kap van het milieu, minderheidsgroepen en de noden van individuele werkers.
  • Het gebeurt in openbare diensten, zoals de politie, die minderheidsgroepen lastigvallen.
  • Het gebeurt in de kranten die bepaalde informatie niet brengen over gemarginaliseerde groepen.
  • Het gebeurt in de media die óf minderheidsgroepen met negatieve stereotypen beladen alsof ze allemaal criminelen of onbetrouwbare werknemers zijn óf die minderheden negeren en alleen reflecteren over het leven van de dominante groep.
  • Het gebeurt door banken die de midden- en hogere klassen en hun zaakjes bevoordelen en steunen.
  • Het gebeurt door religieuze groepen die zondaars willen straffen of niet-leden zich slecht laten voelen omdat ze geen enkele kans zouden hebben op bevrijding.
  • Het gebeurt in de medische zorg waar de gevoelens van patiënten genegeerd worden.
  • Het gebeurt in de psychologie die claimt dat bepaalde gemoedstoestanden losstaan van wat er in de samenleving gebeurt en die mensen met andere denkbeelden ziek of gek verklaart.

Deze lijst zou nog veel langer kunnen zijn. Wat Mindell vooral wil aantonen is dat als we ons niet bewust zijn van hoe macht werkt en hoe onbewust een bepaalde rangorde tussen groepen bepaalde mensen onderdrukt, begrippen als vrijheid en gelijkheid holle woorden blijven. We kunnen maar werken aan vrijheid en gelijkheid, aan mensenrechten als we ons bewustworden van onze eigen geprivilegieerde positie en erkennen dat dit voor anderen niet het geval is. Dat de samenleving gebouwd is op het horen van de stem van een welbepaalde groep. Een democratische samenleving zegt al snel dat dit voor hen niet het geval is. Juist de mythe van de meerderheidsdemocratie zorgt ervoor dat sterke leiders een grote aanhang krijgen. Mindell zegt het zo: “Democratic societies that believe they have a policy of nonagression are guilty of public abuse.” Hij pleit voor oorlog! Als we niet met elkaar het debat en zelfs het conflict aangaan, kunnen we geen gezonde samenlevingen worden. 

Ook als facilitatoren, leiders, leerkrachten en sociaal werkers staan we hier niet buiten. We kunnen daders zijn van publiek misbruik. Of we zijn zelf slachtoffers of staan naast slachtoffers. Vandaaruit willen we soms zorgen voor mensen die gekwetst zijn, willen we hen beschermen. En dan dekken we soms het conflict of de spanning toe, brengen we vooral een boodschap van harmonie. Helpen we mensen daarmee? Ik denk het niet. Deep Democracy breekt een lans om álle stemmen te kunnen horen, dat álle stemmen aanwezig zijn. Daarom is het soms nodig om die stemmen te laten horen die er niet zijn in een discussie, zodat ze kunnen uitspelen, met elkaar in conflict kunnen gaan. Dit is een pleidooi om niet alleen te praten onder gelijkgezinden, om niet alleen politiek correct te spreken over wat je ziet gebeuren, maar om tegenspraak actief op te zoeken. Onszelf te confronteren met de minderheidsstem die ook in onszelf aanwezig is of je stem te laten horen want als lid van de meerderheidsgroep ben jij soms ook een minderheid, ben jij soms ook anders. Het is een oproep om je uit te spreken!

Ik kom net van een training interculturele communicatie voor ambtenaren. In de evaluatie vielen me twee zaken op. De groep apprecieerde het enorm dat mensen niet de schijn hadden opgehouden maar echt met elkaar in gesprek waren gegaan, alle kanten durfden op tafel gooien en ook persoonlijk hadden gedeeld. En mensen gaven ook aan dat als we op die manier met elkaar in gesprek gaan een cursus interculturele communicatie veel meer wordt, het wordt leren over het leven zelf. We worden als mens aangesproken. En we stellen onszelf de vraag: wat ga ik doen? Hoe denk ik hierover? Wat kan mijn bijdrage zijn aan deze wereld? We worden bewust en nemen onze verantwoordelijkheid voor onszelf en voor de ander. Respect is dan geen loos woord, geen synoniem voor passieve verdraagzaamheid, maar het is echte zorgzaamheid. En is dat niet precies wat échte leiders doen voor hun team, hun gemeenschap, hun volk: zorg dragen dat alle stemmen gehoord worden, dat alle stemmen er mogen zijn!

maandag 5 december 2016

Zwarte Trump: een eigenzinnige kijk vanuit Deep Democracy



Deep Democracy is een filosofie, theorie en een praktische methodiek die verschil bespreekbaar wil maken en komen tot een gedragen besluitvorming. De methode ontstond in het postapartheidstijdperk in Zuid-Afrika waar blank en zwart, tot dan toe gescheiden werelden, met elkaar moesten gaan samenwerken terwijl racisme en uitsluiting welig tierden.

Deze dagen kan ik me niet van de indruk ontdoen dat we ook in dagen van verdeeldheid leven. In de VS is na de verkiezingen een verdeeld volk achtergebleven. Zowel tijdens als na de verkiezingen lijken een aantal muren gesloopt over wat je kan zeggen en doen met je medemens. Zeker als die medemens donker is, vrouw is, moslim is.
De methode Deep Democracy maakt het mogelijk dat gezegd wordt wat er gezegd moet worden en dat alle stemmen gehoord worden. Mensen vragen me dan en ik vraag het me ook af: kan en wil je wel met iedereen blijven praten? Wil ik met Trump in dialoog? Hadden we met Hitler moeten spreken? Is er een grens? Mag hier een oordeel zijn? Is er een manier om deze mensen te stoppen? En het gaat niet eens om die figuren, maar vooral om een hele massa mensen die deze meningen delen en er oprecht van overtuigd zijn dat diegenen die zij als leider kiezen de juiste weg bewandelen. In de analyses zien we dat over deze mensen gezegd wordt dat ze vaak uit angst voor verlies (van welvaart en waarden) deze keuze maken. Of zijn het vooral mensen wiens stem allang niet meer beluisterd werd? Maar nu zij de dominante groep vormen, wat gebeurt er dan met zij niet niet voor Trump gekozen hebben: worden zij nu de minderheidsstem die ondergronds zal gaan? Die zal revolteren zoals we nu al zien of op veel bedektere manieren zal gaan saboteren, zich afkeren van de eigen samenleving,…

Hetzelfde gevoel krijg in bij de koloniale Pietdiscussie. En ik zeg hier bewust koloniale Piet, want is dit niet de gevoelige zone waar de hele discussie om draait? Wat mij in deze discussie vooral opvalt, is dat het veelal een gesprek tussen mensen van de dominante witte groep is. Zij hebben het witte privilege om uit te maken of iets al dan niet racisme is, of iets al dan niet kwetsend is, lijkt het wel. Wordt er met de mensen gepraat om wie het gaat? Is dat dan een zwarte minderheidsstem? Of is hier ook een soort van minderheid de witte groep die zich bedreigd voelt in zijn waarden , die tradities ziet teloorgaan. Is het een gevestigde groep die niet weet om te gaan met de snel veranderende samenleving om zich heen? Ja, naar wie moet hier eigenlijk geluisterd worden?

En dat brengt me naar een verscherping van wat we vanuit de methode Deep Democracy ons als doel stellen. ‘Zeggen wat er gezegd moet worden’ is niet hetzelfde als schelden, beledigen, wild om je heen slaan, hele bevolkingsgroepen veroordelen, stereotyperen en discrimineren. Zeggen wat er gezegd moet worden, gaat om zeggen waar het echt over gaat, wat er voor jou toe doet, wat voor jou waar en heilig is. Daarvoor moeten we soms door een fase van geroep en getier, escalatie van een conflict. In deze methode gaan we ervanuit dat we de hevige gevoelens die gepaard gaan bij deze conflicten niet gaan wegduwen, verzachten (al dan niet met een pilletje) of negeren; nee we gaan ze juist naar boven halen, beleven en vanuit de polarisatie die ontstaat de ‘echte’ kwestie naar boven halen. Als dit gebeurt in groepen voel je de energie veranderen. Want ten diepste willen mensen vaak hetzelfde: in vrede en veiligheid kunnen leven, graag gezien worden, kunnen zorgen voor hun naasten.

In de dialoog die tot deze inzichten en belevingen leidt, lijkt met mij dat we twee principes moeten meenemen. Het eerste is het principe van de bevordering van interactie, van de dialoog. Dat houdt voor mij inderdaad in dat je blijft spreken met elkaar, niet om te overtuigen, niet om iemand om te praten of te bekeren, wel om te weten te komen en kunnen erkennen wat waar is voor hem/haar/hen. En erkennen is niet hetzelfde als gelijk geven. Je kan iemand erkennen én er je eigen gelijk, je eigen waarheid naast leggen, of tegenover stellen. Dat is net wat we doen als we een conflict gaan uitspelen en polariseren: vanuit de erkenning dat niemand het monopolie heeft op de waarheid en dat we alleen met elkaar kunnen spreken over wat we waarnemen en voor waar aannemen.

Een tweede principe is voor mij het principe van niet-uitsluiting. Als iemand zegt vanuit een racistisch standpunt dat anderen geen mensen zijn en dus geen recht tot spreken, dan verhindert die de dialoog. Dan kan je niet anders in mijn ogen dan als facilitator stelling in te nemen en deze mensen uit de stilte te halen, uit het zwijgen en hen het recht op spreken geven. De bottomline of leidraad daarin voor mij zijn dan misschien wel de mensenrechten. Ook al is deze verklaring verre van volmaakt en soms ook moeilijk werkbaar omdat ze botsende waarden bevat, het is tot nu toe de beste poging om een wereld vorm te geven waarin er recht op leven is op deze planeet voor iedereen.

Als je morgen aan besluitvorming doet als president of in welke functie dan ook: vergeet dan niet te luisteren naar de wijsheid van de minderheid.

Als je morgen een kinderfeest wil vieren: geef hen vooral dan je liefde en oprechtheid. 


Dear Mr. President,
Come take a walk with me
Let's pretend we're just two people 
And you're not better than me
I'd like to ask you some questions
If we can speak honestly



donderdag 11 augustus 2016

Leven is het meervoud van Lef


Europa - maar laat ons niet vergeten: nog veel meer andere plaatsen in de wereld – worden opgeschrikt door aanslagen, brutaal geweld op weerloze slachtoffers. Zijn we in oorlog? Is dit dan die derde wereldoorlog, waarover gesproken wordt? En moeten we ons daarnaar gedragen met een Patriot Act, afkondiging van dreigingsniveaus, afsluiten van grenzen en afkondigen van de noodtoestand. Dus vooral inzetten op het creëren van een gevoel van veiligheid, dat tegelijkertijd de angst voedt en vijandsbeelden levend houdt. Want in een oorlog is er steeds wij en zij, de goeden en de slechten, de daders en de slachtoffers, waarden die het winnen van barbarij.

Ik hoor ook een andere stem, een stem die spreekt over de duiding van de daden van de geweldplegers. Een duiding die uiteenloopt van het zijn psychisch gestoorde lone wolves tot het zijn goed betaalde criminelen tot het zijn vertolkers van een malaise in deze samenleving. Deze duidingen roepen alleszins op tot andere gevoelens dan louter angst: ze willen ook empathie oproepen en nodigen uit tot zelfkritiek. Want als het psychisch gestoorde mensen zijn die dit doen, investeren we dan misschien niet genoeg in traumatherapie en in een gepast onthaal en opvang voor wie zijn land ontvlucht? Als het criminelen zijn, is er dan geen legaal werk voor hen te vinden misschien, is er sprake van discriminatie op onze arbeidsmarkt? Als het wanhoopskreten zijn, hoe kunnen we dan werken aan het erbij horen in deze samenleving, de Vlaamse, Belgische, Brusselse of wereldsamenleving? Deze vragen nodigen alleszins uit tot meervoudig kijken. Maar daar heb je wat lef voor nodig.

Lef komt van het Hebreeuwse woord ‘lev’ wat hart betekent. Als je met je hart kijkt naar wat er gebeurt in deze wereld stel je andere vragen en kom je met andere ideeën en oplossingen, die misschien niet zo populair zijn, niet op korte termijn oplosbaar en die je niet eenzijdig kan nemen. En ik roep iedereen op, maar zeker ook onze politici, om deze dagen wat meer lef te hebben. Ik las in het boek Kairos over het verschil tussen oikos en polis bij de Grieken. Maatregelen in het samenleven op vlak van ‘oikos’, waar ons woord economie van is afgeleid, betreffen het dagelijkse korte termijn denken, het afmeten en berekenen van wat hier en nu nodig is. Polis, en daar komt het woord politiek van, gaat over de grote dromen, de grandioze ideeën, de utopieën. In het beleid dat nu gevoerd wordt, merk ik weinig polis en veel oikos. In functie van nakende verkiezingen, in de waan van de dag worden maatregelen genomen die soms niet eens nieuwe maatregelen zijn maar een bevestiging van de bestaande orde, van het lopende huishouden.

Vraagt deze tijd niet net om verder durven denken dan dat en kijken op de lange termijn wat er nodig is, durven stilstaan bij een droom van een samenleving waar we naartoe willen. Dat vraagt Lef, van een politicus, van een dienstverlener, van een leerkracht, van ieder van ons. In de woorden die je spreekt, in je handelen steeds die droom voor ogen houden van een ecorechtvaardige samenleving. Dat kan je alleen doen als je daarin de verschillende stemmen durft beluisteren, vanuit empathie meervoudig leert kijken en wars van conventies doet wat juist en goed is. Met Lef creëer je samen-Leven. Een samenleven dat volgens Hannah Arendt, die zelf in een totalitaire samenleving leefde, fundamenteel getekend is door pluraliteit, door het recht om van elkaar te mogen verschillen.

Wat voorbeelden uit de actualiteit die voor mij getuigen van Lef:

  • Angela Merkel blijft zeggen ‘wir schaffen das’ en jaagt zo een hele bende collega-natieleiders tegen zich in het harnas, verliest steun ook in eigen land, maar oogst lof op mensenrechtenfora, internationaal, bij haar eigen bevolking. 
  • In de moslimkrant staat een opinie van Marlijn De Jager, lid van een Joodse organisatie die sympathiseert met de als radicaal bestempelde moslim Abou JahJah. Wars van wij-zijdenken beaamt zij wat ze waar en juist vindt in zijn woorden. Los van wij-zijdenken publiceert de moslimkrant deze opinie. 
  • Adil Marrakchi, 34 jaar, spreekt zich uit in de campagne “Ik ben Vlaming, Mag ik ook fier zijn?” van het Minderhedenforum: “De reacties op het ongeval van die jongen uit Genk hebben diepe wonden geslagen. Te veel mensen denken nog steeds in termen van wij en zij, maar wij zijn allemaal Vlamingen, of we dat nu willen of niet. We leven in een nieuwe tijd, en we kunnen pas vooruit als we er in slagen samen uit dat wij-en-zij-denken te stappen.” 
  • Vrouwen verbrandden de burqa’s die Daesch hen dwong te dragen na de bevrijding van hun woonplaats Al-Kaleji: https://www.facebook.com/ajplusenglish/videos/774110249397151/
  • Boodschappen van liefde en hoop na de aanslagen in Duitsland: https://www.facebook.com/Avaaz/videos/10154028342658884/

Ik nodig je uit om ook met Lef in het leven te staan. Wil je er meer over lezen? Op 20/9 komt mijn boek uit, waar ik ook schrijf over Lef, met een L, de eerste letter van LOVE.

maandag 25 april 2016

Elk zijn jihad?



Namaste, Salaam Aleikum, Bonjour, Good evening every-one, good evening every-body, good evening every-soul, goodevening to you and to me, to us to them. Being invited for his panel  to talk about what Jihad is all about, I realize that maybe this evening I am the outsider. What I wil tell, the story I will bring, is one story amongst others, a story about radicalisation through the eyes of a non-muslim, you could say, a non-person-of-colour, a no male, a no-terrorist. In the consensusreality we live in I am all of that NOT, but in the way I see the world, I AM all of that! In modernity we learned to think in black and white, in binary categories. I challenge you in the next 10’ to think in terms of relatedness, in seeing connection.

In a way I am muslim, I can connect to what it is to strongly believe in something, to be passionate about words, ideas, prophets. I can connect to what it is being devoted to. I am a woman and from this perspective, this position in society, I can connect with the effects on my identity of living in a society full of stereotypes, prejudices about the group I belong to, and strong feelings of being discriminated. And although I’m not on a list of state security of terrorists or potential terrorists, I guess, I am on the terrorist line. I can connect to this urge to change something radically in the situation of groups I belong to, to provoke a society that doesn’t take into account the different position I’m on, to gather a new community around me of believers that the planet and everyone who lives on it can only survive if we radically change our ways of living. I am a radical rebel myself. Although never in my life I met a deradicalisation-officer.

What I want to point out is if we want to come closer to an understanding of what Jihad is all about, and what jhadists push to do the things they do, even terrible terrorist attacks… we need compassion. Compassion for those who we push away at this moment. Compassion in the definition that I learned form a wise woman working in South Africa, Myrna Lewis, founder of the Deep Democracy method in that very difficult and challenging post-apartheidperiod. When she talks about compassion the closest definition I came to is: “to be gentle with the hardest parts within yourself.” If you can’t do that work, than don’ t pretend even to have compassion for others, don’t pretend that you can understand what is is like to live in such a situation, don’ t try to work on issues like racism… if you don’t recognize the racist within yourself.

And here I come to jihad and a very interesting saying that I came across that refers to the words of the Prophet Mohammed. The prophet said that jihad is not in the first place fighting ennemies in the outer world, but the fight inside you. The fight between desires and feelings (fear, insecurity, greed, not wiling to share our welfare with others) and what we truly are, who we can be as human beings; compassionate, full of love, giving. I think it’s time to do our own personal jihad. Working and living from a stance of compassion and love. Knowing that Love is not such a naive or idealistic nor a romantic idea. Love is maybe the most difficult answer to what is happening in the world right now. Because love takes (and I quote bell hooks): “We can all change our mind and our actions. (…) Many individuals offered their lives in the service of justice and freedom. What made them exceptional was not that they were any smarter or kinder than their neighbors but that they were willing to live the truth of their values.”  What we need to live this way is a big portion of courage that we often don’t have because it’s much more comfortable to keep the status quo. Fear keeps us in our comfortzone. That’s why we need to encourage each other to practice the courage to love. I’d like to tell you a story that I often tell in my trainings as well.

Years ago a John Hopkin's professor gave a group of graduate students this assignment: Go to the slums. Take 200 boys, between the ages of 12 and 16, and investigate their background and environment. Then predict their chances for the future. 
The students, after consulting social statistics, talking to the boys, and compiling much data, concluded that 90 percent of the boys would spend some time in jail. 
Twenty-five years later another group of graducate students was given the job of testing the prediction. They went back to the same area. Some of the boys - by then men - were still there, a few had died, some had moved away, but they got in touch with 180 of the original 200. They found that only four of the group had ever been sent to jail. 
Why was it that these men, who had lived in a breeding place of crime, had such a surprisingly good record? The researchers were continually told: "Well, there was a teacher..." 
They pressed further, and found that in 75 percent of the cases it was the same woman. The researchers went to this teacher, now living in a home for retired teachers. How had she exerted this remarkable influence over that group of children? Could she give them any reason why these boys should have remembered her? 
"No," she said, "no I really couldn't." And then, thinking back over the years, she said musingly, more to herself than to her questioners: "I loved those boys...." 

And by the way, by telling you this, I’m not saying that we musn’t invest in Brussels: in the poor housing, in working opportunities, in high quality education. We must definitely, because never before Belgium had such low marks on the report: 60% of youngsters in Brussels are unemployed, 28% of them move out of schools unqualified, Th everage income in Molenbeek is 40% lower than in the rest of Belgium, the PISA studies showed that the inequality in society is reproduced through our education, there is etnostratification going on massively, there’s a cut off in expenses for health and education and we spend more money than ever if you look at it worldwide to safety and to weapons. In Belgium we don’t have a proper supportsystem for people who suffer from trauma. We have amazing caregivers on this point and some of them highlyskilled people, but they are all working in organisations where they work with money from temporaray projects having no guarantee that they can continue their work. So traumatised people are walking through the streets and their is a fairly big risk that one day some of them will explode. Certainly when you mix this up wit all the prejudices and discrimination that we find in our society.

A topic where we rather don’t talk about so easily in Belgium. ‘We ‘have the feeling that we already invested so much in ‘Them’ that it would be unfair if they call us now ‘racists’, we are believing so much in our valuesystem of treating everybody equal, that we cannot accept that this is not daily reality. Discrimination is often not recognized. And more about this from a psychological viewpoint we know now that even if you are not personnaly affected by discrimination if there exists discrimination you will experience the effects of it: effects as: 1. feeling a victim/feeling unempowered , 2. The selffulling prophecy, 3. frustration-aggression, 4. Strong segregation and relying only on your ingroup 5. Overassimilation. All these reactions, these patterns, we can find in de minoritygroups and are causes for radicalisation. I find them voiced by my students in the superdiverse classes I teach in Antwerp.  

Let’s look at some further research here. Berry e.o. studied acculturationstrategies. He looked at  2 dimensions: the degree of wanting to stick to your cultural heritage and the desire to have intercultural contacts and participate in the new society. He found out that there were 4 acculturation strategies: I will focus on two of them. The first is integration: 82 % of the people of minority groups in Belgium reported that was their strategie. And if we look at separation: people who choose to rely on their cultural heritage and not having contacts with the rest of society, this was only 10%. But: if we look at the research Hutnik did, where he looked at identitypatterns: he asked people whether they identified with their own group or the majority in society, we got whole others numbers: 10% chooses integration and 80% separation. Let’s go to the majority group now and see how they look to acculturations from their viewpoint.  

Van Beselaere did a survey amongst  16-17 yearolds and asked them what they thought about acculturation of minority groups: they reported that they saw only 8% of the people who where integrated, and 77% of the people who live separated. If they asked the youngsters whether they would like to have contact or whether they liked to stay in their own group: only a percentage of 60 wanted contact, 40% didn’t want contact at all.  So the majority group in fact had a lower desire to meet others than vice versa!!! OliviaRutazibwa confirms this: as she says: “Let’s have the intercultural dialogue, but I’m not so sure if the majority is waiting for it.” The survey also pointed out that these numbers differed in relation to the level of schooling of these youngsters had . He found out that opposing to the hypothesis, the youngsters inde  ASOschools, the general education were ,opposing of the youngsters in BSO and TSO less positive about acculturations of minorities. The conclusion we can make here is that exposure to difference, having friends and discoveeing we’re at some points same-same, make us more open to live in a superdiverse society.

So it is not in our heads that we will change the world, it is in our hearts and hands: in truly meeting each other and stop projecting all the otherness in the other, but recognising the other is in me! Youngsters radicalise, because we don’t own the radical voices in ourselves but project them onto them. And they become more radicalised than they even were. They take upon a role that is bigger than them. I don’t talk about terrorism here, these are people committing crimes in the first place, and even there you can say in a way the same, but let’s stay for a while with those so called radicalised youngsters. The more we portrait them as radical, the more we push for example islam away in our society, put a ban on headscarves, don’t answer even the letters they write to search for work,… the more we push them towards radicalisation. The more we would own our own radicality, the lesser they will have to show radicality. We can do this by truly owning what is valualble for us and strive for it, we can do this by protesting what goes wrong in society, we can do this by exploring what’s the pain we have with religion in our lives. As long as we don’t do our homework properly, others will have to do it for us. So I make a plea here to recognize the differences and have the conflict with each other rather than pushing it away. If you hide a little fish in the sea, soon it becomes a whale. We share a lot being human beings: there is only one human race, we share a lot of values, maybe priorirising them differently, we are in a way same-same. And, at the same time,  we musn’t forget that we look at the world sometimes from a very different perspective or view. Let’s make room for those different voices! They can bring us a lot of richness and maybe solutions to questions we cannot tangle now in this part of the world. Immigration has a meaning and it had so in every revolution for mankind.

Let’s move to my practice. I am a trainer in diversity. I try to contribute through my work to what is needed in our society that is in transition. And if you allow me I’d like to tell you about two courses that I teach. The first one is Deep Democracy. It is a theory and pratice an decisionmaking and conflictresolution  where the minority voices are heard and even more stronger are recognized as important gateways to tap into the wisdom or potential of a group. It is proven in a lot of studies already that in our brain we are only using a small part of the potential wisdom. I think it’s the same in our communities and in society, we can tap a lot more out of the sea of human energy. And this is needed. This world is on a turning point, a third revolution that will be bigger that the agricultural or industrial revolutions we had. A selfsustaining society will grow if we learn to trust on each other, taking every voice in account, if we dare to  be selves-in –connection with others. To learn this I developed a specific course. I called it ‘Inburgeringscursusvoor autochtonen’, translated: integrationcourse for the autochtonous people. Why I designed this course was the insight I had that in a superdiverse society as we live in now, you cannot stay with fossile thoughts about one group adapting to values and norms of another group. For everyone, for every human living in a community integration is a task. And maybe this is not so evident for people who call this society theirs. But even they have to face that their society will never be the same again. So in this course we handle feelings of fear, discomfort, anxiety and sadness. We honour this feelings and transform them into curiosity to know more about otherness in others and in myself, in being aware of white pirvileges and  looking at microchanges with major effects,…

An African saying goes like this: it takes a village to raise a child: we have a collective responsability to give these radical voices in our society, those youngsters who lost grip on taking part in a community again shelves where they can stand on, places where they can belong to, a story of a community where they do take part in!  We can learn them to love the place where they live. And to feel compassion for Belgians, because they are Begians too. We should do this work together: in neighbourhoods, in schools, in footbalclubs, in mosks, in workingplaces, in public places as well as in our private contacts with people. Pass this sense of belonging. If you belong to a community, you become loyal to the people who live in it. Because you become me and they become us.

I’m aware that this is in a way a different story, but I connect with my colleagues and their analysis also. There is no single story to tell about Jihad. I’m a pedagogue, I do this work connecting people because I strongly believe, and as a mother of tree I cannot than be than a believer, that this planet earth can be a place of love and peace for all. A message that in fact every religion on earth is teaching us.
And so I want to end with an old Sufi poem: 

Come, let us be friends for once
let us make life easy on us 
let us be lovers and loved ones
the earth shall be left to no one. 




zaterdag 26 maart 2016

De moed om lief te hebben

Wij zijn de generatie die zal moeten leren omgaan met een nieuwe soort van oorlogvoeren, met gewelddadige terreur en de dagelijkse mogelijkheid van bomaanslagen als je nietsvermoedend op weg bent naar je werk of school. Maakt dit je angstig? Maakt dit je onzeker? Wie niet? Maar hoe kan je ervoor zorgen dat angst je leven niet gaat leiden. Hoe kunnen we omgaan met voortdurende onzekerheid?  Martha Nussbaum zegt hierover “Uncertainty is where things happen. It is where the opportunities for really living are waiting.” Door het leven te leven in al zijn aspecten, zeggen de experts ons. En dat is ook wat we nu zien gebeuren in Brussel. Scholen bleven deze keer open en boden leerlingen en leerkrachten een forum om te praten over wat er was gebeurd, spontaan samenzijn aan de Beurs om te rouwen, te protesteren, te herdenken, stil te zijn… het gebeurt en het mag. Na de eerste verstomming en stilte is het immers dit wat mensen nodig hebben… elkaar.

Voor ons in Brussel was het de eerste keer, alhoewel niet voor iedereen van ons. Dat leer ik van onze mensen met een vluchtelingenverleden die hun verhaal vertellen na de aanslagen. Over hoe aanslagen in hun land normaal waren geworden en ze daarvoor gevlucht zijn om niet meer met die dagelijkse angst te moeten leven. En dus hoe zij nu opnieuw in hun gevoel van veiligheid worden geraakt door wat er hier ook met hen gebeurt. Het is belangrijk ruimte te maken voor gesprek om al deze verschillende perspectieven te horen. Deze week zag ik mijn studenten voor een les over feminisme en islam door Khadija Aznag. Bij de start van de les gaven we de gelegenheid om vragen te stellen of iets te delen van je gevoelens of ideeën bij de aanslagen. Het was een rijke ronde. Wat mij erin trof was dat enkele studenten aangaven dat de lessen die zij gehad hadden in het kader van het postgraduaat interculturele hulpverlening hen deze dagen enorm hadden geholpen, hen grond onder de voeten had gegeven. Samen met Khadija dachten we in de les verder na over die mensen die geen of zo weinig grond onder de voeten hebben. Zij die zich uitgesloten en geïsoleerd voelen in de samenleving en gaan radicaliseren. Een zijpad nemen in het leven waarbij ze de levens van andere mensen in gevaar brengen. Het leven tot stilstand dwingen.

Aanvankelijk was het heel onwerkelijk, ook al hadden we het verwacht. Al gauw ga je checken of iedereen OK is, waar iedereen zich bevindt en je verzamelt je naasten om je heen. En dan komen de eerste woorden over wat er gebeurd is en hoe we dat betekenis kunnen geven. Zo’n belangrijke woorden, die eerste. Ze bepalen hoe we samen dit verdriet zullen gaan verwerken en hoe we verder zullen omgaan met de nieuwe samenleving waar we in wakker zijn geworden. Ik hoorde vooral verbindende taal, geen oorlogstaal. En ook dit is iets wat we moeten leren: hoe spreek je over deze gebeurtenissen, hoe ga je om met de vragen van je kind ‘Mama, is het hier nu ook oorlog?’, hoe kijk je rond naar anderen, anders dan jij. Welke blikken worden er uitgewisseld?

En dan? Wat moeten we nu gaan doen? Wat is er nodig? Dat brengt me bij mijn passie: leren en mensen kansen geven om te leren! Leren over wat ze niet kennen, leren over waar ze van vervreemd zijn, over hun eigen godsdienst, het hemelsbreed verschil tussen verzen uit de Koran uit de tijd van Mekka en van Medina. Het zijn geen details, maar richtingaanwijzers die ons op weg zetten wat we meemaken in het leven in zijn juiste context te begrijpen. En om elkaar ook te leren begrijpen. Zodat we naar elkaar de hand kunnen reiken.

Dat werd voor mij al snel een noodzaak na de eerste shock: andere mensen ontmoeten, connecteren. En voor velen onder ons bleek dat zo te zijn. Kijk maar naar de hartverwarmende taferelen aan de Beurs. Liefde is immers het enige antwoord op angst en haat. En daarin kan je zo snel misbegrepen worden. Ook dat ervaarde ik ook deze week. Liefde is geen soft antwoord. Het is misschien wel de moeilijkste opdracht die wij mensen hebben. Een opdracht die ook in alle wereldreligies staat ingeschreven. ‘Van je naaste houden als van jezelf’, ‘het goede doen voor de ander, zonder voorwaarde of wederdienst’. Laat ons dit leed en verdriet aanwenden om de kanteling te maken als samenleving naar een liefdessamenleving. En laat ons leren hoe liefde kan helen. Een collega van me in het werkveld van Deep Democracy schreef me dit als reactie op een groepsgesprek dat we hadden over wat er gebeurde in Brussel en een artikel dat ik de groep doorstuurde van Hayat El Khattabi in KifKif:  “This line, "Laugh and love. Keep focusing on the good, because ultimately there is no stronger weapon than the love of man for man" it reminds me of Fanny's view from the call. My wish / hope is that this role becomes more alive in the world and can be spread. My sadness now, and at the end of our call, I think, stems from the awareness that it is very hard to be heard / brought out and acted upon . My personal learning from our argument is that if I recognise, practice & embrace the power of love then I can start a micro stirring of change. If I can be more present & truly listen, that in some small way I can start to shift things. “
Laat ons allemaal oefenen in helende liefde. Ik sluit graag af met een citaat van een wijze vrouw waar we veel van kunnen leren, bellhooks. Zij schrijft in haar boek ‘All about love’: “We can collectively regain out faith in the transformative power of love by cultivating courage, the strength to stand up for what we believe in, to be accountable both in word and deed.(…) To live our lives based on the principles of a love ethic, we have to be courageous."

Ik wens jullie allemaal veel moed de komende dagen. De moed om lief te hebben.